De film King Arthur uit 2004 was een poging een historisch correct Arthurverhaal te vertellen.

© Shuttertsock

Koning Arthur: Van legerleider tot mythische held

Arthur begon zijn carrière als een onoverwinnelijke veldheer die in het 6e-eeuwse Engeland een invasie van bloeddorstige Vikingen afslaat. Later wordt hij neergezet als de grootste koning der Britten en de stamvader van de Britse monarchie.

31 juli 2017 door Therese Boisen Haas

Een nieuwe, formidabele strijder verscheen in het begin van de 6e eeuw op de Britse slagvelden. 

De vijand moet gesidderd hebben van angst: ‘Zo groot was zijn furie dat als hij zijn zwaard trok, de vlammen eraf spatten als uit de bek van een draak, en zo vreeswekkend was hij dat niemand hem kon aankijken.’

De vechter is de mythische Arthur, die in oude kronieken uit Wales wordt beschreven. 

Hij komt naar voren als een ontzagwekkende figuur uit het verleden, die in niets lijkt op de middeleeuwse versie van Arthur: een hoofse ridder met een kasteel vol intriges en affaires.

En toch is het dezelfde Arthur die met zijn magische zwaard Excalibur de ridders van de ronde tafel aanvoert in de strijd tegen de vijanden van het Britse volk: de binnenvallende Saksen.

De zegevierende Arthur keert terug van het slagveld naar zijn kasteel Camelot, waar zijn raadgever, de tovenaar Merlijn, hem opwacht.

Zo begint de mythe over de beroemde Arthur 1500 jaar geleden. In de eeuwen daarna verandert de held van het slagveld in een legendarische koning, en in de loop der tijden hebben talloze geschiedkundigen geprobeerd de echte koning Arthur te destilleren uit de mythen en sagen – als hij al ooit heeft bestaan.  

Vijanden komen van alle kanten

De eerste sporen van Arthur zijn te vinden in de vroege Britse geschiedenis – in laatste jaren van de Romeinse tijd in Engeland. 

In 410 gaven de Romeinen de kille, regenachtige provincie Brittannië op en trokken ze de daar gestationeerde legioenen terug naar Rome, waar ze hard nodig waren, want de Visigoten stonden aan de poorten van de stad.

In Brittannië hadden de bezetters de Romeinse wetten ingevoerd, wegen aangelegd en de Keltische aristocratie Latijn leren lezen en schrijven. 

De Romeinen hadden bovendien een strenge militaire discipline gebracht, iets nieuws voor de eeuwig vechtende Keltische clans.

Toen de Romeinen vertrokken waren, werden de Britten niet meer beschermd tegen de hordes vijanden die hen van alle kanten bedreigden. 

In het noorden, in het huidige Schotland, huisden de wilde Picten. De Romeinen hadden de Muur van Hadrianus en Antoninus gebouwd om hen weg te houden.

Vanuit het westen kwamen de Ieren, en aan de kust verschenen schepen vol Angelen en Saksen uit Noord-Duitsland.

Deze volkeren vielen zo massaal aan dat de Britten de Romeinen twee keer om hulp smeekten, maar die hadden hun handen vol aan hun eigen vijanden. 

De Britten moesten het alleen opnemen tegen de binnenvallende barbaren. 

De Muur van Hadrianus hield de Schotse Picten buiten het Romeinse Brittannië.

© Shutterstock

‘Heer der oorlogen’ verdrijft vijanden

Zelfs de Romeinen waren bang voor de strijdlustige Saksen, die weinig moeite hadden met de zwakke Britse verdediging tijdens hun veroveringstocht. 

Vondsten laten echter zien dat de opmars van de Saksen in het begin van de 6e eeuw werd gestuit. Op dat moment werden Keltische vestingwerken versterkt.

Volgens de Welshe monnik Gildas, die ooggetuige was van de strijd, werden de Saksen door een Keltisch leger verslagen op de heuvel Badonicus. 

Gildas maakt geen gewag van een Arthur, maar begin 9e eeuw meldde de monnik Nennius in zijn werk Historia Britonum dat ‘Artorius dux bellorum’ – Latijn voor ‘Arthur, heer der oorlogen’ – de aanvoerder was van de Keltische verdedigers.

12 veldslagen vocht Artorius uit tegen de Saksen, en elke keer wist hij hen te verslaan. Na de beslissende slag bij Mons Badonicus erkenden de Saksen hun meerdere in de Keltische legerleider, die over bovenmenselijke krachten leek te beschikken: 

‘Maar liefst 960 vijanden doodde Artorius,’ schreef de monnik Nennius in zijn geschiedkundige werk, en hij meldde dat deze Artorius ‘zij aan zij met de Britse koningen’ vocht, wat erop wijst dat Arthur niet als koning begon, maar als veldheer.

LEES OOK: Zo inspireerde koning Arthur ridders na zijn dood

Arthur was mogelijk een Romein

Hoewel Nennius zijn verslag 300 jaar na dato opstelde, nemen historici aan dat de monnik over bronnen beschikte die later verloren zijn gegaan.

De weinige historische beschrijvingen van deze tijd die bewaard zijn gebleven zwijgen in alle talen over Artorius, en we weten dan ook buitengewoon weinig over deze machtige legerleider.

De titel ‘Artorius dux bellorum’ geeft aanleiding te denken dat de aanvoerder die Nennius beschreef – in tegenstelling tot de Arthur van de latere legenden – een Romein was. 

Dux was namelijk de aanduiding voor de hoogste rang van een bevelhebber in een Romeinse provincie, en toen Brittannië nog Romeins was, arriveerde er een centurio met de naam Lucius Artorius Castus.

Deze Artorius kennen we uit inscripties uit de 3e eeuw, die melden dat deze man in Brittannië een legioen aanvoerde in de strijd tegen de Picten, die hij wist terug te drijven. 

De slagen die Artorius uitvocht, vormden wellicht de inspiratie voor de 12 zeges die Nennius later aan de Keltische Artorius toeschreef.

Volgens sommige moderne historici had deze legerleider zijn overwinningen te danken aan de Romeinse paarden. De Romeinse cavaleristen, de cataphractii,

patrouilleerden langs verdedigingswerken als de Muur van Hadrianus. Met paarden zou de historische Arthur veel sterker zijn geweest dan de Picten, die vrijwel uitsluitend te voet vochten.

De theorie dat Arthur begon als een Romeinse officier strookt echter niet met de tijd waarin hij geleefd zou hebben, want Artorius kwam in 181 n.Chr. naar Brittannië en overleed 16 jaar later in Frankrijk – ver voordat de Saksen aan hun invasie begonnen. 

Desondanks is het niet uit te sluiten dat de Romein aan de basis staat van de sagen en verhalen die Nennius in de 9e eeuw opschreef. 

In de vroegste verhalen slaat een personage dat op Arthur lijkt de Saksische invasie af.

© Bridgeman

Britse koning wordt verraden

Een derde mogelijk historisch voorbeeld voor Arthur is de Romeins-Bretonse figuur ­Riothamus. De tijd klopt: hij leefde eind 5e eeuw, en de Romeinse historicus Jordanes beschrijft hem als de ‘koning van de Bretons’ (de inwoners van het huidige Bretagne in Frankrijk), al is het niet zeker over welk gebied hij precies heerste. 

Zijn naam is afgeleid van het Bretonse rigotamus – ‘hoogste vorst’ – en hij was machtig genoeg om een verzoek om hulp tegen de Visigoten van de Romeinse keizer te ontvangen.

Riothamus bracht in Brittannië een Keltisch leger op de been en stak het Kanaal over, maar werd aangevallen door Visigoten en verslagen voor hij zich kon aansluiten bij de Romeinse legionairs.

Met zijn overgebleven troepen vluchtte Riothamus naar de Bourgondiërs, die ook bondgenoten van de Romeinen waren. 

Maar de achterbakse koning van de Bourgondiërs had in het diepste geheim beraadslaagd met de Visigoten, en de twee Germaanse volkeren hadden afgesproken om Gallië onderling te verdelen. 

Veel wijst er dan ook op dat Riothamus werd verraden en waarschijnlijk gedood terwijl hij dacht dat hij de bescherming van de Bourgondiërs genoot.

De laatst bekende verblijfplaats van Riothamus was de Bourgondische plaats Avallon, waarop volgens sommigen het magische rustoord Avalon is gebaseerd. 

Daar ging Arthur naartoe toen hij door zijn zoon Mordred was verraden en zwaargewond was geraakt. 

Meeslepend verhaal over Arthur

Rondom de Keltische ‘heer der oorlogen’ en de verhalen over zegerijke generaals als Lucius ­Artorius Cas­tus en Riothamus ontstond vermoedelijk een kluwen van Welshe en Britse heldensagen, die naar alle windstreken werden verspreid door barden en verhalenvertellers. 

Pas vele eeuwen later werden ze opgeschreven en heen en weer vertaald tussen Engels, Welsh, Frans en Latijn.

In al die legenden bereikte Arthur een welhaast goddelijke status, maar pas met Historia Regum Britanniae (geschiedenis van de koningen van Brittannië) van de geestelijke Geoffrey van Monmouth uit 1136 kwam er voor het eerst een volledig en consistent verhaal over Arthur. 

Hij maakte van hem de machtigste van alle koningen van Brittannië, en met zijn oog voor detail beschreef hij het leven van de legendarische heerser vanaf diens wonderbaarlijke conceptie.

Arthur was de zoon van Uther, wiens vader was gedood door Vortigern, zo vertelde Geoffrey. 

Nadat hij in Bretonse ballingschap was opgegroeid, keerde Uther terug naar Brittannië en volgde hij zijn eveneens vermoorde broer op als koning. Hij noemde zich Pendragon en zette een draak op zijn wapenschild. 

Uther was een rechtvaardige koning, maar hij werd verliefd op de goudharige echtgenote van de hertog van Cornwall, Igraine, met haar ‘zeegroene ogen’.

Volgens Geoffrey was Uther Pendragon zo hoteldebotel dat hij niet meer at. Zijn mannen maakten zich zorgen en riepen de hulp in van de tovenaar Merlijn, die uit het niets verscheen voor de koning:

‘Uw hart zal breken als u niet krijgt wat u begeert. 

En zo waarlijk als u koning bent, zal ik uw wens vervullen. U zult nog deze nacht in de bleke armen van de groenogige Igraine liggen, en zij zal in verwachting raken. Maar er is een prijs te betalen.’

‘Zo zal het geschieden,’ zei Uther. ‘Zeg mij uw prijs.’

‘Het kind is mijn prijs,’ antwoordde Merlijn. ‘Zodra hij wordt geboren, moet hij aan mij overhandigd worden en zal ik hem ver van de gevaren van het hof opvoeden. Want ik voorzie een grote toekomst, die alleen ik in goede banen kan leiden.’

Merlijn toverde Uther om in de hertog van Cornwall. In deze vermomming kon hij Igraine verleiden op het slot Tintagel. 

Ze werd zwanger, en in de nacht dat ze haar zoon baarde, verscheen Merlijn om het kind op te eisen.

Toen Uther dood was, liet de tovenaar de 15-jarige, nietsvermoedende Arthur het zwaard Caliburn uit een rotsblok trekken om te bewijzen dat hij de erfgenaam van de troon was. Hij leek al vanaf het begin voorbestemd om een groot koning te worden. 

Geoffrey maakte van Arthur een voorbeeld van wijsheid, rechtvaardigheid, moed en wilskracht. Onder hem zou het land herrijzen.

De Vrouwe van het Meer geeft Arthur zijn beroemde zwaard en heerst over zijn laatste rustplaats Avalon.

© Osprey Publishing

Geschiedvervalsing

Geoffreys vertelling over Arthur was een regelrechte bestseller. Middeleeuwers smulden van de meeslepende verhalen vol magie, passie en verraad. 

En het werk werd een inspiratiebron voor alle Arthursagen die erop volgden. 

Maar al was Geoffrey van Monmouth een kundige en gerespecteerde priester die onderwees aan het college van St. George in Oxford, zijn collega’s deinsden er niet voor terug om stevige kritiek aan zijn adres te uiten.

William van Newburgh, een andere kroniekschrijver uit die tijd, betichtte hem ervan dat hij alles verzonnen had ‘uit overdreven liefde voor de leugen of om de Britten te behagen’. 

En hoewel Geoffrey zijn boek baseerde op oudere werken, zoals dat van de monnik Nennius en vermoedelijk ook volkssagen, valt het niet te ontkennen dat hij zijn verhalen hier en daar stevig aandikte.

Zo wist hij te vertellen dat Arthur ‘zijn vloot over de zee stuurde’ en Ierland, Orkney, Gotland en IJsland dwong zich aan hem te onderwerpen.

12 jaar lang leefde het Britse rijk in vrede onder de bezielende leiding van koning Arthur.

Het ging hem zelfs zo voor de wind dat hij in staat zou zijn geweest een leger naar Noorwegen en Denemarken te sturen.

Toen hij die landen veroverd had, bracht hij een enorme troepenmacht op de been waarmee hij Europa binnenviel.

Arthur nam Parijs in en stond aan de poorten van Rome toen zijn opmars werd gestuit door slecht nieuws van het thuisfront: in afwezigheid van de koning hadden zijn zoon Mordred en zijn vrouw Guinevere de macht gegrepen. Arthur moest zich naar huis haasten om in te grijpen.

Dat de Britten Parijs zouden hebben belegerd, vonden de Fransen vast heel grappig om te lezen.

In de 12e eeuw hadden de Normandische koning en de paus het voor het zeggen in Engeland, maar Geoffrey zette Arthur neer als een held van het kaliber van Alexander de Grote, een koning die van de Britten onoverwinnelijke wereldheersers maakte – eeuwen voordat ze dat echt werden.

Deskundigen denken nu dat Geoffrey bewust bezig was een gezamenlijk, glorieus verleden te verzinnen voor de bonte verzameling Britse stammen en clans, die weinig hadden om over op te scheppen.

Eerst was hun land een uithoek van het Romeinse Rijk geweest, vervolgens was het veroverd door de Saksen en de Vikingen.

Geoffrey hoefde maar naar de Franken te kijken om het belang van een nationaal symbool in te zien: er was een cultus ontstaan rond Karel de Grote, die in de 8e eeuw West-

Europa grotendeels had onderworpen en in Frankrijk vereerd werd als vader des vaderlands.

De Britse geestelijke wilde zijn landgenoten hun eigen Karel geven en borduurde voort op oude verhalen om de perfecte held te creëren. 

Frankrijk importeert Arthur

Arthur en zijn avontuurlijke hof werden niet alleen geliefd op de Britse Eilanden, maar ook in Normandië, dat de Britse troon in handen had. 

De Normandiërs wilden heel graag onderdanen hebben die afstamden van de grote Arthur, en omdat ridders in Frankrijk zo mogelijk nog meer aanbeden werden, verbreidden de verhalen zich vanuit Normandië naar de rest van het land. 

De Franse dichters verzonnen er allerlei ridderlijke figuren bij, die schone jonkvrouwen het hof maakten op het kasteel van Arthur.

De hoofse liefde was een nieuw verschijnsel in middeleeuws Europa, en veel onbehouwen vechtersbazen leerden manieren uit de Arthurromans. 

Arthurs ridders van de ronde tafel waren beleefd, poëtisch en hoffelijk, maar stonden hun mannetje op het slagveld, en dat waren precies de voorbeelden waar de Franse adel zich aan wilde spiegelen.

Ook de Duitse ridderorden van de middeleeuwen omarmden de sagen, en hun schrijvers begonnen in de eerste jaren van de 13e eeuw Arthur en zijn ridders in verband te brengen met de legende van de magische heilige graal – de beker die Jezus gebruikt zou hebben tijdens het laatste avondmaal.

Volgens een van de Duitse mythen was de graal naar Brittannië gebracht en in de buurt van Glastonbury beland. 

Ridders die in de 13e eeuw op zoek waren naar het reliek, kwamen dan ook bij bosjes naar de Zuidwest-Engelse stad. 

Het gerucht dat Glastonbury de locatie was van het mythische eiland Avalon tilde de zoektocht naar de graal naar een nog hoger plan: het relikwie moest zich wel bevinden op de laatste rustplaats van koning Arthur: Avalon.

Na de bloedige kruistochten naar het Heilige Land luwde de belangstelling voor de graal enigszins, maar de zoektocht naar Arthur ging door. 

De middeleeuwers konden geen genoeg krijgen van de Arthurverhalen van Geoffrey van Monmouth.

© Getty Images

Camelot is overal

De middeleeuwers twijfelden er niet aan dat Arthur echt had geleefd en gingen op zoek naar de plek waar hij hof had gehouden. 

De held werd opgeëist door de Welshmen en de Engelsen, en in elke uithoek van de Britse Eilanden werd het kasteel Camelot gesitueerd. 

Vanaf eind 13e eeuw werd Winchester Castle in Wessex door velen beschouwd als de opvolger van Camelot, want op een muur hing het belangrijkste van alle Arthurrelieken: het blad van de ronde tafel. Het woog 1200 kilo, was van massief eiken en had een diameter van 5,5 meter. 

Dit indrukwekkende tafelblad is echter bij lange na niet oud genoeg om uit de tijd van Arthur te stammen: later bleek dat het hout uit circa 1250 komt – 700 jaar nadat koning Arthur er met zijn ridders omheen gezeten zou hebben.

In de 20e eeuw dachten archeologen dat ze in Zuid-Engeland het kasteel van Arthur hadden gevonden: in een fort bij Cadbury lagen talloze potscherven van kostbaar Zuid-Europees aardewerk. 

Deze vondst wees erop dat er vooraanstaande mensen moeten hebben gewoond. De muren van de burcht waren bovendien versterkt nadat de Romeinen vertrokken waren uit Brittannië, een aanwijzing voor de aanwezigheid van een legerleider die het land verdedigd had tegen de Saksen – zoals koning Arthur.

In 1965 kamde een groep archeologen die zich de Camelot-commissie noemde het bouwwerk uit. 

Ze vonden de omtrek van een grote eetzaal en concludeerden dat er een grote hofhouding in het fort bij Cadbury had geresideerd. 

Toch vonden de enthousiaste onderzoekers geen doorslaggevend bewijs dat de burchtheer de legendarische Arthur was.

Een mogelijke verklaring voor het feit dat er zo veel vermeende Camelots zijn, is volgens sommige historici dat Arthur niet altijd op dezelfde plaats verbleef. 

‘Camelot’ zou het hof zelf aanduiden, en dat kan met de koning zijn meegereisd op zijn tochten door het rijk.

Berooide monniken ontdekken graf

Ook naar het graf van de historische Arthur is naarstig gezocht. De eerste keer dat het werd gevonden was in 1191, toen de abt van het klooster van Glastonbury beweerde dat de koning daar zijn laatste rustplaats had. 

De abt had een plaatselijke legende gehoord over een bard die wist waar het graf was. 

Op een dag verklapte die het geheim, en wonderbaarlijk genoeg lag Arthur juist onder het klooster van de abt, dat niet veel eerder was afgebrand. De monniken waren daarna aan de bedelstaf geraakt.

De abt kon zijn geluk niet op en droeg zijn monniken op om de kloostergronden door de spitten. 

En waarachtig: op vijf meter diepte lag een kist in de vorm van een uitgeholde boomstam. Er stond zelfs een inscriptie op met de woorden: ‘Hier ligt de beroemde koning Arthur.’

Het kostje van de abt was gekocht, want de belangstellenden stroomden toe om de resten van Arthur te aanschouwen – en aalmoezen te geven voor de herbouw van het klooster. Het graf werd later toegedekt om het te beschermen tegen rovers. 

De inscriptie verdween, en er resteert slechts een afschrift van.

De mythe is onsterfelijk

Hoezeer archeologen, letterkundigen en historici zich ook ingespannen hebben om sporen van de echte Arthur te vinden, de vraag of de koning wel bestaan heeft, is nog steeds open. 

We moeten het doen met de mythen over een dappere legerleider die uitgroeide tot koninklijke held.

Ondanks de wankele historische basis van het personage is de Arthurliteratuur onsterfelijk. Al honderden jaren is de mythische vorst onlosmakelijk met de Britse identiteit verbonden. 

En terwijl andere grote helden in hun eigen tijd opgesloten zitten, is Arthur er juist dankzij de vragen over zijn bestaan die al 1500 jaar onbeantwoord zijn, in geslaagd zich aan de vergetelheid te onttrekken. 

Bekijk ook ...