Columbus’ dagboek is verdwenen. Wat we nu over hem weten, is grotendeels afkomstig van de aantekeningen van zijn zoon.

Wie was Columbus?

Hij is een van de bekendste mannen in de wereldgeschiedenis, maar we weten weinig over hem. Wat bewoog een weverszoon ertoe om de wereld te verkennen?

18 december 2009 door Niels-Peter Granzow Busch

Geen van de circa 600 inwoners van het Spaanse havenstadje Palos zou de augustusavond in het jaar des Heren 1492 ooit vergeten. Het was elf uur ’s avonds, maar ondanks het late tijdstip was het druk in de haven. Op het water lagen twee karvelen en een wat groter vrachtschip voor anker. Tussen de drie schepen en de kade voeren kleinere boten met vaten zoet water, beschuiten, gedroogde vruchten en gezouten vlees. Proviand en manschappen moesten voor middernacht aan boord zijn, luidde het bevel.

De opperbevelhebber van de kleine vloot was Christoffel Columbus, en het doel van de reis was om de onbekende westelijke oceaan over te steken naar het mythische Azië. Een onmogelijke reis, dacht iedereen, behalve Columbus – een buitenlander die met zijn bijna bovennatuurlijke vertrouwen in het project en in eigen capaciteiten voor de ruim 90 Spaanse bemanningsleden nog geheimzinniger was dan het reisdoel.

Om zes uur ’s morgens van de derde augustus – een halfuur voor zonsopgang – keerde het tij eindelijk en kon Columbus het bevel geven om uit naam van Jezus de zeilen te hijsen. Kort daarna stevenden de drie schepen de haven van Palos uit om ‘een route ...’ te volgen waarvan, zo stond het in Columbus’ scheepsjournaal: ‘… we niet weten of iemand anders die ooit heeft bevaren’.

Columbus verborg zijn verleden

Iedereen kent nu het verhaal van de zeevaarder Columbus die in 1492 India gevonden dacht te hebben. Het bleek een nieuw continent te zijn: Amerika. Maar van Columbus weten we ook dat hij een mysterie was en nog steeds is. Zijn leven in de jaren vóór zijn reis over de Atlantische Oceaan is grotendeels onbekend en niemand weet bijvoorbeeld wanneer en hoe hij het idee kreeg de

Atlantische Oceaan over te steken. Historici hebben diverse geboorteplekken in gedachten, en zeker 20 plaatsen in Spanje en 15 in Italië beweren dat hij in die stad ter wereld kwam. Bovendien zag men van alles in hem: Spanjaard, Portugees, Fransman, Duitser, Ier, Rus, Engelsman en Armeniër. Volgens een zeer omstreden theorie was hij een Amerikaan: een nakomeling van de
Vikingen uit het zogenoemde Vinland in Noord-Amerika die naar Europa was teruggevaren en daarna weer vertrok om zijn eigen continent ‘te ontdekken’.

De oorzaak van de verwarring is dat Columbus en zijn zoon Hernando, die na zijn vaders dood diens biografie schreef, niet veel vermeldden over het verleden van de familie. Het weinige wat ze wel vertellen is in vele gevallen verzonnen. Zo beweert Hernando dat de familie afstamt van de Romeinse consulfamilie Colón, dat Columbus had leren navigeren na een studie aan de universiteit van Padua en dat hij niet de eerste admiraal van de familie was. Dit zijn waarschijnlijk allemaal producten van een rijke fantasie; zo leek de familie Columbus voornamer dan ze was.

Betrouwbare historische documenten wijzen er echter op dat Columbus werd geboren in het Italiaanse Genua als zoon van een eenvoudige wolwever. Veel wetenschappers vragen zich nu af waarom Columbus zoveel moeite deed om zijn verleden te verbergen. En hoe kwam een wolweverszoon op het idee de Atlantische Oceaan over te steken?

Hendrik de Zeevaarder leidde het ontdekkingentijdperk in.

Was Amerika’s ontdekker Joods?

Het grootste raadsel rond de persoon Columbus betreft zijn motieven voor de expeditie over de Atlantische Oceaan. Wilde hij de volkeren van Azië soms
bekeren? Ging het om goud en roem? Of was het iets totaal anders?

Sommige historici hebben geopperd dat Columbus geheimzinnig deed over zijn verleden omdat hij Joodse wortels had. Zijn verwanten zouden Joden zijn die wegens de Jodenvervolgingen in Spanje naar Italië waren gevlucht. Daar bekeerden ze zich tot het christendom. Dat zou verklaren waarom Columbus al vóór hij naar Spanje kwam het Spaanse dialect Castiliaans schreef en sprak. Het zou ook verklaren waarom Columbus er alles aan deed om zijn afkomst geheim te houden, want de Jodenvervolgingen waren het ergst toen hij in 1485 in Spanje aankwam. Aanhangers van deze theorie voeren aan dat Columbus aan het hof in Portugal en in Spanje werd geholpen door Joden, of door de Joden die tot het christendom waren bekeerd om vervolging te ontlopen.

Joden werden in het grootste deel van Europa gehaat en zeker in het pas verenigde Spanje. Vier maanden voor Columbus’ vertrek uit Palos had het Spaanse koningspaar de circa 200.000 Joden bevolen vóór 3 augustus 1492 het land te verlaten – op dezelfde dag dat Columbus zijn reis over de Atlantische Oceaan begon. Tegelijkertijd bleek uit de genadeloze aanpak van de Spaanse inquisitie dat ook bekeerde joden niet veilig waren: duizenden belandden op de brandstapel omdat ze ‘valse christenen’ waren. De schrijver en nazi-jager Simon Wiesenthal meende daarom dat Columbus’ eigenlijke opdracht was een nieuw land voor de Joden te zoeken.

Volgens mythen die al eeuwen de ronde deden, hadden verschillende Joodse stammen uit de oudheid zich – na door de Assyriërs uit Israël te zijn gedeporteerd – in Azië gevestigd en daar machtige rijken gesticht. Dus misschien hoopte Columbus die landen te vinden en hen te vragen de Spaanse Joden te helpen. Dat kan ook verklaren waarom Columbus een tolk meenam die uit het Spaans in het Hebreeuws kon vertalen. De meeste historici wijzen de theorie weliswaar af, maar niemand heeft die helemaal van tafel kunnen vegen.

Een zeevaarder duikt op uit zee

Columbus neemt in de haven van Palos afscheid van koningin Isabella en koning Ferdinand van Spanje.

De geschiedenis van Columbus begint in 1476. De dan 25-jarige Cristoforo Colombo, zoals zijn naam luidde in het Italiaans, had naar eigen zeggen als veertienjarige al besloten dat de zee zijn lotsbestemming was. Volgens de aantekeningen van zijn zoon voer hij onder meer naar IJsland en werd hij later kapitein van een schip dat op koninklijk bevel Tunis aanviel. Wetenschappers hebben echter geen enkel bewijs dat Columbus, voordat hij in 1492 naar Amerika voer, ook maar een rivieraak onder commando had.

In de zomer van 1476 bevond hij zich naar verluidt op een vloot van Genuese schepen die een vracht naar Lissabon vervoerde. Voor de kust van Portugal werd de vloot aangevallen door Franse zeerovers en werd het schip van Columbus tot zinken gebracht. De jonge Columbus klampte zich aan een roeispaan vast en zo bereikte hij de kust. Daar werd hij door de bevolking verzorgd en na een paar dagen reisde hij naar Lissabon.

Portugal was toen Europa’s grootste zeevaartnatie op het gebied van ontdekkingsreizen en Portugese zeevaarders hadden onder andere de kust van West-Afrika grotendeels verkend. In Lissabon wemelde het van de zeelieden die over vreemde landen en volkeren vertelden. Columbus bleef acht jaar in Portugal – in Lissabon en op Madeira. Columbus’ broer Bartolomeus was cartograaf en handelde in Lissabon in zeekaarten; zo kon Columbus zich in de cartografie bekwamen. Al vrij snel veranderde hij zijn naam in het Portugees klinkende Cristóvão Colombo.

Columbus maakte vier expedities over de Atlantische Oceaan. De grootste vertrok in 1493 uit Spanje en bestond uit 17 schepen met 1200 opvarenden.

De landkaart van de Vikingen


In die tijd moet Columbus op het idee zijn gekomen de Atlantische Oceaan over te steken naar Azië. Volgens een van de verhalen ontmoette Columbus op Madeira een gestrande zeeman wiens schip tijdens een storm schuin de Atlantische Oceaan over was geblazen en die terug was gekomen. Columbus verzorgde de stervende man, die hem als dank over het land aan de andere kant van de oceaan vertelde. Het kan ook zijn dat Columbus een kopie van de zogenoemde Vinlandkaart van Noord-Amerika onder ogen kreeg, die 50 jaar daarvoor getekend zou zijn en waar delen van Noord-Amerika op stonden die de Vikingen rond het jaar 1000 hadden verkend. De echtheid van de kaart staat echter nog altijd sterk ter discussie.

Hoe het ook zij, Columbus zocht in geografische boeken steun voor zijn idee en stortte zich ook op schrijvers uit de oudheid. In zijn bibliotheek, die nog steeds bestaat, zijn de meer dan 2000 aantekeningen in de kantlijn van zijn boeken te lezen. Zo schreef hij bij een passage van de filosoof Aristoteles: ‘Tussen het einde van Spanje en het begin van India ligt een kleine zee die in een paar dagen kan worden overgestoken.’

Koning van Portugal wijst idee af

Op basis van de teksten uit de oudheid berekende hij de omtrek van de aarde op 30.192 kilometer – zo’n 10.000 kilometer minder dan in werkelijkheid. Ook berekende hij dat de afstand tussen Europa en Azië ten hoogste 4000 kilometer was. De werkelijke afstand is vijf keer zo groot: 19.600 kilometer.

Columbus werd steeds zekerder van zijn project. Hij had contacten met het Portugese hof; zo ook met twee invloedrijke Joodse lijfartsen van de koning die een goed woordje voor hem deden. In 1484 mocht hij bij de Portugese koning, Johan II, op audiëntie komen.

Columbus vertelde de koning over zijn berekeningen en liet daarbij vallen wat Marco Polo had vermeld over de enorme rijkdommen van Azië – dat kon allemaal van de koning worden als die zijn expeditie maar wilde financieren. Tijdens zijn audiëntie vertelde hij vooral over het eiland Cipangu, het huidige Japan, dat volgens de berekeningen van Columbus het dichtste bij Europa lag. De
koning luisterde, maar was niet onder de indruk.

Misschien omdat de Portugezen India juist via de zuidpunt van Afrika wilden bereiken. Columbus’ tijdgenoot en historicus Barros beschreef later de reactie van de koning: ‘Toen de koning eenmaal inzag dat Cristóvão Colombo hooghartig was, opschepte over zijn talenten en met zo veel fantasie het eiland Cipangu beschreef, had hij weinig vertrouwen meer in hem’.

Columbus had gegokt – en verloren

Bij zijn terugkeer in Spanje in 1493 werd Columbus in het hele land als een held vereerd.

Columbus vlucht naar Spanje

De Spanjaarden drukten elke neiging tot opstand van de Indianen wreed de kop in.

Ondanks deze tegenslag gaf Columbus niet op. Volgens de priester Las Casas, die Columbus kende en na zijn dood zijn reisjournalen redigeerde, verliet Columbus Portugal in het geheim, omdat hij ‘bang was dat de koning hem zou tegenhouden en oppakken’.

Waarom Columbus daar bang voor was, is onduidelijk. Misschien had hij nog een schuld. Misschien kwam het door zijn achterdochtige, mysterieuze karakter. In elk geval ging hij in 1485 naar Spanje. De nu 34-jarige Columbus veranderde bij aankomst nog eens van naam en werd Cristóbal Colón.

1485 werd een bloedig jaar in het Spanje van koningin Isabella en koning Ferdinand. Een paar jaar eerder hadden zij de Spaanse Inquisitie ingesteld, en in de lente vlamden de ketterbrandstapels als nooit tevoren. Columbus had nu veel ervaring in het aanknopen van vriendschappen met machtige mensen die hem bij zijn zaak konden helpen. In 1486 mocht hij bij het koningspaar op audiëntie komen om over zijn project te vertellen. Columbus pakte het slim aan en vertelde de vrome Isabella dat de expeditie vooral tot doel had de christelijke boodschap in Azië te verspreiden.

De op geld beluste koning Ferdinand maakte hij lekker met de gigantische rijkdommen in Azië. Het koningspaar luisterde geïnteresseerd en stelde een wetenschappelijke commissie in die de beweringen van Columbus moest onderzoeken. De commissie wees het project af – Columbus’ berekeningen van de reisduur konden niet kloppen.

Toch bleef Columbus verbonden aan het hof, waar hij goed bevriend raakte met een aantal bekeerde Joden die elke gelegenheid benutten om zijn zaak te bepleiten. Een van hen, Luis Santangel, was de persoonlijke raadgever van het koningspaar. Maar de jaren verstreken zonder dat Columbus een stap verder kwam. Toen viel in 1492 Granada, het laatste islamitische bolwerk in Spanje. Columbus probeerde het nog één keer en met hulp van Santangel, die een deel van de expeditie wilde financieren, verwierf hij de steun van koningin Isabella. In de vroege ochtend van 3 augustus 1492 voeren Columbus en zijn mannen de haven uit naar het westen.

Land in zicht

Volgens Columbus zou de reis over de Atlantische Oceaan drie tot vier weken duren, maar dat bleek bijna twee keer zo lang te zijn, en meermaals stonden de manschappen op het punt om te muiten. Ze waren bang dat ze Spanje niet zouden terugzien. Maar in de nacht van 12 oktober zagen de bemanningen op de drie Spaanse schepen eindelijk land. In de ochtendschemering gingen de Spanjaarden aan land op het eiland dat inheemsen Guanahani noemden. Volgens priester en geschiedschrijver Las Casas nam Columbus het eiland in bezit met de koninklijke banier en de woorden: ‘Voor de koning en koningin’.

Waar Columbus precies was is nog een raadsel. Wel zijn wetenschappers het erover eens dat het eiland bij de
Bahama’s in de Caribische Zee hoort. Columbus doopte het San Salvador, maar het interesseerde hem zo weinig dat hij er nooit terugkeerde. Columbus had verwacht aan de andere kant van de oceaan paleizen met gouden daken en een hoogontwikkelde lokale bevolking te vinden. Dus werd hij verrast door de bewoners van het eiland, die ‘naakt rondliepen zoals ze door hun moeder op de wereld waren gezet – ook de vrouwen’.

De zeevaarder was ervan overtuigd dat hij Azië had bereikt en dat Japan, China en India vlakbij lagen. De vloot voer verder en bereikte Cuba. Toen hij hier het woord ‘Cubanacan’ hoorde, dacht Columbus dat het over de groot­khan van China ging. Maar de groot­khan en het goud waarover Marco Polo schreef waren nergens te vinden.

Tot slot kwamen de Spanjaarden bij een eiland dat ze Hispaniola doopten – het huidige Haïti. De bevolking vertelde dat er dichtbij een enorm continent lag. Columbus concludeerde dat dit Cathay moest zijn – China. Het eiland moest daarom Cipangu zijn – Japan. Hij had zijn doel bereikt. Christoffel Columbus had de zeeroute naar Azië gevonden.

Columbus wordt gevangengenomen

Na zijn derde expeditie naar de Nieuwe Wereld werd Columbus in de boeien naar huis gebracht.

Bij thuiskomst in Spanje in 1493 werd Columbus als een held ontvangen. ‘Niet alleen de mensen in de steden waar hij langs voer liepen uit om hem te zien, maar ook plaatsen ver van de route liepen leeg’, schreef priester Las Casas.

De koning en koningin benoemden hem tot onderkoning van India. In de herfst van dat jaar leidde Columbus een vloot van 17 schepen met 1200 mensen die een kolonie op Hispaniola zouden stichten. Het werd een chaos. De kolonie, Isabella, kwam in de buurt van een moerasgebied waar niets geteeld kon worden en waar de koorts vrij spel had. De Spaanse edellieden weigerden de bevelen van de buitenlander Columbus op te volgen en bovendien brak er een oorlog uit met de indianen.

Dat werd een ramp voor de indianen, die ook werden getroffen door de meegebrachte ziekten van de Spanjaarden. In de twee jaar dat Columbus Hispaniola bestuurde stierven er waarschijnlijk zo’n 500.000 indianen. In 1496 was Columbus weer terug in Spanje, waar hij meteen een derde expeditie organiseerde. Toen hij in het huidige Venezuela aan land ging, bereikte hij uiteindelijk het eigenlijke continent. Hij was er echter nog steeds van overtuigd dat het Azië was.

Ook deze expeditie liep rampzalig af. Op Hispaniola hadden de kolonisten de kolonie Isabella opgegeven en een nieuwe gesticht, Santo Domingo. Maar al snel brak er een regelrechte oorlog uit tussen Columbus en zijn medestanders en de andere Spanjaarden van de kolonie. De onlusten bereikten zo’n enorme omvang dat het Spaanse koningspaar ridder Francisco de Bobadilla naar Hispaniola stuurde om orde te scheppen. Op 23 augustus 1500 kwam Bobadilla aan en gaf onmiddellijk het bevel om Columbus in de boeien te slaan.

Zelfs zijn rustplaats is een raadsel

Toen hij vanuit Hispaniola naar huis werd gestuurd, was Columbus in één klap alles kwijt. Op de terugreis schreef hij een emotionele brief over de vernederingen die hij had ondergaan, ‘zelfs als ik India had gestolen en het aan de Moren had gegeven’ zou hij niet zo slecht zijn behandeld. Terug in Spanje ontfermde koningin Isabella zich over Columbus, en hij mocht de Atlantische Oceaan nog een keer oversteken.

Columbus reisde af naar Panama en Honduras, maar hij leed schipbreuk en moest door Spanjaarden van Hispaniola worden gered. In 1504 keerde de toen 53-jarige Columbus naar Spanje terug, zo verzwakt dat men hem aan land moest dragen. Twee jaar later stierf de ontdekker van Amerika onopgemerkt in het familiehuis in Valladolid. In die stad vond ook de begrafenis plaats. Die was eenvoudig en er waren maar weinig aanwezigen. Maar zelfs Columbus’ laatste rustplaats is nu een mysterie.

In 1509 liet Columbus’ zoon Diego het lichaam van zijn vader opgraven en bijzetten in het klooster Las Cuevas in Sevilla. Na Diego’s dood liet zijn weduwe in 1541 de beenderen van haar man en die van Columbus in de domkerk van Santo Domingo op Hispaniola begraven. Toen Franse troepen het eiland in 1795 innamen, werd de kist op Cuba in veiligheid gebracht. Hier rustte hij ruim 100 jaar. Maar in 1898 moesten de Spanjaarden Cuba opgeven; de kist werd teruggevaren naar Spanje en in de domkerk van Sevilla bijgezet.

In 1877 vonden arbeiders echter een kist in de domkerk in Santo Domingo met het opschrift ‘Don Cristóbal Colón’. Kennelijk was in 1795 de kist van zoon Diego en niet die van Columbus naar Cuba verscheept en van daaruit naar Spanje. In 2006 testten wetenschappers het DNA van de beenderen in de domkerk van Sevilla, en nu bleek dat dit de botten van Columbus waren. Mogelijk zijn de botten van Diego en Columbus door elkaar geraakt en ligt een deel in Sevilla, en de rest in Santo Domingo. Van de autoriteiten in Santo Domingo mogen de Spanjaarden dat deel van de botten niet onderzoeken; Columbus’ rustplaats blijft dus raadselachtig.

Bekijk ook ...