Heel Londen was bang voor Jack the Ripper.

© Jack the Ripper Museum/Shutterstock

Jack the Ripper: seriemoordenaar zaaide angst in Londen

Het begint met een brute moord en mondt uit in een bloedbad van gruwelijke omvang. Een ongrijpbare moordenaar met een lang, scherp mes doodt ten minste vijf prostituees. De dader noemt zichzelf Jack the Ripper, maar niemand weet wie hij is.

8 december 2016 door Stine Overbye
De 43-jarige Mary Ann Nichols wordt voor het laatst gezien in de nacht van 31 augustus. Moe en dronken zwalkt de mollige vrouw over Whitechapel Road, waar ze om half 3 haar vriendin Nelly Holland tegenkomt, die ook prostituee is.

Terwijl ze steun zoekt bij een muur vertelt Mary Ann dat ze die avond drie keer zo veel heeft verdiend als ze nodig heeft voor een overnachting in haar vaste herberg – maar dat ze alles weer heeft uitgegeven aan gin.

Daarom wil ze nu proberen nog wat extra te verdienen, lispelt ze, waarna ze wankelend verder loopt, zoals altijd gekleed in haar favoriete kleren: een zwarte strohoed, een strak korset, twee onderrokken, een bruine jurk en laarzen die hun beste tijd hebben gehad.

Ongeveer een uur later ontdekt een voorbijganger een vormeloze bult op de stoep voor een deur in het donkere steegje Buck’s Row. 

De man, een treinconducteur met de naam Charles Cross, denkt in eerste instantie dat het een dekzeil is dat van een wagen gevallen is. Als hij dichterbij komt, beseft hij echter dat de bewegingloze hoop het lichaam van een vrouw is.

‘Kom eens kijken,’ roept hij tegen een andere man, die net aan komt lopen. ‘Volgens mij is ze dood.’

De twee buigen zich onderzoekend over de vrouw heen. Haar jurk en haar onderrokken zijn gekreukt en helemaal omhooggetrokken over haar heupen. Cross raakt voorzichtig haar gezicht aan. Dat voelt warm aan.

De mannen kunnen er niet achter komen of de vrouw dood is of gewoon stomdronken.

In het donker zien ze niet dat de keel van de vrouw is doorgesneden en dat er bloed uit haar lichaam naar de goot stroomt, waar haar strohoed ligt.


Een paar uur later constateert dr. Ralph Llewellyn dat Mary Ann Nichols dood is. Vroeg in de ochtend laat de arts haar lichaam naar het plaatselijke lijken­huis brengen.

Als hij een lijkschouwing uitvoert, doet Llewellyn een gruwelijke ontdekking: niet alleen is de halsslagader van de vrouw doorgesneden, haar bovenlichaam is ook opengehaald met een lange, diepe snee die van haar borstbeen naar haar onderbuik loopt. Hij kan de organen zien zitten.

Op basis van de snijwonden stelt de arts vast dat de moordenaar van Mary Ann Nichols linkshandig is.


Hij heeft zijn slachtoffer opengesneden met een lang en – in de woorden van Llewellyn – ‘vrij scherp’ mes. Wie de dader is, is onbekend. Er zijn geen getuigen en er is niemand gezien die wegvluchtte van de plaats delict. De politie heeft dus geen verdachten op het oog.

De enige informatie die het onderzoek oplevert is dat Mary Ann Nichols een alcoholiste was en de bijnaam Polly had.


Ze was ooit getrouwd geweest en had vijf kinderen gekregen, maar de laatste jaren verdiende ze de kost door haar lichaam te verkopen in de troosteloze sloppenwijk Whitechapel in het district East End van Londen.

Jack the Ripper staat in alle kranten

Het lichaam van Polly Nichols is nog niet koud of de moord wordt al breed uitgemeten op de voorpagina van alle grote kranten van Engeland.

Sensatiebeluste journalisten geven de brute moord weer tot in de allerkleinste gruwelijke details en hoeven het er voor deze ene keer niet extra dik bovenop te leggen om meer bladen te verkopen. 

De moord is uitzonderlijk gewelddadig, zelfs voor het beruchte East End, waar het geweld elk moment kan oplaaien, gevoed door dronkenschap en de algehele misère waarin de meeste inwoners van de wijk zich bevinden.

Volgens sommige journalisten zou er wel eens een seriemoordenaar aan het werk kunnen zijn. Slechts drie weken eerder is namelijk ook een prostituee, Martha Tabram, om het leven gebracht met maar liefst 39 messteken.

Verschillende kranten voorspellen dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de vreselijke moordenaar nogmaals zijn slag zal slaan in de donkere steegjes van de Engelse hoofdstad.

‘De moordenaar moet ergens vandaan komen. Hij moet door de straten sluipen op jacht naar zijn slachtoffers. Hij is ongetwijfeld elke nacht op straat,’ schrijft de East London Advertiser op zaterdag 8 september. 


De krant zal er niet ver naast zitten met zijn lugubere verhaal.

Voor goedkope betaalde seks moest je in Whitechapel zijn. De wijk telde in 1888 62 bordelen.
© thejacktherippertour.co.uk

Jack the Ripper slaat weer toe

De 47-jarige weduwe Annie Chapman mist twee voortanden. Haar korte haar is donkerbruin, wat haar de bijnaam Dark Annie heeft opgeleverd. 


In de nacht van 7 op 8 september is ze in de stromende regen aan het tippelen – net zoals Polly Nichols deed.

Dark Annie heeft geld nodig voor een slaapplaats. Ze draagt een lange, zwarte rok, een donkere jas, een wollen sjaal, wollen kousen en laarzen en zwalkt dronken door de smalle straten van Whitechapel op zoek naar klanten.

Even na zessen de volgende ochtend wordt Annie gevonden in de achtertuin van Hanbury Street 29 door ene John Davis, die op weg is naar de markt.

Dark Annie ligt op haar rug met gebogen benen en haar linkerhand op haar linkerborst. Haar tong is gezwollen en hangt uit haar mond, en haar kleren zijn gekreukt en zitten onder het bloed. 


Omdat haar jas nog tot bovenaan dicht zit, duurt het een paar tellen voordat Davis ontdekt dat Annies hoofd bijna van het lichaam is gescheiden. 

En alsof dat nog niet genoeg is, is Annies buik opengesneden en zijn de darmen eruitgehaald en over haar schouder gelegd. De vrouw is zo vreselijk toegetakeld dat Davis bijna flauwvalt bij de aanblik.

Dodelijk geschrokken rent hij de trap naar zijn kamer weer op, waar hij zichzelf een flinke borrel inschenkt om wat tot bedaren te komen. 


Dan pakt hij een dekzeil, dekt het dode lichaam toe en haast zich de straat op om op zoek te gaan naar een politieagent.

Als de politie een paar minuten later op de plaats van het misdrijf arriveert, staat er al een legertje nieuwsgierigen om het lijk heen, die als vliegen op de stroop op de plek zijn afgekomen.

‘Er is weer een vrouw vermoord,’ roept een van de omstanders. Anderen slaken kreten van angst. Het gerucht over de nieuwe macabere moord verspreidt zich als een lopend vuurtje door de mistige stegen van Londen, en een beklemmend gevoel maakt zich van de inwoners meester.

Van heinde en ver komen er ramptoeristen naar Hanbury Street 29. Een aantal bewoners van het pand zien hun kans schoon wat bij te verdienen door entreegeld te vragen aan wie de plek des onheils van dichtbij wil zien.

Te midden van de toegestroomde menigte proberen agenten, journalisten en lijkschouwers hun werk te doen.

De arts George B. Phillips stelt vast dat de baarmoeder en eierstokken van de vrouw zijn verwijderd, en dat de dader hierbij een haast chirurgische precisie aan de dag heeft gelegd.

Daarnaast blijkt dat de moordenaar de zakken van de vrouw leeggehaald heeft en de inhoud in griezelig nette stapeltjes aan haar voeten neergelegd heeft: een kam, een paar muntjes, een gescheurde envelop en een lap stof.

Elke man kan Jack the Ripper zijn

Binnen een paar uur gaan er in de wijk de wildste geruchten over de identiteit van de moordenaar. De ‘bloedige duivel’ – zoals de lokale bevolking hem noemt – zou op allerlei plekken zijn gesignaleerd.

Jammer genoeg voor de politie zijn de ooggetuigen het allesbehalve eens over wie de man is en hoe hij eruitziet.

Een serveerster in een pub op een paar honderd meter van Hanbury Street 29 vertelt dat op zaterdagochtend – rond het vermoede tijdstip van de moord – een griezelige man een biertje bij haar bestelde. 


Hij had het in één keer achterovergeslagen, en alleen al zijn uiterlijk had haar de stuipen op het lijf gejaagd. 

De man droeg een hoed die hij diep over zijn ogen had getrokken. Die ogen waren volgens de vrouw ‘zo fel als die van een havik’ en tussen zijn vingers zat opgedroogd bloed.

Een andere vrouw beweert die nacht een vreemde man met een slagersschort te hebben gezien die zich op een verdachte manier gedroeg. Weer een ander zegt dat ze Annie omstreeks half 6 ’s ochtends heeft zien praten met een getinte man van een jaar of 40 met een donkere jas en hoed.

Het enige waar de ooggetuigen het over eens zijn, is dat de moordenaar een man is van ongeveer 1.70 meter. 

Dat helpt de politie weinig verder. In de loop van het weekend worden talloze mannen gearresteerd en verhoord op de politiebureaus van East End. 

Buitenlanders, dieven, dronkaards, bedelaars, arbeiders, medewerkers van het lokale slachthuis, kroegbezoekers – allerlei mannen van allerlei leeftijden worden verhoord en weer vrijgelaten. En dat blijft niet onopgemerkt door de pers.

De kranten beschuldigen de politie ervan onbekwaam en ‘arrestatiebelust’ te zijn. Maar als de arrestaties na een paar dagen afnemen, gaan ze uit een ander vaatje tappen: nu is het korps opeens ‘arrestatieschuw’. 


Ook Scotland Yard, dat inmiddels bij de moordzaak is betrokken, ontkomt niet aan de kritiek. De inspecteurs worden uitgeroepen tot de ‘klunzigste detectives ter wereld’.

Talloze mannen in Whitechapel werden verdacht toen Jack the Ripper er huishield.
© Granger/Polfoto

Particuliere burgerwacht tegen Jack the Ripper

Na twee gruwelijke moorden in slechts acht dagen tijd staan de inwoners van East End op scherp. Zoals de krant The Times schrijft, ‘waart de geest van Dark Annie nog altijd door Whitechapel, niet door gerechtigheid gewroken’.

Vooral de prostituees zijn doodsbang, en vrijwel elke man staat onder verdenking.

In kroegen en bij marktkramen praten de mensen vol angst over de onzichtbare moordenaar. En als om de paniek te voeden en het gevoel van onveiligheid verder te vergroten, komt de pers iedere dag met nieuwe gruwelijke details over de moorden op de twee onfortuinlijke prostituees.

Bovendien gaat er nauwelijks een dag voorbij zonder dat de media de politie van goede raad voorzien. 

Een journalist van de krant The Star stelt bijvoorbeeld dat alle prostituees ’s nachts een fluitje bij zich zouden moeten hebben, zodat ze een waarschuwingssignaal kunnen laten horen als ze in gevaar zijn.

De Daily News raadt Scotland Yard op zijn beurt aan een aantal mannen te verkleden als vrouwen en als lokvogels in te zetten om de moordenaar zo te pakken te krijgen. Die gedachte wordt echter resoluut van de hand gewezen door een politiechef.

‘Al mijn mannen hebben een snor of baard en bovendien zien mannen in vrouwenkleren er niet overtuigend uit. Ze kunnen hun militaire training niet verbergen,’ redeneert hij in de krant.

Als de politie in de week na de dood van Dark Annie niet met resultaten komt, vormt een aantal ondernemers in East End onder leiding van aannemer George Lusk een burgerwacht.

In een verklaring laten de leden van de burgerwacht weten het te betreuren dat de politie in gebreke blijft bij het oplossen van de gruwelijke moorden. 

Ze vervolgen: ‘Daarom hebben wij, de ondergetekenden, een comité opgericht dat een aanzienlijke beloning uitlooft aan eenieder, een burger of anders­zins, die informatie kan verschaffen die ertoe leidt dat de moordenaar of moordenaars ter verantwoording worden geroepen.’

Vanuit heel Londen stromen kleine en grote financiële bijdragen binnen voor de beloningskas, maar het mag niet baten. De moordenaar lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen.

Hoewel privédetectives en mannen van de burgerwacht van Lusk elke nacht van middernacht tot 5 uur in de ochtend door de straten patrouilleren, laat de dader zich niet pakken. Hij is zo ongrijpbaar als een schaduw of een spook. Er zijn zelfs mensen die denken dat de misdadiger wel bovennatuurlijke vermogens moet hebben.

Die theorie wordt ontkracht op 27 september 1888, als het persbureau Central News Agency een brief krijgt. 


Hierin treedt de naamloze moordenaar voor het eerst naar voren. In de brief, die is geschreven met bloedrode inkt, geeft hij zijn motief prijs en noemt hij details over de moorden die volgens de politie alleen de dader kan kennen.

‘Ik haat hoeren en ik zal ze blijven opensnijden totdat u erin slaagt me te pakken te krijgen. [...] Spoedig zult u meer horen van mij en van mijn leuke spelletjes. [...] Mijn mes is verrukkelijk scherp,’ luidt de onheilspellende brief. De schrijver heeft ondertekend met ‘Jack the Ripper’ – een naam die nooit meer zal worden vergeten. 

Verkoper doet gruwelijke vondst in het donker

Op zondag 30 september om 1.00 uur ’s nachts rijdt sieradenverkoper Louis Diemschutz met zijn ponykar door de smalle Berner Street in Whitechapel.

Als hij de binnenplaats van nummer 14 op draait, steigert zijn pony opeens en wijkt scherp uit naar links, waardoor Diemschutz bijna van de wagen op het plaveisel valt. 

Verbaasd stapt hij af. In het slechte licht is het voor hem niet goed te zien waarom het dier zo plotseling halt heeft gehouden.

Tastend met zijn zweep loopt Diemschutz naar voren, totdat hij iets zachts voelt. Als hij een lucifer aansteekt, ziet hij bij het zwakke schijnsel een vrouw liggen. Ze ligt doodstil en haar gezicht is naar de muur gekeerd.

Diemschutz kan niet direct uitmaken of de vrouw dood is of dronken, maar hij vreest het ergste. 

Hij rent naar zijn kamer om een kaars te halen, en bij het flakkerende licht wordt zijn bange vermoeden bevestigd: de keel van de vrouw is doorgesneden en het bloed loopt er nog uit.

Geschokt raakt Diemschutz de dode vrouw aan, die met opgetrokken benen op de grond ligt. Haar lichaam is nog warm, stelt de straatverkoper vast. Hij ziet ook dat ze een doosje keelsnoepjes in haar hand heeft geklemd.

De vermoorde vrouw is de 44-jarige Elizabeth Stride, een uit Zweden afkomstige prostituee die op straat bekend is onder de naam Long Liz.

Een half uur later wordt haar lichaam al onderzocht door politiearts George B. Phillips. Hij heeft niet veel tijd nodig om te kunnen constateren dat de dader de halsslagader en luchtpijp van Long Liz heeft doorgesneden met een lang en scherp mes. 


De snee lijkt sterk op de wond die hij drie weken eerder zag bij de vermoorde Annie Chapman.

‘Moord, er is een vrouw met een mes gedood!’ klinken de kreten opnieuw door het sjofele Whitechapel. Ondanks het late uur zijn er nog veel mensen op straat, die op weg zijn van de kroeg naar huis. Maar hoewel de moordenaar niet lang daarvoor weggevlucht moet zijn van de plaats van het misdrijf, heeft niemand hem gezien.
Jack the Ripper wist na zijn moorden altijd ongezien te ontkomen.
© Bridgeman

Moorden volgen elkaar sneller op

De politie ontdekt wel al snel welke kant Jack the Ripper op is gegaan Zo’n drie kwartier nadat Elizabeth Stride het leven heeft gelaten, doet agent Edward Watkins een lugubere ontdekking op Mitre Square, een klein, slecht verlicht plein waaraan grote pakhuizen staan.

Op zijn gebruikelijke nachtronde schijnt de agent met zijn lantaarn op de zuidwesthoek van het plein. De lichtbundel valt op het lichaam van een vrouw, die voor zover Watkins kan zien op haar rug in een plas bloed ligt.

Er bekruipt de politieagent een akelig voorgevoel, maar hij vermant zich en loopt naar de vrouw toe om haar van dichtbij te onderzoeken. 


Wat hij dan ziet, zal hij van zijn levensdagen niet meer vergeten. Het beeld staat voor altijd op zijn netvlies gebrand.

Het gezicht van de arme vrouw is met diepe messteken verminkt, haar keel is doorgesneden en vertoont een gapende wond, haar onderbuik is opengereten met één lange snee die tot aan haar borstbeen doorloopt, en haar ingewanden zijn eruit gehaald en over haar rechterschouder gelegd. 


De kleren van deze 46-jarige Catherine Eddowes zijn kapot gescheurd en ze is zodanig toegetakeld dat ze niet veel meer is dan een bloederige homp vlees.

Bevolking is bang voor Jack the Ripper

De volgende dag heersen er woede, angst en ontzetting in Londen. 


‘Twee vrouwen vannacht bruut vermoord’ en ‘Vrouwen in stukjes gesneden’ roepen de krantenjongens, die hun koopwaar deze zondag snel kwijt zijn.

Er wordt die dag in de hoofdstad van Engeland nergens anders over gepraat dan de dubbele moord, en de inwoners begroeten elkaar met: ‘Heb je het al gehoord? Is het niet verschrikkelijk?’

Op de plaatsen delict – Berner Street en Mitre Square – ziet het zwart van de nieuwsgierigen, die elkaar verdringen om de locatie van het misdrijf te zien.

In de loop van de dag loopt het zo vol dat de politie zich in het belang van het onderzoek genoodzaakt ziet de beide plekken af te zetten. Opnieuw vinden de agenten geen enkele aanwijzing in de jacht op Jack the Ripper. 


Er zijn geen bloedige voetsporen, geen wapen – helemaal niets wat de identiteit van de dader kan prijsgeven.

Hoewel zich getuigen melden die denken dat ze een glimp hebben opgevangen van de moorden, zijn hun beschrijvingen zo summier dat ze op bijna elke man met gemiddeld postuur kunnen slaan. De politie tast in het duister.

Bij de obductie van de ongelukkige Catherine Eddowes ontdekken de lijkschouwers dat haar linkernier uit haar lichaam is verwijderd.

Als George Lusk – de oprichter van de burgerwacht die Jack the Ripper te pakken probeert te krijgen – op 16 oktober 1888 een brief krijgt, valt dit orgaan, of beter gezegd de helft ervan, uit de envelop op zijn tafel.

In het macabere schrijven, dat wordt ingeleid met de woorden From hell, ‘uit de hel’, vertelt de afzender dat de nier van Catherine Eddowes is. Hij schrijft dat hij de andere helft heeft gebakken en opgegeten. ‘Het was erg smakelijk,’ laat de briefschrijver weten, waarop hij de brief pesterig besluit met de woorden: ‘Pak me dan, als je kan.’

Noch de politie, noch de burgerwacht slaagt er echter in Jack the Ripper te pakken te krijgen.

De politie zit met de handen in het haar en weet niet of ze de moordenaar moet zoeken tussen het gepeupel van Whitechapel of dat hij zich elders in Londen schuilhoudt.

Het enige wat ze kan doen om herhaling te voorkomen is prostituees te adviseren ’s nachts binnen te blijven of in elk geval niet in hun eentje naar buiten te gaan.

De meeste nemen die raad ter harte, maar als er weken voorbijgaan zonder een nieuwe moord, wanen Whitechapel en de rest van Londen zich weer veilig.

De angst neemt af en de inwoners halen opgelucht adem, in de hoop dat Jack the Ripper zijn laatste misdaad heeft begaan. Op vrijdag 9 november 1888 blijkt echter het tegendeel.
Het roddelblad Police News bracht voortdurend artikelen met speculaties over wie Jack the Ripper was.
© Topfoto/Polfoto

Jack the Ripper hakt slachtoffer in stukken 

De 25-jarige Mary Kelly heeft donker haar en een perfect zandloperfiguur. Op straat kost het haar nooit moeite om klanten te vinden, en daarom kan ze een beter appartement betalen dan de meeste van haar collega’s.

Mary Kelly huurt een kamer in een pand op Miller’s Court 13. Hier woont ze en ontvangt ze haar klanten. Als ze echter te diep in het glaasje gekeken heeft, wat vrijwel dagelijks gebeurt, vergeet ze nogal eens haar huur te betalen. Op 9 november is het weer zover.

Die ochtend klopt Mary’s huisbaas, Thomas Bowyer, op haar deur om de schuld van een pond en een shilling te innen – maar er komt geen reactie.
Als Bowyer door het raam kijkt, ziet hij Mary in de halfdonkere kamer naakt op bed liggen, besmeurd met bloed.

De agenten, artsen en onderzoekers die kort daarna het huis aan Miller’s Court betreden, hebben in hun carrière al heel wat meegemaakt. Maar wat ze nu zien, lijkt eerder op het werk van de duivel dan op dat van een mens. Mary Kelly is niet alleen vermoord, maar ook zodanig verminkt dat ze nauwelijks meer als een mens te herkennen is.

Haar keel is doorgesneden van oor tot oor en haar buik ligt open. Vrijwel alle organen zijn verwijderd en haar borsten zijn geamputeerd en net als de lever op de rand van het bed gelegd. 


Haar oren en neus zijn afgesneden, de huid van haar gezicht is vrijwel geheel afgestroopt en op de tafel en het bed liggen grote stukken vlees.

‘Ze is in stukken gehakt als een dier bij de slager,’ zegt een van de agenten. 

Jack the Ripper verdwijnt spoorloos

Een team van de meest ervaren lijkschouwers van Engeland is zeven uur bezig om de obductie te voltooien en ervoor te zorgen dat het lichaam kan worden geïdentificeerd en begraven. 


De experts constateren dat er sprake is van ‘moord met voorbedachten rade door een onbekende persoon’.

De artsen, de politie en de pers zijn er echter van overtuigd dat de onbekende persoon Jack the Ripper is.

Vijf levens heeft de gevreesde seriemoordenaar volgens de politie op zijn geweten – en mogelijk nog meer. Maar na de moord op Mary Kelly wordt er nooit meer iets van hem vernomen.

Nog jaren probeert de politie Jack the Ripper te vinden, en zo weinig als er over de dader bekend is, zo veel wordt er over hem gespeculeerd.

In een tijd dat het nog niet mogelijk is om DNA-tests en vingerafdrukken af te nemen en de middelen van de politie beperkt zijn tot huiszoekingen, het volgen van verdachten en gebrekkig pathologisch-anatomisch onderzoek, blijkt het opsporen van de moordenaar onbegonnen werk. 

Na meer dan 2000 verhoren en bijna 100 aanhoudingen wordt de zaak in 1892 afgesloten.

Jack the Ripper komt dus ongestraft weg met zijn misdaden in Whitechapel – en wordt in tegenstelling tot zijn vijf slachtoffers onsterfelijk.

Ruim 125 jaar nadat hij de inwoners van Londen de stuipen op het lijf joeg met zijn moorden, leeft de Ripper in het publieke bewustzijn voort als de meest beruchte seriemoordenaar ooit.

Bekijk ook ...