De eerste Engelse kolonie in Amerika was bedoeld als basis voor kapers die plundertochten op de Atlantische Oceaan hielden.

© Bridgeman Images

Roanoke: Het raadsel van de verdwenen kolonie

Engeland wilde zich in de Nieuwe Wereld vestigen op het eiland Roanoke aan de Amerikaanse oostkust. Maar de eerste kolonie, met zijn 110 mannen, vrouwen en kinderen, verdween spoorloos.

12 januari 2018 door Natasja Brostrøm

Vanaf het dek kijkt John White naar de kust. 

Tussen de zandbanken ziet hij het eiland Roanoke, waar hij in 1587 een kolonie van 84 mannen, 17 vrouwen en negen kinderen achterliet. 

Onder hen zijn zijn dochter, schoonzoon en kleinkind Virginia, de eerste Engelse baby in Amerika, vernoemd naar het nieuwe gewest.

Bij zijn vertrek ging het slecht met de kolonie en White beloofde na drie maanden terug te komen. Dat werden drie jaren.

Belust op wereldheerschappij

De kolonie waar White zijn familie achterliet, was een van de eerste voorzichtige Britse pogingen een basis in Amerika te vestigen. 

Engeland is dan nog een klein land aan de rand van Europa, dat kaperkapiteins inschakelt om schepen te beroven, vooral van de Spaanse West-Indië-vloot. 

Onder hen zijn vooraanstaande lieden als sir Walter Raleigh en Francis Drake. 

De kaapvaart heeft de steun van koningin Elizabeth I, levert de financiers snel geld op en brengt felbegeerde handelswaar naar Engeland.

De Engelsen streven aanvankelijk naar een kolonie in Amerika omdat ze een vlootbasis willen waar de kapers verse voorraden kunnen innemen. 

Ze kunnen dan langer op kaapvaart gaan en meer verdienen. De eerste kolonisten zijn daarom alleen mannen, meest soldaten, die een sterkte op Roanoke bouwen. 

Dit eiland aan de oostkust is gekozen vanwege zijn strategische ligging aan de vaarroute van de Spaanse West-Indië-vaarders op weg naar huis.

Het idee van een kolonie staat ook mannen aan die verder kijken en menen dat Engeland daarmee zelf de productie van gewilde handelswaar als suiker en katoen ter hand kan nemen.

Maar de meeste geldschieters zijn voor dit soort investeringen op lange termijn niet te porren: ze willen snelle winsten.

Kolonisten bijeen bij de doop van Virginia Dare, het eerste in de kolonie geboren kind. Ze werd vernoemd naar de streek.

© Getty Images

Vlootbasis wordt een mislukking

In 1585 komen de eerste kolonisten op Roanoke aan met de opdracht de inboorlingen welwillend te benaderen. 

Goede betrekkingen zijn van wezenlijk belang, want de mannen zijn van hen afhankelijk voor eten en drinken.

Een lid van de expeditie omschrijft de indianen als ‘... prettig, vriendelijk en betrouwbaar, zonder berekenende en achterbakse eigenschappen’. 

Helaas kan dat van de kolonisten niet gezegd worden. Als na een bezoek aan een indianendorp een zilveren beker ontbreekt, betichten ze de indianen van diefstal en steken hun voorraden in brand. 

De gemoederen raken zo verhit dat de kolonisten uiteindelijk geen voedsel meer van de indianen kunnen afnemen en naar Engeland moeten terugkeren.

Burgerkolonisten op Roanoke

De Engelsen besluiten nog een poging te wagen. Deze keer met een permanente kolonie, bevolkt met burgers. 

Avonturier en kunstenaar John White, deelnemer aan de eerste expeditie naar het eiland, wordt benoemd tot gouverneur van Roanoke en vertrekt in 1587 met 110 mannen, vrouwen en kinderen naar het nieuwe land.

De eerste burgerkolonisten zijn gewone mensen, ambachtslieden met hun vrouwen, kinderen en bediendes. 

En ze moeten een buitengewone ondernemingslust gehad hebben, want de reis alleen al is een ramp. 

Bij goed weer verblijven de landverhuizers aan dek, maar bij storm noodgedwongen in de bedompte lucht benedendeks, waar het krioelt van de ratten en kakkerlakken. 

Het eten bestaat uit scheepsbeschuit, gedroogd vlees en stokvis, dat naarmate de reis vordert harder wordt en gaat beschimmelen, en wemelt van de maden.

Alle landverhuizers bereiken levend Roanoke, maar tijdens de tocht gaat er veel mis. 

De bedoeling was om onderweg extra voorraden als zout en vee, en gewassen voor de verbouw op Roanoke in te slaan. 

Maar de kapitein ziet ervan af, hij vindt het te link om aan te leggen en de voorraden aan boord te brengen.

Op 22 juli 1587, na twee en een halve maand varen, komen de kolonisten op Roanoke aan. 

Ze trekken in de verlaten vlootbasis, maar al na een week slaat het noodlot toe: een kolonist die op krabbenjacht was gegaan, wordt met ingeslagen schedel teruggevonden, gedood door de indianen. 

White voelt zich direct genoodzaakt de aanslag te vergelden, maar bij vergissing vallen de kolonisten een hun goedgezinde stam aan.

White keert terug

De betrekkingen met de indianenstammen zijn nu zo beroerd dat de kolonisten van hen geen hulp meer hoeven te verwachten, en de toestand is al gauw onhoudbaar. 

De karige voorraden van de kolonie raken snel op en een overval door de indianen hangt in de lucht.

Als het schip waarmee ze gekomen zijn na een maand wordt klaargemaakt voor de terugreis, halen de landverhuizers White over mee te gaan om vanuit Engeland voedsel en mensen over te varen. Op 27 augustus vertrekken ze.

Het lot is de achterblijvers echter niet goed gezind. Als White in Londen aankomt, is het oorlog tussen Engeland en Spanje en heeft de koningin voor alle schepen een uitvaarverbod ingesteld.

Ze moeten nu ingezet worden tegen de Spanjaarden. 

Als het verbod wordt opgeheven, is de belangstelling voor de verre kolonie bij de oorspronkelijke investeerders getaand. Niemand is bereid een expeditie op touw te zetten.

Volkomen platzak doet John White nu pogingen om inhalige handelaars en kaperkapiteins te interesseren, maar hij stoot telkens zijn neus omdat de schippers vooral uit zijn op het plunderen van koopvaardijschepen, en niet op het redden van landverhuizers. 

In 1590 lukt het hem dan toch een expeditie te vinden die bereid is hem te helpen de gestrande kolonisten te ontzetten.

Indianendorp Pomelock, getekend door John White op expeditie naar Roanoke. De wanden van de hutten zijn rieten matten, die opgetrokken kunnen worden.

© Learnnc

Gevaarlijke tocht

In augustus 1590 ontwaart White eindelijk Roanoke aan de horizon, maar het weer is dagenlang zo slecht dat het schip de kust niet kan bereiken. 

De tocht heeft al veel langer geduurd omdat er onderweg geplunderd moest worden, en het orkaanseizoen staat voor de deur.

Plots ziet White iets dat zijn hart doet overslaan. Een levensteken? Rook kringelt van het eiland omhoog, dicht bij de plek waar hij de landverhuizers achterliet.

De volgende ochtend worden er twee sloepen uitgezet. White stapt in de ene. 

De geschutsbaas op de Hopewell krijgt opdracht saluutschoten af te vuren ‘met redelijke tussenpozen’, zodat men aan land weet dat ze in aantocht zijn.

White ziet op weg naar de kust in de verte nog een rookpluim opstijgen en verlegt zijn koers. Maar ze vinden geen spoor van de kolonisten. De teleurstelling is groot.

De volgende dag vaart White met kapitein Cocke van de Hopewell terug naar het eiland. 

Enkele bemannings­leden volgen met een tweede boot. White kan veilig landen, maar de mannen in de andere boot hebben minder geluk. 

Door een hoge golf slaat de boot om: zeven man verdrinken, vier weten er naar een eilandje te zwemmen. De bemanning mort en er dreigt muiterij.

Kapitein Cocke weet de gemoederen echter te sussen. De omgeslagen sloep wordt geborgen en de 19 mannen varen verder richting Roanoke. 

Daar zien ze weer een rookpluim, en ze proberen de aandacht van de overlevenden te trekken met ‘het geluid van trompetten en bekende Engelse deuntjes en liedjes … maar we kregen geen antwoord’, staat er in Whites dagboek. 

Weer geen spoor van de kolonisten: de rook komt van dorre twijgen en droge boomstammen die door de bliksem, van het onweer even daarvoor, in brand zijn gevlogen. 

Wil je meer lezen over mysteriën uit de koloniale tijd?

Neem dan een abonnement op HISTORIA. Hier vind je de beste aanbiedingen. 

Geheime tekens van de kolonisten

De boten ronden het noorden van het eiland en landen op het strand. Daar vinden ze een spoor. In de bast van een boom staan drie vreemde letters: ‘CRO’.

White is opgetogen over de vondst: de inscriptie is ‘… een geheime boodschap, want ik had bij mijn laatste afscheid met ze afgesproken dat ze vooral, in een boom of deurpost, iets moesten inkrassen dat aangaf waar ze waren’.

Een van de weinige stammen die nog op goede voet staan met de landverhuizers, zijn de Croatoan, die op het gelijknamige eiland ten zuiden van Roanoke wonen. 

Door de letters in de bast denkt White dat de kolonisten daar hun toevlucht genomen hebben.

Dat de naam niet compleet is, duidt erop dat de maker werd gestoord, misschien zelfs neergeschoten. Maar Whites notities klinken nog steeds hoopvol: 

‘Ik had ze op het hart gedrukt om, mochten ze ergens in gevaar zijn, een Maltezer kruis door de naam of de letters zetten, maar zo’n teken hebben we niet gevonden’, schrijft hij in zijn dagboek.

Bij het fort van de kolonisten vinden de mannen de hele naam van de stam in een stuk hout gekerfd. Ook daar zonder kruis.

‘Ik was blij dat ik een zeker teken gevonden had van hun veilige wijkplaats bij de Croatoan’, schrijft White. 

Maar op die inkervingen na lijkt de kolonie volledig van de aardbodem verdwenen.

Opgegaan in indianenstam of door Spanjaarden gedood?

  • Afgeslacht door indianen
    Toen koning Jacobus I (1566-1625) een nederzetting in Chesapeake Bay liet vestigen, kwamen de Engelsen in contact met het opperhoofd Powhatan, die pochte dat hij de kolonisten afgemaakt had. Het bracht de Engelsen in een lastig parket, want Powhatan was een onmisbare bondgenoot. Mogelijk sprak de man de waarheid, maar bewijzen had hij niet.

  • Gedood door Spanjaarden
    Spaanse schepen probeerden naarstig de kolonie te vinden, maar de baai en de ruige kust beschermden de Engelsen. Sommigen denken dat de Spanjaarden de kolonie toch vonden, de inwoners ombrachten en de sporen uitwisten. Het zou kunnen, maar bewijzen ontbreken.

  • Inwoners aten elkaar op
    In de kolonie heerste grote hongersnood toen White vertrok, en volgens een van de wildere theorieën doodden de inwoners elkaar en aten ze elkaar op om te overleven, of aten de indianen hen op.Archeologen hebben echter geen botresten of andere sporen gevonden die deze theorie kunnen staven. Evenmin wordt hiermee verklaard waarom de huizen van de inwoners verdwenen zijn.

  • Schipbreuk na mislukte vlucht
    Toen John White vertrok, liet hij een boot achter. Die ontbrak toen de gouverneur na drie jaar op Roanoke terugkeerde. Mogelijk deden de inwoners met die boot een mislukte poging om naar huis te varen. Maar het verklaart niet waarom alle huizen van de aardbodem zijn verdwenen. 

Gedwarsboomd door orkaan

Toch is White nog niet verontrust. Misschien hebben de kolonisten de kostbare houten huizen uit elkaar gehaald om ze elders weer op te bouwen.

Het reddingsteam vaart in de sloepen terug naar de wachtende schepen, maar dan slaat het weer om: er nadert een storm. 

Als die aanzwelt tot een orkaan, wordt de zoektocht gestaakt en worden alle trossen losgekapt om te voorkomen dat de schepen op de kust te pletter zullen slaan. 

Met pijn en moeite weten ze van de wal af te sturen en als ze naar de volle zee drijven, besluit de kapitein om naar Puerto Rico te varen en daar water en voorraden in te nemen.

Als de schepen bij de Azoren aankomen, geeft de kapitein wegens het orkaanseizoen zijn oorspronkelijke plan om terug te varen naar Roanoke op. John White is voorgoed verslagen.

Whites eenzame einde

Na een lange reis vol ontberingen vaart de gouverneur op 24 oktober 1590 de haven van Plymouth binnen. 

De droom van een kolonie is in duigen gevallen, en White wacht slechts eenzaamheid. Hij blijft piekeren over het lot van zijn dochter, schoonzoon en kleinkind Virginia. 

In 1593 schrijft de stervende White aan een vriend: ‘Ik draag de verlossing van mijn mensen, de kolonisten in Virginia, over aan de barmhartige hulp van de Almachtige God.’

Na 1607 doet Engeland verschillende pogingen om vanuit nieuw te stichten koloniën meer naar het noorden zoektochten te organiseren naar de verdwenen kolonisten – maar tevergeefs. 

Het lot van de kolonisten is tot op de dag van vandaag een mysterie.

Pas in 1620 lukte het de Engelsen om een permanente kolonie te stichten in Chesapeake Bay. De stad daar heet tegenwoordig Jamestown.

Lees ook

Lee Miller: Roanoke: Solving the Mystery of the Lost Colony, Penguin Books, 2002. Karen Ordahl Kupperman: Roanoke, the Abandoned Colony, Rowman and Littlefield, 1991.

Bekijk ook ...