De zeelieden en de vrouwelijke passagiers gooiden onderweg alle remmingen overboord. 

© Bridgeman Images

Lichtekooien werden moeders van Australië

De 226 vrouwen aan boord van de Lady Juliana waren veroordeeld voor prostitutie of kleine vergrijpen en verbannen naar de kolonie Australië, waar ze voor nageslacht moesten zorgen. Zodra het schip de haven uit was, gingen ze aan de slag.

20 oktober 2017 door Else Christensen

De inwoners van de havenstad Santa Cruz op Tenerife keken niet zo snel ergens van op. 

Op dit internationale knooppunt tussen Europa, Amerika en Afrika streken namelijk vaak vogels van diverse pluimage neer. 

Maar op een dag in 1789 meerde er een schip aan met passagiers van een wel heel apart slag. 

Een groep jonge vrouwen met wilde lokken, brutale ogen en wapperende rokken paradeerde door de straten van Santa Cruz. 

Het waren de gevallen Engelse vrouwen van het drijvende bordeel dat in de haven lag, het schip de Lady Juliana.

Zulke vrouwen – kleine criminelen uit de Engelse onderklasse die waren verbannen naar de nieuwe strafkolonie in Australië – riepen in die tijd meestal minachting en medelijden op. 

Maar de vrouwen op de Lady Juliana waren verre van zielig. De Britse regering had hun een belangrijke rol toebedacht in Australië. 

Ze moesten als echtgenotes en moeders de kleine, onder druk staande kolonie nieuw leven inblazen. 

De prostitutie in Santa Cruz was slechts een van de middelen die de vrouwen gebruikten om te overleven.

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen

Overleven in Londen is een strijd

De 226 vrouwen die in juli 1789 vanuit Engeland naar Australië vertrokken, behoorden tot de Londense onderklasse en moesten altijd vechten voor hun bestaan. 

De meesten van hen leefden van dag tot dag, zonder te weten waar het geld voor de volgende maaltijd en overnachting vandaan zou komen. Vaak namen ze hun toevlucht tot de misdaad.

Winkeldiefstal, roofovervallen en oplichterij stonden op het repertoire, vaak in combinatie met prostitutie, want straalbezopen en hulpeloze klanten waren een gemakkelijke prooi voor de vrouwen.

Een van hen was Rachel Hoddy. Als prostituee werkte de 19-jarige graag in St. James’s Park, omdat daar altijd heren uit de naburige rijke wijken kwamen. 

In de nacht van 16 op 17 juni 1788 nam Rachel een klant mee naar huis. Toen hij wakker werd, waren zijn kleren weg en zat hij naakt opgesloten in Hoddy’s kamer. 

De kleren had het meisje meteen verpand om de huur te kunnen betalen. Het zou haar echter weinig opleveren, want twee weken later werd ze opgepakt en kwam ze in de Newgate-gevangenis terecht. 

Het leven in Londen was hard voor de vrouwen. 

© Bridgeman Images

Londense cellen zijn overvol

De vrouwenafdeling van Newgate, dat midden in Londen naast de rechtbank Old Bailey lag, was op 70 gevangenen berekend. In december 1788 zaten er echter 151. 

Aangezien de sanitaire voorzieningen en de rantsoenen hier niet op werden aangepast, waren de omstandigheden in Newgate smerig en inhumaan, zo niet levensbedreigend.

Tijdens de strenge winter leden de gevangenen honger en kou. Het vocht droop van de wanden op de vloer, en ze sliepen in plassen water en urine van de overvolle po’s. 

Luizen, vlooien en ander ongedierte beleefden gouden tijden, en doordat iedereen op elkaar zat gepakt, grepen besmettelijke ziekten snel om zich heen. 

Zo ging het al een paar winters, maar dit jaar zat de gevangenis zo vol dat ambtenaren en rechtschapen burgers bang waren dat de ziekten zich verder zouden verspreiden naar de
mensen buiten de gevangenismuren. 

Bovendien ging het gerucht dat er een gevangenisopstand ophanden was. Er moest iets gebeuren.

Verbanning was een beproefde oplossing. In de loop van 65 jaar waren 50.000 criminelen naar de Amerikaanse koloniën gestuurd, waar ze werkten als arbeiders op de akkers van New England, Maryland en Virginia. 

Toen Engeland de koloniën in 1783 echter verloor, was het ook zijn afzetlocatie voor criminelen kwijt.

Australië werd aangewezen als de nieuwe strafkolonie. Maar toen in 1788 de eerste gevangenen aankwamen, liep het anders dan gepland. 

Het begon met een storm die een paar dagen na hun aankomst huishield. Vervolgens sloegen honger en ziekte toe. 

En doordat er heel weinig vrouwen waren, vergrepen de mannen zich aan vrouwelijke kolonisten en Aboriginals. 

Arthur Phillips, de gouverneur van de kolonie die nu New South Wales heet, schreef een wanhopige brief aan de Britse overheid. In de brief, die Engeland in maart 1789 bereikte, smeekte Phillips om hulp. 

Voedsel, geschoolde mannen en huwbare vrouwen had hij nodig.

En zo kon de Britse overheid opeens twee vliegen in een klap slaan: de overvolle gevangenissen ontlasten en tegelijkertijd de kolonisten in Australië vrouwelijk gezelschap bieden. 

Om te beginnen werden er sterke vrouwelijke gevangenen in de vruchtbare leeftijd geselecteerd – zoals Rachel Hoddy. 

Met een roeiboot werden de vrouwen naar het schip de Lady Juliana gebracht, een 400 ton zware bark die in de Theems voor anker lag.

De instructies voor de kapitein waren duidelijk: ‘De ongelukkige vrouwen op de Lady Juliana zijn nu uw zorg. U dient huwelijken te arrangeren tussen hen en de ongehuwde mannen. 

De maatregel moet leiden tot een verbetering van hun moraal en is onontbeerlijk om vrede en geluk in de kolonie te bewerkstelligen,’ schreef de minister van Binnenlandse Zaken William Grenville hem.

Toen de eerste schepen in 1788 Sydney bereikten, ging de vlag uit. 

© Bridgeman Images

Zeelui zijn goede gastheren

De vrouwen beseften dat ze hun land waarschijnlijk nooit zouden terugzien. Sommigen waren levenslang verbannen, maar al was dat niet zo, dan konden ze toch de terugreis niet betalen. 

De meesten van hen wachtten gelaten terwijl het schip werd klaargemaakt voor vertrek. Maar een Schots meisje kon het afscheid van haar land niet aan.

‘Ze zat de hele dag op dezelfde plek. Ik probeerde haar te troosten, maar ze hoorde me niet of antwoordde slechts met snikken en tranen. 

Als ik iets over Schotland zei, wrong ze haar handen en huilde ze hartverscheurend. 

Ten slotte overleed ze, niet aan een ziekte maar aan een gebroken hart,’ schreef John Nicol, de hofmeester van de Lady Juliana, later in zijn memoires. 

Het ongelukkige meisje werd onmiddellijk vervangen door een ander, en niet lang daarna werden de ankers gelicht.

Om te voorkomen dat er gevangenen ontsnapten, zaten de vrouwen vóór de afvaart opgesloten. Maar zodra het schip op open zee was, gingen de luiken open.

Anders dan voor andere gevangenen – en zeelui in het algemeen – werd er goed gezorgd voor de aanstaande echtgenotes en moeders van Australië. 

Ze kregen goed te eten en hadden, afgezien van het naaien van overhemden voor de verkoop in de kolonie, geen plichten aan boord. Voor sommigen was de verbanning een regelrechte opluchting.

Een van de vrouwen zei tegen Nicol: ‘We worden niet slecht behandeld en zijn niet zoals eerder overgeleverd aan de nukken van elke sloeber die we tegenkomen. Voor ons is de verbanning een zegen. Waren we in feite niet allang verbannen, in ons eigen land nog wel?’

Ook voor de bemanning had de ongewone lading pluspunten. 

‘Toen we eenmaal een eind op weg waren, koos elke zeeman een gevangene uit als echtgenote,’ aldus de hofmeester.

Dat gold ook voor Nicol zelf. Sarah Whitelam, een 18-jarige dievegge met een voorliefde voor zijde, stal Nicols hart op het moment dat ze voet aan boord van de Lady Juliana zette.

‘Ze was zo lief en puur als je je maar kunt voorstellen,’ schreef Nicol over de vrouw, met wie hij tijdens de reis een zoon kreeg. 

Hoe Sarah en de andere vrouwen over de mannen dachten, is niet bekend. Maar diverse relaties bleven na aankomst in Australië bestaan.

In elk geval bood de omgang met de bemanningsleden duidelijke voordelen. Naast een echte kooi om in te slapen kregen de scheepsechtgenotes ook beter eten en een beetje privacy aan boord van het propvolle schip. 

Vrede in Amerika dreef vrouwen prostitutie in

Met circa 800.000 inwoners was Londen in 1788 de grootste en meest bedrijvige stad van het Westen. 

De kloof tussen arm en rijk was echter groot, en vooral vrouwen hadden het zwaar. 

In de tijd van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog hadden veel vrouwen uit de onderklasse hun geld verdiend als arbeider, bediende of verkoopster. 

Maar dat veranderde toen de oorlog in 1783 ten einde was en de soldaten terugkeerden van het front. 

De mannen pakten hun oude werk weer op, en voor de vrouwen was het opeens heel lastig om op eerbare wijze hun brood te verdienen. 

Het aantal prostituees nam enorm toe. Londen telde zo’n 50.000 publieke vrouwen – een op de vijf vrouwen was prostituee. 

Prostitutie helpt vrouwen overleven

Ook de vrouwen die niet in de smaak vielen bij de zeelui, wisten de situatie uit te buiten. Waarschijnlijk onder aanvoering van Elizabeth Barnsley, die meteen na de afvaart alle aandacht op zich had gevestigd door de bruine linnen gevangenisjurk te vervangen door haar eigen elegante kleding.

John Nicol vertelt in zijn memoires respectvol over Barnsley. Ze was een winkeldievegge – maar dan wel een met smaak. Ze droeg uitsluitend luxueuze kleding. 

Gehuld in dure japonnen wond ze met veel vertoon de verkopers om haar vinger. Maar zodra ze even niet keken, propte Barnsley kostbare stoffen onder haar kleren of in haar tas. 

Het trucje werkte goed, totdat ze op een dag werd betrapt met 15 meter mousselinestof om haar middel gewikkeld.

Haar lef en daadkracht was Barnsley echter niet verloren, en toen de Lady Juliana op weg naar Australië aanlegde in Santa Cruz, haalde ze de vrouwen op het schip over om van de Lady Juliana een schip van lichte zeden te maken.

‘We maakten er geen bezwaar tegen dat er buitenstaanders bij ons aan boord kwamen. Veel kapiteins en zeelieden deden het schip aan,’ aldus John Nicol over de onderneming, die blijkbaar werd goedgekeurd door de bemanning.

Het spektakel werd herhaald op de Kaapverdische Eilanden en in Rio de Janeiro, en de prostitutie legde de vrouwen geen windeieren. 

Ze konden verse groente en fruit kopen, en hielden soms zelfs genoeg geld over om wat opzij te leggen voor hun toekomstige leven in de kolonie. 

Ze bleven daardoor gespaard voor scheurbuik en andere gevaren uit de tijd van het zeilschip, en er stierven tijdens de reis slechts vier vrouwen – een opvallend laag aantal voor zo’n lang gevangenentransport. 

Toen de Lady Juliana op 3 juni 1790 na bijna een jaar in Australië aankwam, blaakten de vrouwen van gezondheid.

De door honger gekwelde kolonie had het echter zwaar te verduren gehad, en de vrouwen werden koel ontvangen.

‘We hadden liever een schip vol eten gezien dan zoiets overbodigs als 222 vrouwen,’ was het zure commentaar van David Collins, secretaris van de kolonie. 

Collins’ oordeel bleek echter voorbarig. De Lady Juliana had genoeg proviand bij zich om de kolonisten van de hongerdood te redden tot 18 dagen later drie andere schepen aankwamen.

De menselijke lading van de Lady Juliana bracht rust in de kolonie, en bovendien konden de vrouwen helpen bij het werk. 

Veel vrouwen trouwden en stichtten een gezin, en gaandeweg werd de kolonie stabiel. Door deze ontwikkelingen trokken er steeds meer Britten naar Australië.

Een van de vrouwen die op deze manier een voorouder van het moderne Australië werden, was Rachel Hoddy. Volgens de archieven kreeg ze zes kinderen. 

De flamboyante Elizabeth Barnsley, die elke situatie naar haar hand wist te zetten, werd de eerste vroedvrouw van de kolonie en hielp zodoende de eerste generatie blanke Australiërs op de wereld te zetten. 

Lees ook

Sian Rees: The Floating Brothel – The Extraordinary True Story of an Eighteenth-Century Ship and Its Cargo of Female Convicts, Hyperion, 2003. Tim Flannery: The Life and Adventures of John Nicol, Mariner, Grove Press, 2000. Robert Hughes: The Fatal Shore, Vintage Books, 1998.

Se dokumentar-film om rejsen: tinyurl.com/2am4zat.

Bekijk ook ...