Carlos was aanvankelijk een idealist, maar het geld lokte, en al snel veranderde hij in een kille handelaar in de dood.

© EPA/Scanpix, AFP/Scanpix & Shutterstock

Carlos de Jakhals: van idealist tot geldbeluste terrorist

Twee decennia lang was Carlos de meest gevreesde terrorist ter wereld. Moorden, ontvoeringen, bomaanslagen, hij deinsde nergens voor terug. Carlos was aanvankelijk een idealist, maar het geld lokte, en al snel veranderde hij in een kille handelaar in de dood.

5 mei 2017 door Boris Koll

Hoewel er olieministers uit de hele wereld bijeen zijn, wordt het hoofdkantoor van de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) in Wenen slechts beveiligd door twee Oostenrijkse politieagenten en is er geen veiligheidscontrole bij de ingang. 

Niemand verwacht dat er iets bijzonders zal gebeuren op deze vredige zondag in december 1975 – totdat plotseling een groep zwaarbewapende mensen het gebouw binnenstormt.

Een van de politiemannen werpt zich heldhaftig op de voorste terrorist en grijpt zijn machinepistool. Een tel later valt de agent neer met een schotwond in zijn hals. 

Een paar terroristen lopen verder naar de vergaderzaal waar de olieministers zich bevinden. Onderweg komen ze een afgevaardigde uit Libië tegen, die een jonge, gezette terrorist zijn mitrailleur probeert af te pakken.

De terrorist trekt een pistool en schiet de Libiër twee keer in zijn schouder. Daarmee is hij uitgeschakeld, maar dat vindt de terrorist niet genoeg. Hij doodt zijn slachtoffer met nog drie schoten.

Wild schietend rennen de indringers de vergaderzaal binnen. De aanwezigen werpen zich op de grond en vrezen dat hun laatste uurtje heeft geslagen. Maar dan stoppen de pistoolsalvo’s. 

De leider van de terroristen, de mollige man, stapt met een zelfgenoegzame blik op zijn gezicht naar voren. Hij geniet duidelijk van de situatie. ‘Mijn naam is Carlos,’ zegt hij. ‘U kent me vast wel.’

De jonge marxist

Carlos of ‘de Jakhals’, zoals hij ook wordt genoemd, heet eigenlijk Ilich Ramírez Sánchez. Hij werd op 12 oktober 1949 geboren in Venezuela. 

Zijn vader was de marxistische advocaat José Ramírez Navas – een welgesteld man. Carlos’ moeder was de diepkatholieke Elba Maria. Beide ouders verwenden hun kinderen door en door.

Josés grote voorbeeld was Vladimir Iljitsj Lenin, de leider van de Russische Revolutie. Daarom noemde hij zijn drie zonen Vladimir, Ilich en Lenin.

Het jaar voordat Ilich werd geboren, viel de Venezolaanse regering door een militaire coup. De jongen groeide op in een land van geweld, corruptie en grote klassenverschillen en nam de ideeën van zijn vader over – vooral toen hij in 1962 op het Liceo Fermín Toro begon, een school met vooral linkse leerlingen.

Ilich nam vaak aan demonstraties deel. Het leger en de politie gebruikten wapenstokken en traangas tegen de demonstranten, die antwoordden met stenen en molotovcocktails.

José vreesde voor de veiligheid van zijn kinderen en stuurde zijn gezin in 1966 naar Londen, waar de jongens naar goede privéscholen gingen. 

Na hun eindexamen meldden Ilich en Lenin zich aan bij de internationale Patrice Lumumba-universiteit in Moskou. Deze universiteit nam duizenden jongeren aan van over de hele wereld.

De familie Ramírez was geen lid van de communistische partij in Venezuela, omdat José het op een paar belangrijke punten oneens was met de standpunten ervan. 

Wel onderhield hij al jaren een persoonlijke vriendschap met de twee oprichters van de partij, en dankzij die connectie werden Ilich en Lenin ondanks dat ze geen lid waren ingelijfd bij de delegatie van de Venezolaanse communistische partij in Moskou.

Op vrouwenjacht in Moskou

Begin 1968 begon de 19-jarige Ilich in Moskou met de studies wiskunde en scheikunde. Het waren echter niet de colleges of de kennismaking met de sovjetsamenleving die de meeste indruk op hem maakten, maar de meisjes. 

De internationale universiteit was in Ilichs ogen één groot speelparadijs met mooie meisjes uit alle werelddelen. Hij voelde zich als een kind in een snoepwinkel en begon systematisch het grote aanbod aan jonge vrouwen af te werken.

Sommige meisjes wezen Carlos af, maar vaker had hij succes. Soms had hij twee of drie vriendinnetjes tegelijk. Met zijn mollige voorkomen was Ilich geen schoonheid, maar hij ontpopte zich als een ware Don Juan. Veel meisjes beschreven hem als uiterst charmant.

De jonge Carlos werd door zijn vader en moeder (links) flink verwend en leefde er als een playboy op los.

© Reuters/Scanpix

Terwijl Ilich zich uitleefde in Moskou, vochten guerrillaleider Douglas Bravo en zijn mannen in de bergen van Venezuela. De communistische partij van het land, die de voorkeur gaf aan een politieke strijd met vreedzame middelen, wees hun acties af.

Maar Ilich bewonderde Bravo en besloot een geheime groep op te richten die zich na verloop van tijd bij hem zou aansluiten. Ilich was het studeren al beu. Het beroep van guerrillastrijder trok hem zeer aan, en hij hoopte in het Midden-Oosten samen met zijn kameraden een militaire training te kunnen doorlopen.

Op de universiteit had Ilich een Palestijnse student ontmoet die lid was van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina, het PFLP. Die had de juiste contacten.

De plannen raakten in een stroomversnelling toen Ilichs geheime groep werd ontdekt en hij samen met ongeveer 20 andere Venezolanen de Sovjet-Unie uit werd gezet.

Gerekruteerd door het PFLP

In juli 1970 kwam Ilich aan in Beiroet, en slechts een paar weken later bevond hij zich in een PFLP-trainingskamp in Jordanië. De eerste stap in de duistere wereld van het terrorisme was gezet.

Het PFLP had zo’n 6000 gewapende mannen in Jordanië en acteerde enige tijd als een soort staat in een staat. 

Maar toen het Jordaanse leger aanstuurde op openlijke oorlog, kreeg Ilich te horen dat zijn trainingskamp werd ontruimd en dat hijzelf moest vertrekken. De Palestijnen konden niet langer instaan voor de veiligheid van hun gasten.

Ilich, die er nog maar een paar weken was, protesteerde. Hij was niet helemaal naar het Midden-Oosten gekomen om alleen maar te leren hoe een kalasjnikov werkt. Hij wilde de volledige training doorlopen. 

Uiteindelijk gaf de leiding hem toestemming om verder te trainen in een ander kamp. Op één voorwaarde: hij moest zich aansluiten bij het PFLP, met alles wat daarbij hoorde. Ilich zei meteen ja, en daarmee was de tweede stap gezet. 

De jonge Venezolaan was nu volwaardig lid van een terroristische organisatie die een paar weken later de wereld op zijn kop zou zetten.

Zoals verwacht kwamen het PFLP en het goed uitgeruste Jordaanse leger in oorlog. Ilich en zijn kameraden vochten wat ze konden, maar hadden geen kans. 

Op het laatst waren er nog 200 van de 6000 PFLP-strijders over. Ilich werd naar Londen gestuurd om zich aan te sluiten bij het Commando Boudia, de Europese afdeling van het PFLP.

Debuut als terrorist

Terug in Londen werd Ilich herenigd met zijn familie, die niets wist van zijn avontuur in het Midden-Oosten. Zijn ouders dachten dat hij op rondreis was geweest in Europa. 

Om hun een plezier te doen ging Ilich weer studeren, maar het grootste deel van zijn tijd hing hij de playboy uit in de hipste nachtclubs van Londen. Geld kreeg hij van papa.

Het duurde lang voor het PFLP een beroep op Ilich deed. Hij was niet bij het bloedbad van München tijdens de Olympische Spelen van 1972 betrokken. Eind 1973 kreeg hij zijn eerste opdracht: de prominente zionist en zakenman Joseph Edward Sieff vermoorden.

Op 30 december belde Ilich bij Sieff aan. Toen er werd opengedaan, stormde hij met een pistool in zijn hand naar binnen en schoot Sieff van dichtbij door het hoofd. De man viel neer, maar Ilich had zijn werk niet goed gedaan. 

De kogel had het slachtoffer net onder de neus geraakt in plaats van in het voorhoofd. Sieff leefde nog. Ilich probeerde nogmaals te schieten, maar toen zijn pistool twee keer haperde, ging hij er snel vandoor. 

De zakenman overleefde de aanslag, maar Ilich had zijn nogal povere debuut als terrorist gemaakt.

Carlos krijgt het commando

In 1974 steeg Ilich een trede op de PFLP-ladder toen de Japanse terrorist Yoshiaki Yamada werd gearresteerd in Parijs. Yamada behoorde tot het Japanse Rode Leger, dat nauw samenwerkte met het PFLP. 

Het was voor het PFLP dan ook van wezenlijk belang om hem te bevrijden voordat hij uit de school kon klappen. De missie werd toevertrouwd aan Ilich, die op dat moment in Parijs woonde. 

Hij had nooit eerder een grote operatie geleid, maar nu zou hij kunnen bewijzen wat hij waard was.

De terroristen besloten om de Franse ambassade in Den Haag te bestormen en de medewerkers te gijzelen, zodat ze iets hadden om mee te onderhandelen. De missie zou worden uitgevoerd door drie Japanners, terwijl Ilich klaarstond voor eventuele ondersteunende actie.

Op 13 september 1974 drongen de Japanners de ambassade binnen en gijzelden ze 11 mensen, die ze dreigden te doden als Yamada niet vrijgelaten werd. 

De situatie raakte in een impasse toen Frankrijk zei Yamada op grond van internationale wetgeving te zullen doodschieten als de gijzelaars iets overkwam.

Carlos lost het op met granaten

Daarop besloot Ilich dat het tijd was om in actie te komen. Op zondagmiddag 15 september liep hij met een pistool en twee handgranaten op zak het drukke café Le Drugstore op de Boulevard St. Germain in Parijs binnen.

Terwijl hij door het café liep, zag Ilich diverse families met kinderen aan de tafels zitten, maar dat bracht hem niet op andere gedachten. Zonder aarzelen liep hij de trap naar de eerste verdieping op, trok de pin uit een van de granaten en wierp die naar beneden.

Een paar seconden later klonk er een oorverdovende knal en veranderde het café in een chaos. Granaatscherven en stukken aardewerk vlogen in het rond. Twee mensen overleden ter plekke en er raakten er meer dan 30 gewond. 

Overal klonk gegil. Over een trolley hing een in tweeën gereten lichaam en een kind rende krijsend rond met nog maar één hand.

En Ilich – die wandelde rustig over de Boulevard St. Germain, sloeg een hoek om, en nog een. Terwijl de sirenes van tientallen hulpdiensten naderbij kwamen, verdween hij in de wirwar van straten in de grote stad. 

Kort na de actie belde hij vanuit een telefooncel. Yamada moest onmiddellijk worden vrijgelaten, anders was een volle bioscoop het volgende doelwit.

De Fransen zwichtten. Yamada en de terroristen op de ambassade kregen een vliegtuig ter beschikking, waarmee ze naar Syrië vlogen. Deze slag was voor Ilich, maar de prijs was hoog: hij had een grens overschreden en hoefde niet meer op begrip of vergeving te rekenen. 

Als hij in het verleden al een geweten had gehad, dan was dat nu verdwenen. Ilich Ramírez Sanchez bestond niet langer. Vanaf nu was er alleen nog maar Carlos – een zware crimineel die er niet voor terugschrok onschuldige mensen om het leven te brengen.

De Jakhals maakte vaak fouten. Zo liet hij op plaatsen delict een paspoort en wapens achter.

© AP/Polfoto

Saddam kan Carlos gebruiken

Met zijn laatste actie was Carlos de meest gevreesde terrorist ter wereld geworden. Wereldwijd werd hij door de media afgeschilderd als een uiterst professionele, ijskoude moordenaar. 

Maar veel van wat er werd geschreven, was volkomen uit de lucht gegrepen. Bijvoorbeeld dat hij over een kleine atoombom beschikte of dat hij in het verleden een KGB-agent was geweest.

De echte Carlos was heel anders dan de mythe die binnen de kortste keren werd gevormd. Hij had nooit voor de KGB gewerkt en natuurlijk had hij geen kernbom. Ook zijn reputatie ‘uiterst professioneel’ te zijn was te veel ‘eer’. 

In veel opzichten was hij een amateur, die de simpelste operaties verprutste. Hij ging roekeloos en slordig te werk, en bracht zijn kameraden meer dan eens onnodig in gevaar.

Carlos’ meerdere was de Palestijnse Wadi Haddad, hoofd van de extreemste vleugel van het PFLP. Hij kende Carlos’ tekortkomingen, maar kon de mythe die rondom hem hing goed gebruiken voor zijn terreurcampagne. Hij deed dan ook zijn best om die in leven te houden – alles om het Westen bang te maken.

Haddad werkte voor de Irakezen, en de aanslag van het PFLP op de OPEC gebeurde dan ook in opdracht van de Iraakse dictator Saddam Hoessein. 

De wapens voor de actie werden als diplomatieke post naar de Iraakse ambassade in Wenen gestuurd, en Saddam wees hoogstpersoonlijk de leider aan van de operatie: Carlos.

De olieprijs was destijds bevroren, maar Saddam had een prijsstijging nodig om een oorlog tegen Iran te financieren. 

De Saoedi-Arabische olieminister sjeik Zaki Yamani, volgens Saddam een ‘smerige lakei van de VS’, was tegen de prijsstijging. Daarom wilde Saddam hem en de olieminister van Iran om laten brengen. Zo luidde de geheime agenda van de operatie in Wenen.

Carlos is idealist af

De OPEC-gijzeling werd de belangrijkste actie van Carlos en verliep buitengewoon dramatisch. De andere Oostenrijkse agent, die niet door de terroristen was opgemerkt, sloeg snel alarm via de telefoon. 

Binnen vijf minuten stormde een eenheid van het Oostenrijkse antiterrorismekorps het gebouw binnen. Er ontstond direct een vuurgevecht met een van de zes terroristen, de Duitser Hans Joachim Klein, die levensgevaarlijk gewond raakte. 

Maar toen gooide een van de andere terroristen een handgranaat en trokken de veiligheidstroepen zich ijlings terug.

De terroristen eisten dat er op de Oostenrijkse radio een verklaring werd voorgelezen. Bovendien wilden ze de volgende ochtend met een bus naar het vliegveld worden gebracht, waar een volgetankt vliegtuig moest klaarstaan. 

De eindbestemming was Jemen, maar eerst zouden ze wat tussenstops maken. Onder andere in Tripoli, zodat het zou lijken of de Libische dictator Muammar Gaddafi achter de gijzeling zat.

Onder druk van bijna alle olielanden gaf Oostenrijk toe aan de eisen. De volgende ochtend vertrok het vliegtuig naar Algiers, waar werd getankt en 30 gijzelaars werden vrijgelaten. Maar daarna ontstond er een probleem: Libië wilde geen toestemming geven om te landen. 

Dat gebeurde pas nadat Carlos de Libische olieminister gedwongen had om zijn landgenoten via de radio te smeken. In Libië wilde Carlos een Boeing 707 bemachtigen, maar die wilden de Libiërs hem niet geven.

Daarom vlogen ze weer terug naar Algiers. De president van Algerije, Boumédienne, slaagde erin een deal te sluiten met Carlos. De praatgrage terrorist had zich laten ontglippen dat de Saoedi-Arabische en Iraanse minister het niet zouden overleven. 

Maar de Algerijnse onderhandelaars overtuigden Carlos ervan dat Wadi Haddad hem in dat geval niet zou kunnen beschermen. Algerije bood Carlos asiel aan als hij in plaats van de ministers om het leven te brengen losgeld zou vragen.

Carlos hapte toe en eiste 10 miljoen dollar per leven. Het geld moest niet worden uitbetaald aan het PFLP, maar aan hemzelf. Saoedi-Arabië en Iran zegden toe te betalen, en de nationale bank van Algerije schoot het voor. 

Zo werd de situatie opgelost zonder verdere slachtoffers, maar Carlos was met het oog op persoonlijk gewin tegen een direct bevel ingegaan en had de zaak waarvoor hij beweerde te vechten verraden. 

Hiermee was de idealist Ilich geheel getransformeerd tot de crimineel Carlos, die de komende decennia dood en verderf zou zaaien in het Westen.

’s Werelds gevaarlijkste man liep 20 jaar vrij rond

In de jaren 1970 en 1980 verdient Carlos zijn brood als terrorist.Door zijn aanvallen op westerse landen wordt hij een gezocht man.

December 1975: Carlos valt het OPEC-hoofdkantoor in Wenen binnen en vliegt met gijzelaars naar Algerije.

September 1976: Carlos wordt in Joegoslavië opgepakt en naar Irak gestuurd. Hij reist naar Zuid-Jemen en bouwt zijn eigen terreurorganisatie op.

Februari 1981: De Oost-Duitse Stasi huurt hem in om het kantoor van Radio Free Europe in München te verwoesten.

1982-1983: Om zijn gearresteerde vriendin vrij te krijgen begint Carlos een terreurcampagne tegen Frankrijk. Het eerste doelwit is de TGV Parijs-Toulon. De twee jaar terreur eisen 11 levens.

1984-1985: Carlos doet klussen voor verschillende Arabische dictators en voor de Roemeense inlichtingendienst Securitate. Hij verhuist diverse keren.

Winter 1985: Met zijn familie en de terreurgroep woont Carlos in Hongarije. Onder druk van het Westen zet het land hem uit, waarna hij naar Syrië vlucht.

September 1991: Tijdens de Eerste Golfoorlog valt de VS Irak aan, waarop dit land Carlos probeert in te huren voor terreuraanslagen op Amerika. Daardoor zet Syrië, dat de VS steunt, Carlos het land uit. Vervolgens vlucht hij naar Khartoem in Soedan.

Augustus 1994: Carlos krijgt Soedanese lijfwachten die hem moeten beschermen. Ze leveren hem echter uit aan de Franse inlichtingendienst.

December 1997: De rechter acht Carlos schuldig aan een drievoudige moord die hij in 1975 in Parijs heeft begaan. Hij krijgt levenslang.

Op 23 december 1997 kreeg Carlos levenslang. Hij zit de straf uit in Frankrijk.

© Corbis/All Over

Bekijk ook ...