Op Sicilië werden honderden vermeende leden van de maffia tijdens grote showprocessen berecht.

© Ulstein Bild/Getty Images

Mussolini rekende af met de maffia

De fascisten zijn net aan de macht in Italië als de Siciliaanse maffia Mussolini beledigt. Il Duce geeft één man de vrije hand om de criminele organisatie met wortel en tak uit te roeien. De politie schuwt geen middel: gijzeling en marteling zijn geoorloofd in de keiharde klopjacht op de misdadigers.

22 december 2017 door Julie Hjerl Hansen & Jannik Petersen

Benito Mussolini vaart in mei 1924 naar Sicilië aan boord van een marineschip. Het is een sterk staaltje machtsvertoon van de kersverse premier van Italië: hij wordt begeleid door vliegtuigen, onderzeeërs en talloze soldaten.

Als Mussolini en zijn gevolg door de straten van Piana dei Greci wandelen, vraagt de burgemeester – de beruchte maffiabaas Don Francesco Cuccia – wat hij met al die bewakers moet. Mussolini wordt immers beschermd door Cuccia.

Die vileine opmerking werkt op de premier als een rode lap op een stier. Hij heeft zichzelf neergezet als de sterke man van Italië, en al zal het nog een paar jaar duren voor hij dictator wordt, hij verklaart de Siciliaanse maffia de oorlog.

Als Mussolini de maffia zou weten uit te roeien, was niet alleen zijn eer gered, maar zou zijn fascistische partij, die maar weinig steun heeft op Sicilië, zich veel geliefder maken bij het volk.

Misdadigers regeren eiland

Toen Mussolini in 1924 aankwam op Sicilië, was het eiland stevig in handen van de maffia. In de meeste steden trok de georganiseerde misdaad in feite aan de touwtjes. 

De politie en de inwoners stonden machteloos. Alleen al in de plaats Marsala waren er het afgelopen jaar 216 moorden gepleegd, zo kwam Mussolini ter ore.

In de provincie Trapani, waar Marsala ligt, was het wetteloosheid troef. Elk jaar werden er zo’n 700 inwoners vermoord en 30.000 stuks vee gestolen.

In 1924 schreef een krant dat de provincie aan de rand van de afgrond stond. Al twee weken na zijn bezoek benoemde Mussolini Cesare Mori, die opgeleid was aan de militaire academie, tot prefect – hoogste ambtenaar – van Trapani.

Mori had eerder jacht gemaakt op misdadigers op Sicilië en stond toen bekend om zijn keiharde aanpak. In een telegram gaf Mussolini hem de vrije hand: ‘Uwe excellentie heeft carte blanche. 

Het gezag van de staat moet absoluut, ik herhaal, absoluut, hersteld worden op Sicilië. Als bestaande wetgeving u daarbij hindert, dan maken we nieuwe wetten.’

Dat liet Cesare Mori zich geen twee keer zeggen. Hij spoedde zich naar het eiland en stortte zich op zijn taak. 

Hij wilde de maffiosi niet alleen oppakken en in de gevangenis gooien; ze moesten voor het oog van de wereld vernederd en bespot worden. Alleen dan zouden de

Sicilianen niet meer bang voor hen zijn.

Als eerste vaardigde Mori een decreet uit waarmee hij alle wapenvergunningen in Trapani introk. Iedereen die op heterdaad met een vuurwapen werd betrapt, kon vanaf nu gearresteerd worden.  

Het bergstadje was de perfecte schuilplaats. Mori viel het maffiabolwerk Gangi binnen, maar dat was gemaakt voor voortvluchtige misdadigers. Kik op de illustratie voor meer informatie over de strijd tussen de politie en de maffia. 

Mori krijgt heel Sicilië onder zich

Een klein jaar later benoemde Mussolini Mori tot prefect van Palermo en gaf hij hem de bevoegdheid om op heel Sicilië achter maffiosi aan te gaan.

Mori riep meteen een speciale eenheid in het leven die in alle negen provincies van het eiland op misdadigers mocht jagen. De Siciliaanse politie mocht alleen in de eigen provincie opereren.

De eenheid bestond uit politieagenten, carabinieri – leden van de gendarmerie – en gewapende fascisten, de zogenoemde Zwarthemden. 

Er werden groepen van 25 man gevormd met vertegenwoordigers van elk van de drie korpsen. Volgens Mori moesten de Zwarthemden ‘direct betrokken zijn bij de politieoperatie en openlijk en moedig deelnemen aan het beteugelen van de maffia’. 

Het was Mussolini en Mori er niet alleen om te doen de misdadigers achter de tralies te krijgen: ze wilden vooral daadkracht tonen en bewerkstelligen dat de burgers van Sicilië het fascisme zouden zien als de enige garantie voor veiligheid.

Mori voerde zijn grootste actie uit op 28 november 1925, toen 62 gezochte mannen die banden met de maffia zouden hebben werden aangehouden in de Madoniebergen ten oosten van de hoofdstad Palermo. 

Twee weken later sloegen de eenheden in het midden van het eiland toe, waar 142 mensen werden opgepakt in de plaats Piazza Armerina.

Voor Mori maakte het niet zo veel uit wie er precies werden gearresteerd en waarvoor. In Palermo liet hij een groep jonge, goed geklede mannen met dure auto’s van de straat halen. 

Deze Palermo viveurs konden hun bezittingen niet op wettige wijze hebben verworven, zo dacht Mori, en hij sloot 20 van hen op. Diezelfde avond werden in Palermo 300 mensen met een strafblad aangehouden.

Het waren vast recidivisten die allang weer op het verkeerde pad waren geraakt, redeneerde Mori. In december vaardigde de IJzeren Prefect, zoals hij inmiddels werd genoemd, een decreet uit dat taxichauffeurs verplichtte zich te registreren bij de autoriteiten en een legitimatiebewijs in de auto te hebben.

Die maatregel moest een einde maken aan de praktijk van de zuinaggio, waarbij de maffia zieken naar valse artsen reed, die hen vervolgens beroofden.

Gunstige pers was volgens Mori de sleutel tot een succesvolle operatie, en de IJzeren Prefect bleef in Palermo om bereikbaar te zijn voor verslaggevers toen in januari 1926 zijn tot dan toe belangrijkste operatie van start ging.

Terwijl de sneeuw neerdaalde op het bergstadje Gangi, 80 kilometer ten zuidoosten van Palermo, kwamen 800 van Mori’s mannen op nieuwjaarsdag in actie.

Toen ze de plaats binnen- gedrongen waren, waren de straten leeg, en een grondige doorzoeking van de huizen leverde geen maffiosi op. Die zaten in geheime ruimtes af te wachten tot de speciale eenheid er genoeg van had en terugging naar Palermo.

Op 2 januari kregen de agenten echter weer een sprankje hoop toen de oude maffiabaas Gaetano Ferrarello, bekend als de ‘koning van de Madonie’, zich overgaf.

De politie dacht dat de andere leden van de plaatselijke maffia snel zouden volgen, maar dat gebeurde niet. 

Vrouwen en kinderen gegijzeld

Mori droeg zijn mensen op de familie van de maffiosi te gijzelen en hen onder barre omstandigheden onder te brengen, bijvoorbeeld in een armenhuis.

Als de familie afgevoerd was, moesten agenten de huizen betrekken, zodat de maffioso die er verstopt zat vanuit zijn schuilplaats zou horen dat de politie in zijn bed sliep en aan zijn tafel at. 

Deze strategie wierp al snel zijn vruchten af: de verdachten gaven zich bij bosjes over. Tegenover journalisten schepte Mori op dat het ultimatum dat hij in de straten van Gangi had geroepen de doorslag had gegeven: 

‘Ik beveel hierbij iedereen die voortvluchtig is zich binnen 12 uur over te geven. Na die termijn zullen strenge maatregelen genomen worden jegens uw familie, bezittingen en handlangers.’

De verslaggevers hoorden niets over de gijzelingen van vrouwen en kinderen, noch over de afspraak die Mori in het geheim had gemaakt met baron Sgadari, die in contact stond met de maffia.

Mori had de baron beloofd dat alle misdadigers die zich vrijwillig meldden er goed vanaf zouden komen, en Sgadari gaf die informatie door via een geheim netwerk. 

Maar toen de maffiosi van Gangi voor de rechtbank stonden, was Mori zijn toezegging alweer vergeten.

Onschuldigen belandden in het gevang

De Siciliaanse politie had jarenlang vergeefs geprobeerd de maffia te bestrijden. Mori schuwde geen middel om de criminelen achter de tralies te krijgen, maar hij maakte veel onschuldige slachtoffers:

  • Preventieve arrestatie:

     Mori liet soms honderden mannen in één keer oppakken. Iedereen in het huis of in de buurt van een vermeend maffialid werd door de politie meegenomen.

  • Marteling

    :
    De agenten van Mori dwongen bekentenissen af met marteling. Ze gebruikten vaak een casetta – een houten kist waarin de gevangene werd vastgebonden. De kist werd in zout water gelegd en de verdachte kreeg slaag.

  • Manipulatie van getuigen: 

    De politie liet getuigen vaak een lijst zien waar namen van beruchte maffiosi op zouden staan. In de rechtbank ‘herkenden’ de getuigen hen vervolgens en wezen hen als verdachten aan.

Mori beleeft triomfen

Op 10 januari wilde Mori een politiek slaatje slaan uit de arrestaties in Gangi, die nog in volle gang waren. 

De IJzeren Prefect verscheen in zware legerlaarzen in het stadje en stak een donderpreek af vanaf het balkon van het raadhuis. Hij trok van leer tegen beschermgeld en afpersing, en riep de inwoners op zichzelf te verdedigen.

Volgens de fascistische kranten barstte er een luid gejuich los en hadden de toeschouwers grote borden met fascistische leuzen. 

Eén journalist schreef zelfs dat Mori ‘als een echte Hercules zijn 12 werken heeft verricht. Hij heeft het beest onthoofd, en het volk juicht de grote veroveraar luid toe.’

Andere kranten meldden dat er maar weinig mensen bij het raadhuis stonden en dat Mori koeltjes ontvangen was.

In Gangi werden volgens Mori 130 gezochte maffiosi en 300 handlangers van de maffia aangehouden.

Deze ‘handlangers’ waren in werkelijkheid vaak willekeurige familieleden van de maffiosi die in hechtenis genomen werden wegens ‘criminele contacten’.

Tegen de minister van Binnenlandse Zaken, Luigi Federzoni, loog Mori over zijn resultaten: ‘De personen die wegens medeplichtigheid worden gearresteerd, worden altijd van een concrete misdaad beschuldigd.’ 

Maar vaak was hun enige misdaad dat ze een huis hadden gedeeld met een vermeend maffialid.

Tijdens een nieuwe, grote actie, in de plaats Corleone, wist de politie slechts 59 man op te pakken voor een concrete misdaad, terwijl 69 anderen aangeklaagd werden wegens medeplichtigheid.

In de maanden na de belegering van Gangi voerden de mannen van Mori in de ene plaats na de andere klopjachten uit. 

Maffiabazen, kruimeldieven en toevallige voorbijgangers werden in de boeien geslagen. Hoe willekeurig de arrestaties waren, bleek uit de aanhouding van een groep onschuldige zaken- lieden op doorreis.

Zij werden opgepakt in hun hotel in Corleone en meegenomen door de politie. In totaal arresteerden de agenten van Mori 11.000 Sicilianen – alleen al 5000 in de provincie Palermo.

Door altijd met een grote overmacht en zwaarbewapend uit te rukken voorkwamen de eenheden dat de maffiosi zich verzetten.

Het enige vuurgevecht vond plaats toen ze een tip kregen over de gebroeders Sacco uit Agrigento.

Die behoorden niet tot de maffia. Hun vader was zelfs geliquideerd door de georganiseerde misdaad omdat hij zich niet liet afpersen.

Maar vanwege de anonieme tip, vermoedelijk van plaatselijke maffia-leden, werden de vijf broers bestempeld als maffiosi en kregen ze de schuld van talloze overvallen en berovingen.

Mori nam de tip voor waar aan en zijn agenten gingen in een hinderlaag liggen.

Toen de gebroeders Sacco verschenen – gewapend met geweren, zoals ze al jaren de maffia op afstand hielden – opende de politie het vuur. De broers gaven zich over toen een van hen gewond raakte.

Alle broers werden tijdens een showproces tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens maffia-activiteiten. 

De speciale agenten van Mori verschenen altijd in groten getale en zwaarbewapend.  

© Polfoto

Fascisten zijn bang voor vrijspraak

De rechtszaken tegen de duizenden vermeende maffiosi dreigden een probleem te worden voor Mori, die bang was dat de bewijzen niet overeind zouden blijven en er vrijspraak zou volgen.

Er moest iets gebeuren, anders zou de fascistische regering gezichtsverlies lijden.

Mussolini had de bui al zien hangen en stuurde de meedogenloze openbaar aanklager Luigi Giampietro naar Sicilië om een collega te vervangen die volgens de premier te zwaar tilde aan bewijzen.

Giampietro was een rouwdouwer die vond dat ‘vriendelijkheid wordt uitgelegd als zwakheid, waardoor misdadigers maar arrogant worden’.

Mori haalde Giam­pie­tro stiekem over om veel waarde te hechten aan getuigen-verklaringen van de speciale agenten en andere politiemensen, ook al was er geen ander bewijs te vinden.

In een brief aan de aanklager schreef hij: ‘Niemand mag mild gestraft worden.’

Van de 11.000 mensen in het huis van bewaring waren een paar honderd daadwerkelijk lid van de maffia – en meestal waren het de loopjongens. 

Verreweg de meeste anderen waren kruimeldieven die niets met de maffia te maken hadden of onschuldigen. Van de 430 arrestanten uit Gangi zagen er 154 een rechter. De rest moest worden vrijgelaten.

De 154 mensen die in het beklaagdenbankje kwamen, kregen een rommelig en overhaast showproces, dat begon op 4 oktober 1927. Ze zaten allemaal achter de tralies in het gerechtsgebouw van de Siciliaanse stad Termini Imerese.

In slechts zes weken werden ze verhoord en legden 300 ooggetuigen in een rap tempo hun verklaringen af, want Mussolini, die inmiddels dictatoriale bevoegdheden had, eiste snelrecht.

Uiteindelijk werden slechts acht verdachten vrijgesproken. Zeven kregen er levenslang en de rest tussen de 5 en 30 jaar cel. 

Een slager kreeg celstraf omdat de maffiosi soms in zijn zaak overlegden terwijl ze in de rij stonden. Een ander draaide de bak in omdat hij volgens een ooggetuige ‘socialistische activiteiten in Corleone bestreed, en dat doet alleen de maffia’.  

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen

Mori gaat boekje te buiten

Mori was vijf jaar actief op Sicilië en kreeg 1200 vermeende maffiosi achter de tralies. Een onbekend aantal werd naar het vasteland gestuurd. Hoewel het vooral om kleine vissen ging, hakte de klopjacht er stevig in bij de echte maffia- bazen, die veelal hun criminele loopbaan staakten of hun toevlucht zochten in het buitenland, vooral de VS.

Al belandden er veel onschuldigen in de gevangenis, de macht van de maffia nam af en de misdaad op Sicilië kelderde.

Zo werden er in het jaar voor de komst van Mori 224 moorden gepleegd in de provincie Palermo. In 1929, na vijf jaar strijd tegen de maffia, werden er maar vijf mensen vermoord. Het aantal roofovervallen daalde van 312 in 1923 tot slechts drie in 1929, terwijl het aantal gevallen van afpersing daalde van 72 tot één.

Nu de misdaad was afgenomen, had Mori tijd om het gerucht te onderzoeken dat fascistische kopstukken op Sicilië omgekocht waren door de maffia. Hij wist er een paar ontslagen te krijgen voordat Mussolini ingreep. 

Op 23 juni 1929 ontving Mori zijn ontslagbrief. In beleefde zinnen bedankte Il Duce hem voor een ‘lange, lovenswaardige inzet’.

Als pleister op de wonde kwam Mori in de Senaat, maar hij bleef tot zijn dood in 1942 nijdig over zijn ontslag. 

Lees ook

Christopher Duggan: Fascism and the Mafia, Yale Uni. Press, 1989. Cesare Mori: The Last Struggle with the Mafia, Black House Publishing, 2016. 

Bekijk ook ...