Leven van ballonvaarders hangt aan zijden draadje

Op een septemberdag in 1862 stijgen twee aeronauten op naar een hoogte waar geen levend wezen ooit is geweest. Niemand weet of het lichaam dat trekt, en de ballonvaarders moeten aanvaarden dat de dood meereist als verstekeling.

19 mei 2016 door Stine Overbye

De 43-jarige Henry Coxwell weet niet exact hoe vaak hij al in een luchtballon is opgestegen; het moet wel zo’n 400 keer zijn. 

Maar al die ballonvaarten vallen in het niet bij de vlucht die hij deze septembermiddag in 1862 is gaan maken: samen met de 53-jarige meteoroloog James Glaisher bevindt hij zich nu op een hoogte waar nog nooit een mens zich heeft gewaagd, en waarvan niemand kan zeggen of je er wel kunt overleven.

De omstandigheden zijn momenteel meer dan beroerd. Coxwell en Glaisher bevinden zich op zo’n negen kilometer boven een Engels nazomerlandschap, en hier in de lucht is het ijskoud en is de zuurstof zeer schaars. Ze klampen zich met hun bevroren vingertoppen uit alle macht aan het leven vast.

Ze happen naar adem. Hun lichamen hangen er slap bij, en als Coxwell zijn anders zo vieve makker uitgevloerd in de gondel ziet liggen, moet hij de ernst van de situatie onder ogen zien: als ze nu niet aan hun afdaling beginnen, zijn de aeronauten ten dode opgeschreven.

Maar Coxwell heeft een probleem: hij kan geen gas uit de luchtballon laten ontsnappen, want het koord van het ventiel is vast komen te zitten. 

En al is hij zijn eigen bewegingen nauwelijks meester, hij moet in de tuigage klimmen om de lijn los te krijgen. Hij heeft in feite geen keus. Als hij niets doet, zullen de ballonvaarders zich moeten neerleggen bij een vroegtijdige dood.

Dampkring is onbekend terrein

Coxwell en Glaisher bevinden zich in deze situatie door toedoen van de British Association for the Advancement of Science (BAAS), die de schipper en de meteoroloog heeft ingehuurd om naar de bovenste atmosfeer te vliegen op hoogten die de wetenschap nog niet heeft verkend – en waarvan niemand weet of het lichaam het aankan.

Halverwege de 19e eeuw is er niet veel kennis van de dampkring: hoe groot is de luchtdruk in de hoge lagen, hoe vochtig is de lucht, hoe hoog ligt het zuurstofgehalte, hoe hard waait het en hoe is het met de temperatuur op die grote hoogte gesteld – stijgt die of daalt die juist naarmate je dichter in de buurt van de zon komt?

Deze natuur- en scheikundekwesties willen Glaisher en Coxwell wel helpen oplossen. Ze hopen bijvoorbeeld betere weersvoorspellingen mogelijk te maken – al eeuwenlang moeten meteorologen het weerbericht baseren op dagelijkse registraties van temperatuur, luchtdruk, windsnelheid en neerslag, allemaal aan het aardoppervlak gemeten. 

Het wat ongebruikelijke gelegenheidsduo moet pionierswerk verrichten en de wetenschap naar een hoger plan tillen.

Terwijl de gezette meteoroloog James Glaisher een van de toonaangevende wetenschappers van het land is, heeft de atletisch gebouwde Henry Coxwell zich onderscheiden als onversaagde ballonschipper ofwel aeronaut. 

Hij is opgeleid tot tandarts, maar alleen in de winter trekt hij tanden bij zijn patiënten in zijn woonplaats Tottenham uit. In het zomerseizoen zet hij de pet van de luchtballonschipper op, die betalende klanten een geweldige ervaring bezorgt met zijn luchtvaartuig, en tegelijkertijd zijn expertise ter beschikking stelt aan onderzoekers en avonturiers. 

Bovendien verzorgt hij geregeld in heel Europa shows in zijn zelfgebouwde ballonnen. Coxwell speelt verstoppertje voor de dood en is er tot nu toe steeds heelhuids van afgekomen, ook als hij neerstortte. Andere ballonschippers merken op dat er een engeltje op zijn schouder zit.

De Mammoth had een perfect formaat voor de wetenschappelijke expeditie van Glaisher en Coxwell.

© Getty Images

Mammoet moet de lucht in

De wetenschappelijke excursies zijn tegelijk de hoogste ballonvluchten ooit, en in de eerste helft van 1862 heeft Coxwell een luchtballon gemaakt die op nieuwe uitdagingen is afgestemd.

Met de hulp van zijn familie en een legertje naaisters en mandenmakers heeft hij een vaartuig gebouwd met een ballon die met bijna 25 meter hoogte, een diameter van ruim 16 meter en een inhoud van 2600 kubieke meter veruit de grootste van Groot-Brittannië is.

Heel toepasselijk noemt Coxwell de ballon Mammoth – mammoet – en in juni 1862 vertelt de schipper een lokale krant stralend dat hij nu ‘geheel en al klaar is voor de experimenten die de wetenschap voor ogen heeft’. Terwijl Coxwell druk is met het bouwen van het gevaarte, dat zijn maat lollig ‘een

instrument voor verticale verkenning’ noemt, heeft de meteoroloog Glaisher lopen denken welke meetapparaten en instrumenten hij nodig zal hebben. 

Hij wil van de gondel een goed geoutilleerd vliegend laboratorium maken met 24 instrumenten, waarvan het merendeel bevestigd moet worden aan een regelpaneel dat dwars door de gondel loopt.

In tegenstelling tot Coxwell is James Glaisher nooit op ballonvaart geweest. Enerzijds verheugt hij zich erop om de luchtlagen te betreden waarop het weer ‘ontstaat’, maar anderzijds is hij niet erg gerust op zijn luchtdoop.

De hele onderneming komt James Glaisher nogal suïcidaal voor, maar als consciëntieuze wetenschapper is hij nog veel banger om terug te moeten keren zonder bruikbare resultaten.

‘Ik ben als de dood dat ik het zal laten afweten als het ogenblik is gekomen om een verschijnsel te observeren waarvan het menselijke oog tot dusver nog geen getuige is geweest,’ schrijft de bezorgde meteoroloog aan een kennis.

Glaisher is ook bang dat hij het in de luchtballon te druk zal hebben om aantekeningen te maken en dat hij nog niet de helft kan doen van wat hij zich heeft voorgenomen aan experimenten en metingen. 

Om het ‘grote lab voor weersveranderingen’, zoals Glaisher het noemt, goed voor te bereiden bouwt hij een soort vliegtuigsimulator – een proefopstelling met de meetapparatuur – op zijn Londense werkplek aan het nationale observatorium, het Royal Greenwich Observatory.

Glaisher debuteert bij westenwind

Op 17 juli 1862 is de tijd gekomen voor Glaishers luchtdebuut. De luchtballon zal vertrekken vanaf de Stafford Road-gasfabriek in Wolverhampton. Maar al sinds de vroege ochtend staat er een gierende westenwind, en zoals Glaisher noteert is dat ‘niet bijster bemoedigend voor een nieuweling die nog nooit een voet in een gondel heeft gezet.’

De wind rukt en trekt aan de ballon als Glaisher en Coxwell in de gondel klimmen. Om 9.42 uur gooit Coxwell de trossen los. 

De eerste minuut schiet de luchtballon vervaarlijk heen en weer, en terwijl Coxwell de controle over het vaartuig probeert te krijgen prutst Glaisher aan zijn instrumenten. Nerveus kijkt hij op Wolverhampton neer, dat alsmaar krimpt en sterk op een schaalmodel begint te lijken.

Pas als de ballon wat hoogte maakt, wordt het rustig, en als de Mammoth na een geslaagde maidentrip van een uur of twee weer op de grond landt, kan Glaisher opgelucht ademhalen.

‘Het had tijdens het vertrek gruwelijk mis kunnen gaan als er een schoorsteen of hoge gebouwen in de weg gestaan hadden,’ schrijft hij kort na de landing.

Wollen jassen tegen de kou

Al was Glaishers luchtdoop tumultueus, hij deinst er niet voor terug om zijn weersexperimenten uit te voeren op nog grotere hoogte dan de 5000 meter die de Mammoth tijdens zijn eerste vlucht bereikte. 

Dus anderhalve maand later, op 5 september 1862 om 13.03 uur, stijgt hij weer op. Met een vaartje zoeft de luchtballon door de dikke laag watten heen naar de knalblauwe lucht aan de andere kant van de wolken. 

Dit keer willen Coxwell en Glaisher hoger dan iemand ooit is geweest – boven de zeven kilometer – en de lichte bries die er staat is prima voor de recordpoging.

Hoewel het aan de grond 15 graden is, is het kil in de lucht. Gelukkig zijn de ballonvaarders slim genoeg geweest om zich warm aan te kleden op deze nazomerdag. Ze dragen lange wollen jassen en hebben wollen sjaals om.

Maar het duurt niet lang of ze krijgen in de gaten dat dit tenue niet helemaal voldoende is. Op anderhalve kilometer hoogte is de temperatuur gekelderd tot rond het vriespunt, en wanneer de luchtballon op zo’n zeseneenhalve kilometer hoogte is gekomen, zit het illustere duo vervaarlijk te klappertanden van de kou met bijna 15 graden vorst.

Niet alleen de temperatuur maar ook het uitzicht is zoals op een heldere winterdag: de hemel is diepblauw en het zonlicht is verblindend. En als de mannen naar beneden kijken zien ze een betoverend landschap van krijtwitte wolken, die zich tot in het oneindige lijken uit te strekken.

Nu gaat het hard naar boven. In een paar minuten is de Mammoth circa 300 meter gestegen, en onder de ballon tolt de gondel in het rond, zonder dat de twee bemanningsleden daar last van hebben. 

Een foto van het wolkendek zit er voor Glaisher niet in, maar verder gaat alles volgens plan: al rilt hij van de kou, Glaisher leest elk meetinstrument zorgvuldig af en noteert de resultaten nauwgezet in zijn logboek.

Coxwell, die zich met de navigatie bezighoudt, merkt niet dat Glaisher steeds afweziger en vermoeider wordt naarmate de luchtballon hoger komt in de ijle lucht. Op bijna negen kilometer hoogte voelt Coxwell weliswaar dat hij overmand wordt door moeheid, maar dat is nog niets in vergelijking tot de toestand waarin Glaisher verkeert.

Om 13.51 uur pent de meteoroloog een aantal getallen in zijn logboek, en kort daarop lijkt het wel alsof zijn zintuigen uitvallen. Het draait voor zijn ogen en hij voelt zich wazig, en al knijpt hij zijn ogen tot spleetjes en gebruikt hij een loep, hij ziet niet meer hoe hoog het kwik in de thermometer komt en wat de barometer aangeeft.

Ademhalen gaat moeilijk en Glaisher probeert amechtig iets tegen Coxwell te zeggen, maar er komt geen woord over zijn lippen. Hij is buiten adem, zijn lichaam is in elkaar gezakt en als hij probeert rechtop te gaan zitten, valt zijn hoofd telkens opzij, als was hij een ledenpop. En wanneer hij naar de fles brandewijn wil reiken, weigert zijn arm gewoonweg dienst.

Alle energie sijpelt uit zijn lichaam weg, en James Glaisher vecht er niet eens meer tegen. Gelaten wacht hij zijn dood af. Uit zijn ooghoeken ziet hij vaag zijn collega, en het laatste wat hij waarneemt voordat zijn ogen dichtvallen, is dat Henry Coxwell rondklautert in de tuigage van de luchtballon.

Gered door Coxwells gebit

Henry Coxwell kan ook geen pap meer zeggen, maar hij vecht voor zijn leven en dat van zijn maat. Als hij er niet in slaagt om het koord van het ventiel los te krijgen, dan zal de dood zegevieren. De luchtballon moet onmiddellijk naar beneden, weg van de ijle lucht, en de enige manier om dat te bereiken is het ventiel openen en gas eruit laten.

Met zijn allerlaatste krachten heeft hij zich in de touwen gehesen, en daar hangt de luchtballonschipper nu, met onder zich een bewusteloze maat in de gondel en daaronder de afgrond. 

Met de behendigheid van een trapezewerker weet Coxwell met zijn bevroren, bijna gevoelloze handen de lijn los te maken. Als Coxwell zich weer in de gondel laat vallen merkt hij dat hij geen spierkracht meer over heeft. Met een lichaam als een pudding slaagt hij er niet in aan de lijn te trekken om het ventiel te openen.

In een laatste wanhoopspoging om het vege lijf te redden weet hij de lijn tussen zijn tanden te nemen. Hij rukt een paar keer met zijn hoofd – de enige beweging die hij nog voor elkaar krijgt – en wanneer het ventiel wonder boven wonder opengaat en het gas ontsnapt, heeft hij niet eens meer puf om blij te zijn. 

Hij vreest voor zijn makker, die voor pampus in de gondel ligt, en al heeft hij er weinig fiducie in, hij doet een beroep op de wetenschapper in Glaisher in de hoop dat hij hem zo uit het dodenrijk kan houden.

Brandewijn ontdooit de handen

Als in een droom hoort Glaisher een verre stem, die woorden als ‘observatie’ en ‘temperatuur’ zegt. Opnieuw zakt de meteoroloog weg, maar dan hoort hij de stem weer. 

‘Kom op, probeer het,’ zegt hij, en plotseling realiseert Glaisher zich waar hij is. Hij kijkt naar Coxwell, die hem zacht heen en weer schudt en hem smeekt om toch vooral te letten op de thermometer en de barometer.

‘Ik was buiten kennis,’ stelt Glaisher droogjes vast. ‘Ja, dat klopt, en ik ook bijna,’ geeft Coxwell hem gelijk.

Verbazingwekkend snel herstelt Glaisher zich, en alsof er niets gebeurd is pakt hij zijn observaties weer op. Al snel blijkt dat de Mammoth hard aan de afdaling bezig is. Als Coxwell klaagt dat zijn handen totaal gevoelloos zijn, rukt Glaisher zich los van zijn instrumtenten en grijpt hij resoluut de brandewijn, die hij over de bevroren en bijna zwarte handen van zijn maat uitgiet. 

Aeronauten gaan naar de pub

Een uur en 37 minuten na vertrek landt de Mammoth zacht in het open veld. De aeronauten laten de ballon voor wat die is en vinden een pub in het dorp Cold Weston. Bij een biertje zwijgen ze in alle talen over het voorbije gevaar.

Achteraf stelt Glaisher nuchter vast: ‘Op grond van deze vlucht lijkt 26.400 voet (8047 meter, red.) vanaf de aarde zeer dicht bij de grens te liggen waarop mensen kunnen overleven. 

Volgens mij moet je op die hoogte voor de zekerheid meteen het ventiel openzetten; de extra informatie die je anders had kunnen verzamelen staat niet in verhouding tot het extra risico dat je loopt.’

Bekijk ook ...