Jarenlang plunderde Zwartbaard in het Caribisch gebied koopvaardijschepen. Op 22 november 1718 was zijn laatste strijd.

© DK Images & Polfoto/Corbis

Zwartbaards slachtoffers gaven zich over uit angst

In één jaar werd Zwartbaard de beroemdste en beruchtste zeerover in de geschiedenis. Alleen al door de verhalen over zijn wreedheid en bloeddorst gaven schepen zich zonder strijd over. Maar privé begaf hij zich in hogere kringen, en er is geen bewijs dat hij mensen doodde.

7 februari 2018 door Jan Ingar Thon

Zelden zagen de gasten zo’n mooi feest in de kolonie Carolina. De grote zaal werd door flonkerende kaarsen verlicht, en een lange tafel was met kostbare wijnen beladen. 

Het puikje van de gezeten burgerij in Carolina, met poederpruik en in kleurrijke jasjes en robes, bewoog zich rond het middelpunt van het gezelschap: de machtige gouverneur Charles Eden en zijn gade.

Opeens gingen de deuren open. Een rijzige, forse, in het zwart geklede figuur banjerde naar binnen. Om zijn middel hing een riem met zes pistolen en een lange sabel. 

Opvallender was echter zijn gezicht, deels bedekt door een enorme zwarte baard, met vlechten die hij achter zijn oren had gestoken. 

Tussen de wilde baard en borstelige wenkbrauwen glinsterden twee zwarte priemende ogen die de voorname gasten monsterden. 

Langzaam keek hij om zich heen en stapte toen recht op de gouverneur af. Deze glimlachte en boog hoffelijk voor de eregast: Zwartbaard, de beruchtste van alle zeeschuimers.

EDWARD TEACH – beter bekend als Zwartbaard – was een meester in imagebuilding. Zijn vlag bevatte alle gebruikelijke piratensymbolen: geraamte, wapen en zandloper.

© DK Images

Soldaten werden zeerover

Edward Teach, of Zwartbaard, was een van de duizenden zeelui die deelnamen aan de Spaanse successieoorlogen.

Zij hadden geen inkomen meer toen de oorlog in 1713 voorbij was. Teach had gediend op een Brits kaperschip in de Caribische wateren en vele vijandelijke schepen buitgemaakt.

De overstap naar de zeeroverij leek vanzelfsprekend.

Met zijn ervaring en imposante voorkomen vond hij makkelijk werk. In de stad Nassau op de Bahama’s, begin 18e eeuw een broeinest van zeeroverij, kon hij aanmonsteren bij Benjamin Hornigold, in die tijd een van de moedigste en beruchtste piraten. 

De door de wol geverfde Hornigold was onder de indruk van Teach’ durf en koelbloedigheid en bevorderde hem algauw tot onderbevelhebber. 

Teach kreeg het bevel over een van Hornigolds schepen, en al spoedig waren de twee mannen de meest succesvolle piraten van de Cariben.

Ondanks hun voorspoed ging in 1717 echter ieder zijns weegs. Hornigold had waarschijnlijk genoeg van het piraten­leven en wilde zich vestigen als herenboer. 

De twee gingen als vrienden uit elkaar: de mannen drukten elkaar de hand en zeilden elk een kant uit. Teach kreeg als afscheidsgeschenk het Franse slavenschip Le Concorde.

Tot dat moment was Teach een vij succesvolle zeerover geweest. Na het afscheid van Hornigold begreep hij dat hij iets buitengewoons moest bedenken om nog over de Caribische wateren te kunnen blijven heersen. De tijd was rijp om een legende te scheppen.

Eerst vormde hij Le Concorde om tot een angstaanjagend piratenschip, uitgerust met 40 kanonnen en een bemanning van 300 koppen. 

Toen kreeg het schip een andere naam: Queen Anne’s Revenge. De gedaanteverandering van Le Concorde was voltooid. Al spoedig zou de wereld kennismaken met Teach’ tweede vinding: de piraat Zwartbaard.

Een legende ontstaat

Kapitein Christopher Taylor van koopvaardijschip The Great Allen maakt zich klaar voor de onvermijdelijke aanval. 

Al enige uren wordt hij gevolgd door een piratenschip, en nu varen ze zij aan zij. 

The Great Allen is groot, goedgewapend en in staat om zich te verdedigen, dus Taylor is vol goede moed. Maar als hij het piratenschip nader beschouwt, slaat de schrik hem om het hart.

Op het dek staat een ijselijke gestalte, in het zwart gekleed en bewapend met pistolen en een zwaard. Zijn hoofd is in rook gehuld, als was hij een demon uit de hel. 

Vooral zijn gelaat maakt indruk: begroeid met een grote, wilde baard, met vlechten die met kleurige linten versierd zijn. 

In een tijd waarin gladde wangen het beeld bepalen hebben alleen gekken en wildemannen een baard. 

Taylor beseft wel dat zijn mannen geen genade krijgen van deze knettergekke, onberekenbare misdadiger als ze tegenstand bieden, en geeft zich direct over.

Teach bereikt hiermee datgene wat hem voor ogen stond toen hij Zwartbaard schiep. Als hij zijn slachtoffers slechts schrik hoeft aan te jagen om ze tot overgave te brengen, hoeft hij schip, bemanning en ook – zeker zo belangrijk – buit niet aan gevaar bloot te stellen.

De bemanning op The Great Allen vreest het ergste. Maar in plaats van afgeslacht te worden krijgen ze bevel om in een jol aan land te gaan. 

Terwijl ze de kust naderen, kijken ze geschokt toe hoe de piraten hun prachtige, kostbare schip in de hens steken en hoe het in lichterlaaie ten onder gaat. De bebaarde piraat moet wel krankzinnig zijn!

Aan land vertellen de zeelieden opgewonden over hun vreemde lotgevallen en verspreiden het gerucht over de waanzinnige piraat met de zwarte baard, precies zoals Teach gehoopt had. 

En als de verhalen eenmaal rondgaan, worden ze steeds bloediger. 

Zwartbaard wordt van een gek een bloeddorstige, wrede moordenaar. Ook al had niemand hem ooit een mens zien ombrengen.

Reputatie deed het werk

Allengs was de verschijning van Zwartbaards zwarte vlag met het bloedende hart genoeg om de koopvaardijschepen zonder slag of stoot tot overgave te brengen. 

Niemand dorst de strijd aan te gaan met de wreedste man van de Cariben. 

En wie aarzelde, werd door kanonschoten en de aanblik van de wildeman op het dek snel overtuigd.

Econoom Peter Leeson van George Mason University in Virginia (VS) stelt na een onderzoek naar piraterij in de 18e eeuw vast dat Edward Teach wel iets weg heeft van de reclameman van nu: als een meester in imagebuilding maakte hij heel handig gebruik van zijn reputatie van koelbloedig moordenaar.

‘De naam die hij maakte was zo effectief dat hij eigenlijk nooit de dreiging die van zijn imago uitging, waar hoefde te maken,’ aldus Leeson.

De legende van de beruchte Zwartbaard leeft voort, o.a. op deze postzegel van de Britse Maagdeneilanden in de Cariben.

© Ullstein Bild

Niemand wilde tegenstand bieden

Schepen plunderen was echter voor de ambitieuze Teach niet genoeg. Hij wilde een staaltje machtsvertoon laten zien dat Zwartbaards bloedige reputatie nog eens goed zou bevestigen.

Op een meidag in 1718 doken vier schepen op in de haven van Charleston aan de oostkust van Amerika. Vanaf de kade richtten de inwoners hun kijker angstig op Zwartbaards vlag.

Al lag de haven vol schepen, niemand voer uit om met de piraat de strijd aan te gaan. Zijn reputatie was hem vooruitgezeild.

De dagen daarop werd de drukke handelshaven van Charleston geheel van de buitenwereld afgesneden. 

Alle schepen die stiekem langs wilden varen werden aangevallen. De inwoners zelf keken hulpeloos toe.

Ook toen Zwartbaard twee afgezanten stuurde om te onderhandelen, durfde niemand ze aan te vallen. De schrijver Charles Johnson schreef in 1724: 

‘De piraten liepen onbekommerd over straat voor de ogen van de inwoners, die woedend waren en hen als rovers en moordenaars beschouwden, de oorzaak van hun ongeluk en onderdrukking. Maar aan wraak durfden ze niet te denken, uit vrees nog meer ongeluk over zich af te roepen.’

De blokkade van Charleston bewees Zwartbaards reputatie als de ergste zeerover ooit. Zeelui op slechtbewapende vaartuigen tot overgave dwingen was één ding. 

Maar nu had Zwartbaard een handelsstad in Amerika op de knieën gedwongen, zonder één schot gelost te hebben. De naam, de reputatie en de zwarte vlag waren voldoende geweest.

Landvast en gezagsgetrouw

Bijna gelijktijdig met de blokkade van Charleston zeilde een groot smaldeel van Engeland naar Amerika. 

De Britse overheid was de plunderingen van de piraten in de Caribische wateren beu, en nu zouden ze er korte metten mee gaan maken. 

De zeerovers konden twee dingen doen: zich doodvechten, of het Britse aanbod van amnestie voor de piraten die zich overgaven, aannemen. 

Edward Teach zag in dat hij tegen het Britse Rijk niet op kon. Hij moest op zoek naar nieuwe jachtgebieden.

Kort daarna dook Zwartbaard op bij de gouverneur van Carolina, Charles Eden. Zwartbaard zei te overwegen het aanbod van de koning te aanvaarden en aan wal te blijven.

Zelfs als gezagsgetrouw burger wist Teach zijn reputatie als Zwartbaard uit te buiten. De belangstelling voor piraten was in het begin van de 18e eeuw groot, en in de kranten werden hun daden breed uitgemeten. Zwartbaard werd een plaatselijke beroemdheid. 

De notabelen in Carolina wilden hem ontmoeten en met hem spreken. De doorgewinterde zeerover nam ieder voor zich in met z’n hoffelijke manieren en avontuurlijke verhalen over het leven op zee.

Teach werd in de hoogste kringen thuis uitgenodigd en was eregast bij luisterrijke feesten. Hij trouwde zelfs de 16-jarige dochter van een rijke planter (naar verluidde was zij zijn 14e echtgenote), en liet de huwelijksplechtigheid door gouverneur Eden regelen.

Even leek het of Teach zijn piratenleven echt achter zich gelaten had. 

Hij ontbond zijn bemanning en gebruikte zijn enig overgebleven schip als plezierjacht voor zeiltochten in de Carolinische wateren. Maar in augustus 1718 begon het weer te kriebelen.

Teach verzamelde z’n mannen en voer naar Bermuda, waar hij twee Franse handelsschepen kaapte. Ook nu werden de levens gespaard, al pikte hij de kostbare lading in: suiker, cacao en andere exotische waren.

Terug in Carolina stuurde Zwartbaard 60 vaten met roofgoed naar de gouverneur. 

Deze besefte dat zijn vriendschap met Zwartbaard zeer vruchtbaar kon worden en keek de andere kant op toen Zwartbaard zich de koopvaardijschepen langs de kust van Carolina toe-eigende.

‘Handeldrijven’ noemde Zwartbaard dat. De zeelui op de geplunderde schepen durfden hem niet tegenspreken.

Luitenant leidde strafexpeditie

Terwijl Eden zich door Zwartbaard liet inpalmen, was de gouverneur van de buurkolonie Virginia ziedend. 

Nu het handelsverkeer in dit rijke gebiedsdeel zo onder zeeroverij te lijden had, holde de populariteit van de gouverneur hard achteruit. Dus smeedde hij een plan om Zwartbaard uit te schakelen.

Omdat de piraten zich buiten het rechtsgebied van Virginia ophielden, moest de strafexpeditie geheim blijven. 

De gouverneur rustte twee lichte, snelle schepen uit die Zwartbaard moesten verrassen zodra deze voor anker lag in de ondiepe kustwateren van Carolina. 

Het bevel was in handen van luitenant Robert Maynard, en de aanval zou op 22 november 1718 plaatsvinden.

Zwartbaard had al wat over de overval opgevangen, maar geloofde het niet echt. De nacht voor de aanval bracht hij brassend door, samen met zo’n 20 piraten die nog bij hem waren.

Toen de zon de volgende ochtend opkwam, zagen de beschonken zeerovers Maynards schepen naderen. 

Zwartbaard greep een kroes rum, hief die proostend naar de vijand en bralde over de golven: ‘Moge mijn ziel eeuwig verdoemd zijn, als ik jullie genade schenk of die van jullie krijg!’

De piraten gaven Maynards schepen de volle laag en verwondden of doodden zeker 20 man. De luitenant gaf de rest van zijn mannen vervolgens het bevel meteen onderdeks te gaan.

Toen de rook optrok, zag Zwartbaard alleen doden en gewonden. Zeker van zijn overwinning gaf hij zijn mannen opdracht de schepen te enteren. 

De piraten behingen zich met sabels, pistolen en granaten met buskruit, loden kogels en ijzersplinters, een van Zwartbaards eigen uitvindingen. 

Ze staken de lonten aan, wierpen de granaten en wachtten tot ze ontploften. Brullend bestormden ze vervolgens door de rookwolken de schijnbaar weerloze schepen.

Maar plotseling doken de niet gewonde soldaten uit de scheepsluiken op en waren de piraten in de minderheid. 

Man tegen man vochten zeerovers en soldaten met dolken, messen en de blote vuist. Velen gleden uit op het dek, dat glibberig was geworden van het bloed.

Ondanks talloze verwondingen vocht Zwartbaard door, totdat hij werd overmeesterd en afgeslacht door luitenant Maynards overmacht aan manschappen.

© Polfoto/Corbis

Zwartbaard in de nek gestoken

Tussen alle man-tegen-mangevechten stonden Zwartbaard en Maynard opeens oog in oog. Beiden trokken hun pistool en sabel. 

Zwartbaard miste, maar de kogel van Maynard doorboorde de zeeroverkapitein. Maar Zwartbaard vocht nu verbeten verder. 

Hij greep zijn sabel goed vast en verbrijzelde Maynards zwaard met een geweldige houw. Toen Zwartbaard zijn vijand af wilde maken, trof een soldaat hem in de nek. De piraat wankelde.

Maynards mannen zagen dat de reus gewond was en waagden zich langzaam dichterbij. 

Van alle kanten werd Zwartbaard door kogels en zwaardslagen geraakt, maar hij vocht door.

Verzwakt ging hij door zijn knieën. Hij trok zijn laatste pistool en bij het spannen van de haan trof hem de laatst, dodelijke slag. Zwartbaard zakte levenloos ineen.

Uiteindelijk kwam Maynard als overwinnaar uit de strijd, hij had de meest gevreesde van alle piraten gedood. Als bewijs dat hij echt dood was, hakte Maynard Zwartbaards kop eraf en liet die ophangen aan de ra van zijn schip.

De kruitdampen waren nog maar net opgetrokken of de verhalen over zijn doodstrijd verspreidden zich al. 

Volgens sommige was hij niet dood. En volgens andere zwom Zwartbaards hoofdloze lichaam zeven keer om Maynards schip om zijn vijand nog eenmaal te jennen voor het in de golven verdween.

Edward Teach had iets meer dan één jaar als zeeroverhoofdman geleefd. 

Maar in die korte tijd schiep hij een legende die elke zeeman destijds deed huiveren van angst: de legende van Zwartbaard, de bloeddorstigste piraat aller tijden.

Verdiep je in meer verhalen over de beruchte rovers van de zee met een abonnement op HISTORIA.

Lees ook

Robert Lee: Blackbeard, The History Press, 2008. Angus Konstam: Blackbeard: America's Most Notorious Pirate, John Wiley & Sons, 2006. Peter Earle: The Pirate Wars: Pirates vs. the Legitimate Navies of the World, Methuen Publishing, 2004.

Bekijk ook ...