6000 brieven bevatten de postzakken toen de allereerste luchtpostroute werd ingewijd tussen Washington en New York. Achter de stuurknuppel zat G. Boyle.

© U.S. Air Force

Zelfmoordclub: eerste vliegende postbodes zetten leven op het spel

Vanaf 1918 bezorgden Amerikaanse waaghalzen in weer en wind de luchtpost in oude kisten. Elke maand crashte er wel een piloot, en postvlieger werd zo de gevaarlijkste baan van het interbellum.

23 april 2018 door Morten Kjerside Poulsen
Op 22 februari 1921 bromt een eenzame dubbeldekker door de heldere nacht boven het Middenwesten van de VS. Jack Knight zit alleen in de cockpit met een onbetrouwbaar kompas en een slecht voorgevoel. Het ritme van de motor wiegt hem bijna in slaap. Hij klemt de stuurknuppel tussen zijn knieën in en slaat zichzelf met vlakke hand in het
gezicht om maar niet in te dutten.

Als dat niet werkt, steekt hij zijn hoofd uit het raam. Hij voelt de vorst op zijn wangen en neus, die hij de week ervoor bij een crash brak, en houdt zo de slaap voor even op een veilige afstand.

Eigenlijk zou hij nu niet mogen vliegen. Jack Knight had al eerder die avond zijn deel van de transcontinentale route tussen San Francisco en New York eropzitten, maar toen hij Omaha bereikte, kreeg hij te horen dat zijn opvolger was ingesneeuwd en dat hij de enige was die de post verder kon bezorgen. 


Knight kreeg een kop koffie en een paar sigaretten, kroop weer de cockpit in en zette koers naar Chicago, een route die hij zelfs bij daglicht nooit had gevlogen.

Met wind tegen en een snelheid van 130 km/h raast het vliegtuigje met de oude vertrouwde brullende Liberty-motor voort. Boven Des Moines wordt het weer steeds slechter. 


Het lage wolkendek dwingt Knight ertoe vlak boven de dalen te vliegen, waar de lucht onrustig is en een dikke mist hangt. Het is half zeven. Hij is al bijna acht uur onderweg en vliegt puur op instinct. De sneeuw slaat hem in het gezicht, het is verduiveld koud, maar Knight zet door en als de zon doorbreekt, ziet hij tot zijn grote opluchting de grauwe rookwolken boven Chicago. 

Hij zet de Havilland DH-4 veilig aan de grond en draagt de postzakken over aan de volgende piloot, die richting New York vertrekt.

De vlucht, die later bekend zou worden als Jack Knight’s Night Flight, duurde in totaal 33 uur en 20 minuten en was vier etmalen sneller dan het spoor. Het Congres begreep dat luchtpost de toekomst had en trok een bedrag uit van omgerekend 10 miljoen euro voor de verdere ontwikkeling van postvluchten.

Piloten moeten getraind worden

Drie jaar eerder woedde in Europa de Eerste Wereldoorlog, die zeer veel Amerikaanse piloten het leven had gekost. 


De piloten waren kundig, maar hadden geen ervaring in het navigeren in een open terrein. Het grootste gevaar was dan ook dat ze verdwaalden, zonder brandstof kwamen en dan neerstortten.

Om de piloten van het leger meer ervaring op te laten doen, besloot de Amerikaanse regering samen met het postwezen een luchtpostroute tussen New York en Washington op te zetten.


Het Congres was eerst sceptisch. Weliswaar waren er wereldwijd al veel postvluchten, maar die waren kort, nooit langer dan een tochtje van een markt naar een postkantoor. Na enig aandringen lukte het in mei 1918 dan toch om een bedrag bij de politici los te peuteren. Het geld moest zo snel mogelijk worden gebruikt om te bewijzen dat er een reguliere luchtpostroute moest komen.

Wegens de strakke deadlines zocht het postwezen een ervaren, kundige man die de leiding op zich kon nemen.

De keuze viel op majoor Reuben Fleet, die piloten van de luchtmacht trainde.

Fleet vond het absurd dat het materieel mvan het leger ingezet moest worden voor het bezorgen van briefkaarten en rekeningen – maar orders waren orders.

Hij kreeg negen dagen de tijd om de eerste postvlucht tussen New York en Washington tot stand te brengen en bestelde mmeteen zes trainingstoestellen – aangepaste Curtiss JN-4D ‘Jenny’-dubbeldekkers – met vrachtruimte en met krachtige motoren. Fleet koos vier legerpiloten voor de vluchten en was klaar voor de grote dag van de eerste vlucht.

In de vroege ochtend van 15 mei 1918 stroomden duizenden verwachtingsvolle toeschouwers het poloveld Potomac Park in Washington op om aanwezig te zijn bij de inwijding van de eerste luchtpostroute. 

Na de openingstoespraak van president Woodrow Wilson trad piloot George Boyle onder veel camerageflits naar voren. Voordat Boyle zijn vliegbril opzette en ‘contact’ riep, werden de twee grote linnen zakken met ruim 6000 brieven in het vrachtruim gezet.

Een monteur duwde de propeller 4 à 5 keer heen en weer om lading op te bouwen in de cilinder voordat hij er met al zijn gewicht een grote slinger aan gaf. De 150-pk motor braakte een wolk van uitlaatgassen uit. Boyle keerde de kist tegen de wind in en gaf gas.

Het gebrul van de motor weerklonk en de toeschouwers stonden te juichen toen de dubbeldekker los kwam. ’s Werelds eerste reguliere postvlucht was opgestegen en werd een groot succes, al bereikten de brieven niet op tijd hun bestemming.

670.000 km. had Jack Knight door de lucht afgelegd, toen hij zijn carrière in 1937 beëindigde.

© Midway History

In weer en wind bezorgd ...

Ondanks de succesvolle première verliep de beginperiode voor de luchtpost moeizaam. Regel één bij de luchtmacht was dat piloten niet mochten vliegen bij slecht zicht. Ze raakten namelijk bij mist hun gevoel voor oriëntatie kwijt waardoor ze soms schuin vlogen als ze zelf het idee hadden horizontaal te vliegen.

Vaak was het een legitiem excuus om bij slecht weer in de hangar met collega’s te gaan kaarten. Door deze houding van de piloten vertrok de eerste paar maanden slechts 74% van de vluchten.

Het percentage moest worden opgeschroefd naar 100 om de sceptici ervan te overtuigen dat de post voortaan via de lucht bezorgd moest worden. Hoofdpostmeester Otto Praeger, de drijvende kracht achter de postvluchten, tolereerde niet dat de luchtpost faalde alleen omdat het leger bij slecht weer niet vloog. 


Hij eiste dat de piloten in weer en wind de post bestelden, en liet daarom onderzoeken welk effect bliksem en harde wind op de toestellen hadden. Opeen warme dag in juni toen er onweer in de lucht hing, fungeerde James Clark Edgerton als proefkonijn. 

De regen kwam met bakken uit de hemel en de ene windstoot volgde op de andere. Edgerton moest de stuurknuppel van het slingerende vliegtuig recht zien te houden, en dat voelde hij in zijn benen.

‘Het ene moment was het vliegtuig net een lift die tientallen meters steeg. Het volgende moment voelde het alsof de wolk zich van onderen opende en viel het toestel tientallen meters’, schreef hij later in zijn rapport. 


Toen Edgerton landde scheerden stukjes van de propeller langs hem heen. De vleugels waren zwaar gehavend door de storm, maar hij had bewezen dat piloten het noodweer konden bedwingen.

De naam Zelfmoordclub ontstaat

Op 10 augustus 1918 stootte het leger zijn luchtpostactiviteiten af. Het postwezen stelde nieuwe moedige piloten aan, die binnen een paar jaar de steunpilaren van de luchtpost zouden worden. 


De kopstukken waren Eddie Gardner, die ‘de Kalkoen’ werd genoemd door zijn hobbelige take-offs en landingen, en de Noorse immigrant Max Miller. De mannen legden een eed af dat ze in weer en wind zouden vliegen, en al in augustus lag het percentage op 99.

Chicago was met zijn centrale ligging in de VS de ideale plaats voor uitbreiding van de postroute, en Gardner en Miller kregen de opdracht om een proefvlucht uit te voeren en in kaart te brengen of een route naar het westen tot de mogelijkheden behoorde. 


Onderweg kruisten ze het Allegheny-gebergte – gevreesd vanwege de mist die er altijd hing – dat de bijnaam ‘Tracé van de hel’ kreeg. 

De piloten klaarden de klus en op 15 mei 1919 werd de route New York-Chicago in gebruik genomen.

200 toestellen stortten neer. Charles Lindbergh maakte in 1926 een harde landing

© Polfoto/Corbis

Tien dagen na de inwijding van de nieuwe route stortte er al een postvlieger neer. Zijn motor vloog in brand en om aan de vlammen te ontkomen sprong hij op 60 meter hoogte uit zijn toestel. 

Nog geen twee maanden later stierf er nog een. Het werd behoorlijk riskant om met post te vliegen, en in het dorp Bellefonte in Pennsylvania, de eerste echte ‘rustplaats’ op de Chicago-route, waren de onverschrokken piloten beroemdheden; hun bijnaam luidde ‘de Zelfmoordclub’. 

Er ging van alles mis met de dubbeldekkers, en 1920 was wel een dieptepunt. Op 15 mei werd de route Chicago-Omaha in het Middenwesten geopend. 

Door de stofstormen die de prairie teisterden was deze route nog veel gevaarlijker dan het ‘Tracé van de hel’. Het dodental liep fors op: tussen maart 1920 en februari 1921 kwamen er 19 piloten, monteurs en ander personeel om het leven, dat was dus gemiddeld meer dan één per maand. 

Postbezorger was de gevaarlijkste baan in het interbellum, statistisch gezien verongelukte een piloot binnen twee jaar.

1. september 1920 stortte Max Miller neer. De piloot met Noors bloed was een beroemdheid in de VS en had de bijnaam De noordse Prins.

© Flickr

Het postwezen bleef uitbreiden naar het westen, zonder veel succes. Van 1 april tot 31 december 1920 werd maar 55% van de vluchten tussen Cleveland en New York uitgevoerd. Er was een fortuin aan uitgegeven, en beangstigend veel piloten waren gecrasht sinds president

Wilson zijn toespraak in Potomac Park hield. Het Congres wilde stoppen met de postvluchten, dus Praeger had dringend een opsteker nodig. De vlucht van Jack Knight die februarinacht in 1921 was een geschenk uit de hemel.

Door Jack Knight’s Night Flight werd de luchtpost een zaak van nationaal belang. De overheid bouwde vuurbakens tussen New York en San Francisco, en de cockpits kregen reflecterende instrumenten en apparatuur. Tussen juli 1921 en september 1922 werd er circa 2,7 miljoen kilometer afgelegd zonder één dode. 

In de zomer van 1927 werd de luchtpost geprivatiseerd, 10 jaar later ging Knight met pensioen. Hij had er toen zo’n 670.000 kilometer op zitten, een record binnen het postwezen.

Lees ook

Barry Rosenberg & Catherine Macaulay: Mavericks of the Sky, William Morrow, 2006. William M. Leary: Aerial Pioneers – United States Air Mail Service, 1918-27, Prentice Hall & IBD, 1985. Bruce McAllister & Jesse Davidson: Wings Across America – A Photographic History of the U.S. Air Mail, Roundup Press, 2004. F. Robert van der Linden: Airlines & Air Mail, The University Press of Kentucky, 2002.

Bekijk ook ...