Struikrovers

Passagiers van koetsen onderweg van en naar Londen waren vaak het doelwit van rovers, met name ’s avonds.

© Mary Evans

Legendarische bandieten teisterden Engeland

Edelen en rijke kooplui hielden hun hart vast als ze Londen per koets verlieten. Want op de landwegen kon achter elk bosje een ruiter met een masker en twee geladen pistolen verstopt zitten. De struikrovers beleefden gouden tijden dankzij hun welgestelde slachtoffers.

23 januari 2017 door Martin Landin

Jack Sheppard lacht, knipoogt en blaast kushandjes naar het publiek. Ruim 100.000 paar ogen kijken bewonderend naar hem op, en het plein in Tyburn waar op deze novemberdag in 1724 veel Londenaren zijn samengekomen, vult zich met gejuich.

De marktkramen moeten het even zonder handel stellen. De menigte is hier om afscheid te nemen van een levende legende: Jack Sheppard zal sterven. De beul staat klaar om de 22-jarige struikrover en inbreker, die dankzij zijn waaghalzerij, charme en brutaliteit tot een ster is uitgegroeid, op te hangen. 

Vier keer ontsnapte Sheppard uit de beruchte Londense gevangenis Newgate. En in de cel kreeg hij steevast bezoek van talloze vrouwen die graag in het gezelschap van de galante schurk wilden verkeren, en van kunstenaars die zijn beeltenis wilden vereeuwigen. 

Wie Sheppard niet kon zien, schilderde de schilders die hem schilderden.

Maar nu heeft Sheppards laatste uur geslagen. De toeschouwers wachten vol spanning op de afloop van dit mooie verhaal. De acht executiedagen van het jaar zijn altijd populaire volksfeesten.

Er gaat een rilling door de menigte als de ladder onder Jack Sheppards voeten verdwijnt en zijn benen door de lucht maaien. Zoals gewoonlijk blijft het lijk 15 minuten hangen, zodat de beul zeker weet dat de misdadiger dood is. 

Als Sheppard wordt neergehaald, vormen zijn fans een kring om hem heen om souvenirjagers tegen te houden.

Jack Sheppard is dood, maar zijn plaats zal snel worden ingenomen. Rond Londen wemelt het van de struikrovers, en het volk is dol op bandieten die de elite zijn geld afhandig maken.

De mythe begint met Robin Hood

In de 18e eeuw waren overvallen op de Engelse wegen niets nieuws. 500 jaar eerder kwam het zo vaak voor dat de koning in 1285 het struikgewas tot op 200 meter afstand van de wegen liet verwijderen, zodat bandieten zich niet zo makkelijk meer konden verstoppen.

In de middeleeuwen waren verhalen over struikrovers al populair, en arme boeren genoten van de legende over Robin Hood, die stal van de rijken en de buit aan de armen gaf. 

Maar of deze goeiige schurk echt heeft bestaan, is onzeker. En de echte bandieten stalen puur voor eigen gewin.

In de 17e eeuw groeiden de overvallen uit tot een nationale plaag. Dat kwam door de burgeroorlog van 1642 tot 1646 tussen aanhangers van koning Karel I en die van het parlement. 

De adel was verdeeld, en toen het parlement won, raakten de koningsgezinde edelen hun land en privileges kwijt.

Honderden mannen hadden opeens geen inkomen meer. Het enige wat ze konden was paardrijden en schieten, dus struikroverij lag voor de hand. 

Edelen plukken de vijand kaal

Na de burgeroorlog nam het aantal overvallen op de Engelse wegen sterk toe. De nieuwe rovers waren echter goed gekleed, hadden uitstekende manieren, en stalen vaak alleen van reizigers die tijdens de opstand het parlement hadden gesteund. 

Zodoende kwam de struikrover aan zijn reputatie van romantische gentleman.

De pakkans was niet zo groot, want Engeland had halverwege de 17e eeuw geen politie en maar een klein leger. De jacht op misdadigers werd overgelaten aan premiejagers. 

De wegen waren vaak zo smal dat koetsen eenvoudig konden worden klemgereden door een ruiter. En van de herbergiers langs de wegen kregen de rovers tegen betaling tips over rijke reizigers.

De meeste overvallen vonden plaats rond Londen. De hoofdstad was op weg naar een half miljoen inwoners, terwijl de op een na grootste stad, Norwich, er slechts 20.000 telde.

Een van de edelen die door de oorlog in de misdaad belandden, was kapitein Zachary Howard. Hij had zijn grond verpand en met het geld mannen ingehuurd voor het leger van de koning. Na de nederlaag was hij alles kwijt, en hij koos voor een leven als struikrover.

Howards eerste slachtoffer was de graaf van Essex, die het leger van het parlement had aangevoerd. Ten zuidwesten van Londen ging de rover naast de koets van de graaf rijden. Hij stak zijn pistool door het raam en streek zo 1200 pond op.

Zijn volgende slachtoffer was weer een graaf. Hij was te paard onderweg met slechts één bediende, toen Howard opdook en een beleefd gesprek begon. In een afgelegen gebied was het echter gedaan met de goede manieren.

‘Je geld of je leven!’ riep Howard opeens terwijl hij zijn pistool trok. De graaf wilde protesteren, maar toen zijn paard na een schot door het hoofd neerviel, overhandigde hij een diamanten ring en een zak vol gouden munten. 

Howard bond zijn slachtoffers met de ruggen tegen elkaar op het overgebleven paard – de graaf achterstevoren. Toen de twee de dichtstbijzijnde stad inreden, werden ze flink uitgelachen.

Er werd een beloning van 500 pond op Howards hoofd gezet. Maar toen hij in de plaats Chester Oliver Cromwell, de aanstaande leider van Engeland, opzocht, herkende niemand hem.

Howard trok fel van leer tegen de koning en overtuigde zo iedereen van zijn steun aan het parlement. Hij werd zelfs uitgenodigd in de slaapkamer van zijn slachtoffer, om deel te nemen aan het avondgebed. 

De bandiet trok prompt zijn pistool, bond Cromwell vast, leegde de po boven diens hoofd en ging er met een zak goud vandoor.

In 1652 werd de kapitein na een mislukte overval gevangengenomen. Een rancuneuze Cromwell woonde zijn executie in eigen persoon bij.

Nieuwe koning, nieuwe rovers

Toen de Engelse monarchie in 1660 uit de as herrees, draaiden de rollen om. De aanhangers van de koning kregen hun titel en bezit terug, terwijl trouwe volgelingen van Cromwell als struikrover aan de slag gingen. Gelukkig voor de nieuwe criminelen zat de economie in de lift.

Doordat het vrede was en de handel toenam, was er veel verkeer op de weg en was er bij de reizigers meer te halen. Voor de avontuurlijke Fransman Claude Duval was Engeland dan ook een luilekkerland.

Duval kwam in 1660 naar Engeland als eenvoudige stalknecht, maar kreeg al snel dure hobby’s als vrouwen, drank en gokken. Alleen berovingen leverden genoeg op om zijn onkosten te dekken, en Duval bleek een natuurtalent.

In een mum van tijd was de Fransman een van de meest gezochte criminelen van Engeland. Duval was het prototype van de ridderlijke struikrover – een galante, stijlvolle jongeman, die alleen in het uiterste geval geweld gebruikte en hevig flirtte met de vrouwen die hij hun kostbaarheden afhandig maakte.

Zijn carrière was uitzonderlijk lang. Bijna 10 jaar wist Duval uit handen van de autoriteiten te blijven, tot hij in zwaar beschonken toestand in de pub Hole-In-The-Wall in Londen opgepakt werd. 

Hij was nog maar 27 toen hij in januari 1670 werd opgehangen. Zijn lijk werd een paar dagen tentoongesteld in een pub. Veel welgestelde dames gingen er even langs om afscheid te nemen van de crimineel die hen op zo aangename wijze van hun geld had beroofd. 

De Franse struikrover Claude Duval liet jonge vrouwen hun sieraden houden als ze een dansje met hem wilden doen.

© Bridgeman

Nevison is rechter te slim af

Claude Duval werd opgevolgd door een andere nobele struikrover, die om zijn barmhartigheid jegens armen en zijn grenzeloze vindingrijkheid bekendstond.

John Nevison werd in 1639 geboren in Noord-Engeland en diende een aantal jaren als soldaat voordat hij een nieuwe manier vond om zijn wapens te gebruiken. Nevison was al even als struikrover actief toen hij in 1676 het kunststukje uithaalde dat hem beroemd maakte.

Nevison wist zeker dat hij herkend was bij een overval in het Zuid-Engelse Kent. Om zich een alibi te verschaffen, gaf hij zijn paard de sporen en reed hij als een razende naar het noorden. 

De rit duurde de hele dag, en tegen de avond reden ruiter en paard uitgeput door de stadspoort van York, wel 320 kilometer van de plaats van het misdrijf. 

Eenmaal in York zorgde hij ervoor dat hij zo veel aandacht trok dat zelfs de burgemeester zich hem naderhand herinnerde. Toen Nevisons zaak voor de rechter kwam, bevestigden getuigen dat hij die dag in York was gezien. 

Niemand achtte het mogelijk dat iemand dezelfde ochtend in Kent kon zijn geweest, en Nevison werd vrijgesproken.

Na de uitspraak pochte de struikrover openlijk over zijn list, en het gerucht kwam zelfs koning Karel II ter ore.

Hij haalde Nevison naar het hof om het verhaal uit zijn eigen mond te horen. De struikrover vertelde in geuren en kleuren hoe hij zo snel had gereden als Owd Nick – de duivel zelf.

De koning smulde van het verhaal en gaf Nevison de bijnaam waaronder hij bekend zou worden: Swift Nick.

De ontmoeting met Karel II hield hem echter niet uit de gevangenis toen hij een paar jaar later werd gearresteerd voor andere berovingen. Maar Nevison wist te ontsnappen met hulp van een valse arts die hem dood verklaarde. 

Nevison zette zijn carrière voort als ‘spook’. Het kwam hem goed uit dat reizigers hun kostbaarheden snel afgaven als ze werden tegengehouden door een wandelende dode.

Maar gaandeweg drong het tot de mensen door dat Nevison springlevend was. Er werd een premie uitgeloofd, en in 1684 kon Nevisons vindingrijkheid hem niet meer redden. Hij kreeg de strop. Het haalde echter weinig uit, want er kwamen nog steeds rovers bij.

Dick Turpin is geen held

De struikrover die we nu nog het best kennen, werd in 1705 in het oosten van Engeland geboren. Anders dan Claude Duval en John Nevison ging Richard ‘Dick’ Turpin bij zijn overvallen nietsontziend te werk.

Turpin begon zijn criminele loopbaan met het stelen van vee dat hij vervolgens in zijn slagerij verkocht. Later ging hij samenwerken met een bende die was gespecialiseerd in overvallen bij mensen thuis. 

De lange, pokdalige bandiet stond bekend om de hardhandige manier waarop hij zijn slachtoffers bejegende.

‘Ik gooi je naakt in het vuur als je niet zegt waar het geld ligt!’ dreigde Turpin een oude weduwe die hij in februari 1735 bezocht. Niet lang daarna werd de rest van de bende opgepakt en ging ‘Turpin de slager’, zoals hij genoemd werd, alleen verder.

De wrede Turpin werd de held van een avonturenreeks.

© Bridgeman & Mary Evans/Scanpix

Op een dag probeerde Turpin een reiziger te plunderen, die net als hij een struikrover bleek te zijn: Matthew King. De twee sloegen de handen ineen en maakten samen de wegen rond Londen onveilig totdat in 1737 de grot in het bos waar ze zich schuilhielden werd ontdekt.

In het tumult werd King gedood – mogelijk door een onnauwkeurig schot van zijn makker. Turpin ontsnapte naar York. 

Hij noemde zich John Palmer en leefde van de verkoop van gestolen paarden. Een jaar later maakte hij de fout om in een vlaag van woede een haan dood te schieten.

Turpins ware identiteit kwam aan het licht, maar zijn daden als struikrover waren niet te bewijzen. In 1739 werd hij ter dood veroordeeld als paardendief. 

Op zijn 33e eindigde Dick Turpin net als generaties rovers voor hem aan de galg. Later zijn er sterk geromantiseerde jongensboeken over hem geschreven.

Tolwegen waren de doodsteek voor de struikrovers. Door de tolhuisjes rond Londen konden ze niet meer ongemerkt de stad uit komen om een hinderlaag voor te bereiden.

© Bridgeman

Tolwegen ondermijnen struikroverij

Geen enkele struikrover kon de beul voor eeuwig ontlopen. Vroeg of laat kreeg iedereen de strop. De slimsten wisten de dood echter jaren uit te stellen, en leefden tot dat moment als God in Frankrijk. Struikroverij was zo lucratief dat straf de daders niet kon afschrikken.

De manier waarop de struikroverij ten slotte uitstierf, had niets te maken met de bestrijding van criminaliteit. Begin 19e eeuw waren de Britse landwegen in zo’n slechte staat dat er iets moest gebeuren. 

De verbeteringen werden overgelaten aan particulieren, die als tegenprestatie voor hun investering geld mochten vragen aan reizigers. Langs de nieuwe wegen kwamen tolhuisjes te staan, wat de bewegingsvrijheid van de struikrovers beperkte.

Van Londen verspreidden de tolhuisjes zich door het hele land, waardoor misdadigers gaandeweg uit de stedelijke gebieden werden verdreven. In 1830 vormden de tolwegen ruim 20 procent van het totale wegennet. 

Daarnaast kwamen de spoorwegen op, wat lange reizen per koets overbodig maakte. Het laatst gerapporteerde geval van struikroverij in Groot-Brittannië stamt uit 1831.

De wetteloze cavaleristen van de landwegen waren eindelijk weg, maar in de herinnering leefden ze voort. In 1839, toen Jack Sheppard al ruim 100 jaar dood was, speelden er in Londen acht verschillende theaterstukken over zijn dramatische leven. 

In dezelfde tijd verschenen er jongensboeken over de avonturen van Dick Turpin. 

Bekijk ook ...