Na zijn dood werd de anachoreet begraven in de cel waar hij zijn leven had doorgebracht.

© Musée des Beaux-Arts de Reims

Opofferingsgezinde christenen gaven zichzelf levenslang

In de middeleeuwen deed een religieuze gril de ronde: honderden christenen lieten zich inmetselen. De vrijwillige gevangenen wilden alleen in het gezelschap van God verkeren. Ze moesten echter allerlei roddels aanhoren en kregen geen moment rust.

30 mei 2017 door Lise Jørgensen

Voor het altaar van de Kerk van Sainte-Opportune knielt een jonge vrouw op de koude, stenen vloer. 

Agnes Durochier is 18 jaar en de enige dochter van een rijke Parijse koopman. Op deze dag, 5 oktober 1402, gaat een langgekoesterde droom in vervulling. 

Anders dan haar vriendinnen knielt Agnes hier niet omdat ze in het huwelijk treedt. Ze wil de wereld en al zijn problemen juist achter zich laten en zich voor de rest van haar leven laten opsluiten in een kleine, donkere cel.

Agnes Durochier was slechts een van de velen die zich in de middeleeuwen lieten inmetselen. Ze wensten een leven in totale afzondering, met God als enig gezelschap. 

Maar dat lukte zelden, want de ingemetselden werden juist beroemdheden, die geen moment rust kregen.

Woestijnvaders zweren wereld af

De eerste christelijke kluizenaars doken op in de 3e eeuw, toen vooral mannen de woestijn in trokken als heremiet. 

De vroege christenen verachtten de wereld, en daarom wilden de heremieten zich er uit terug­trekken. 

Ze woonden in een grot, leefden in armoede en aten alleen wat ze nodig hadden om te overleven.

Toen het christendom zich naar het noorden verspreidde, ging de heremiettraditie mee. Omdat het klimaat in de noordelijke regionen echter niet zo mild was als in het Midden-Oosten, lieten de christenen die alleen wilden zijn, zich inmetselen. 

Zo wordt kort na de komst van het christendom naar Frankrijk in de 5e eeuw al ergens Sint­Trièse genoemd, die zich in Poitiers liet inmetselen.

Deze kluizenaars werden anachoreten genoemd, naar het Griekse woord voor zich terugtrekken. 

Maar terwijl de heremieten konden opstappen als ze genoeg hadden van het religieuze leven, zaten de anachoreten in principe tot aan hun dood aan hun keuze vast.

In de kerkelijke annalen worden zowel mannen als vrouwen genoemd die zich in de middeleeuwen en het begin van de renaissance lieten opsluiten. 

Alleen al in Engeland waren er 780 anachoreten, en in de rest van Europa was het fenomeen waarschijnlijk even groot. Inmetselen was onder alle lagen van de bevolking populair: bij rijk en arm, jong en oud, geestelijke en leek. 

Sommigen wilden net als Agnes Durochier van jongs af aan al in afzondering leven, anderen werden later door de religieuze hype gegrepen.

Uit de annalen blijkt dat drie keer zo veel vrouwen als mannen zich in een cel lieten inmetselen. 

In de middeleeuwen waren vrouwen in vrijwel ieder opzicht ondergeschikt aan mannen. Ze hadden dan ook minder mogelijkheden om hun geloof actief uit te oefenen.

Een man kon rijk en machtig worden door de kruistochten, of binnen de kerk carrière maken als bisschop of kardinaal. 

De enige carrièreoptie voor vrouwen was in het klooster te gaan om moeder-overste te worden – of zich laten inmetselen.

Paradoxaal genoeg gaf opsluiting de vrouwen een vrijheid die ze anders niet konden verkrijgen. 

Anachoreten werden namelijk als levende heiligen beschouwd, wat hun macht en invloed gaf. 

Zo was de ingemetselde Christina van Markyate in de 12e eeuw adviseur van de Engelse abt Geoffrey van Sint-Albanus.

Het boek benadrukte dat niemand de anachoreet zag. ‘Wees daarom tevreden met uw kleren, of die nu wit of zwart zijn. Ze moeten slechts eenvoudig en warm zijn.’

© Shutterstock

Handboeken helpen de vrouwen

Het meeste wat we weten over het leven van de opgesloten vrouwen, komt uit handboeken. Het bekendste daarvan uit de middeleeuwen heet Ancrene Wisse – handboek voor anachoreten. 

Een niet bij naam genoemde man schreef het tussen 1225 en 1240 voor zijn drie zussen, die in Engeland waren ingemetseld. 

Het is geschreven als een naslagwerk en bevat richtlijnen voor bijvoorbeeld inrichting, kleding, huisdieren en gebeden.

Hoewel het boek is gericht aan de drie zussen, was het de bedoeling dat ook anderen er gebruik van konden maken.

‘Als (dit) boek in hun handen komt, kunnen ze er troost uit putten,’ schreef de anonieme auteur.

Eenzame opsluiting is een dure grap

De vrouwen moesten vaak lang wachten voor hun wens om te worden opgesloten in vervulling ging. 

Wie anachoreet wilde worden, moest eerst toestemming vragen aan de bisschop, die uitgebreid liet onderzoeken of de kandidaat het waard was om een levende heilige te worden. 

Na de inmetseling werd de bisschop voor de anachoreet verantwoordelijk, dus hij liet elke kandidaat zorgvuldig screenen.

Eerst keek hij of de aanvrager een leven in eenzaamheid psychisch aankon. Zelfs de meest fanatieke middeleeuwse bisschop besefte dat de wens om je te laten inmetselen aan godsdienstwaanzin grensde.

In een brief uit 1329 vroeg de bisschop van Winchester de aartsdiaken van Surrey bijvoorbeeld advies om te bepalen of een jonge vrouw met de naam Christine in aanmerking kwam.

‘Ze wil zich wijden aan een leven van eenzaamheid en kuisheid en zich laten opsluiten in een kleine ruimte in de kerk van Shire,’ zo schreef hij.

‘Ik vraag u om tot op de bodem uit te zoeken of deze Christine over het juiste karakter hiervoor beschikt.’

Als de bisschop de kandidaat geschikt achtte, moest hij vervolgens nagaan of hij genoeg geld had om de anachoreet de rest van haar leven te verzorgen, want ze kon uiteraard niet voorzien in haar eigen onderhoud. 

Sommige anachoreten verdienden een beetje geld met naaien of ander handwerk, maar dat was volgens Ancrene Wisse niet de bedoeling.

‘Een anachoreet mag niets hebben wat haar hart doet uitgaan naar buiten. Een anachoreet die handelt, verkoopt haar ziel aan de koopman van de hel.’

Levend begraven

De inmetselceremonie had wat weg van een begrafenis. Volgens de bisschop van Exeter, die de procedure in de 15e eeuw in het boek Liber Pontificalis beschreef, vastte en bad de kandidaat eerst een paar dagen ter voorbereiding.

Als de dag daar was, werd er een mis gehouden waarin de anachoreet al haar zonden bekende en zwoer zich over te geven aan de genade van God. Daarna werd ze in processie van de kerk naar de cel

gebracht, waar ze zoals een stervende de ziekenzalving kreeg. Soms had de kerk zelfs een graf in de cel gegraven, waar de anachoreet symbolisch in ging liggen. 

De priester wierp aarde over haar heen en reciteerde de woorden: ‘Uit stof bent u geboren, tot stof keert u terug, uit stof zult u herrijzen.’

Tot slot werd de cel dichtgemetseld, en vanaf dat moment werd de anachoreet beschouwd als een levende dode.

Een ingemetseld leven was een langdurig genoegen. Daarom moesten de uren volgens Ancrene Wisse worden gevuld met religieuze rituelen. Zo sprak de anachoreet in de loop van de dag meer dan 26 gebeden uit. 

Het eerste gebed begon al om drie uur ’s nachts, en vervolgens werd er tot zonsondergang meerdere keren per uur gebeden. 

Daarnaast moest de vrijwillige gevangene religieuze teksten lezen.

Historici kunnen moeilijk inschatten of de inmetseling en het strengreligieuze leven de anachoreten gek maakte, maar er zijn verschillende gevallen bekend van mensen die stemmen gingen horen.

Zo beschreef in 1224 de aartsbisschop van Oxford hoe een ingemetselde man met de naam Matthew het visioen kreeg dat twee oude Saksische bisschoppen in de kerk van Dorchester begraven lagen.

‘Onder de vloer ligt Birinus, achter de deur Bertinus,’ zei een stem tegen hem.

Birinus en Bertinus waren bisschoppen in Dorchester in de 7e en 8e eeuw. 

Het verhaal gaat dat de vloer van de kerk werd onderzocht en hun graven werden gevonden, waarna er ineens wonderen plaatsvonden: een dode man kwam tot leven, een melaatse werd genezen en een simpele Engelsman sprak plotseling vloeiend Frans.

De ‘wonderen’ maakten diepe indruk op koning Hendrik III van Engeland. Hij was zo geïmponeerd dat hij een grotere, luxere cel voor Matthew liet bouwen.

Siervoorwerpen hoorden bij de verderfelijke wereld buiten de cel en waren daarom verboden.

© Shutterstock

Nooit een moment rust

Het staat niet uitdrukkelijk in de regels van de religieuze handboeken, maar de verboden wijzen erop dat de cellen werden gebruikt als bank, hotel, school en zelfs roddelhonk. 

Ancrene Wisse zegt bijvoorbeeld indirect dat mensen soms hun kostbaarheden bij een anachoreet onderbrachten, omdat deze min of meer in een kluis woonde en bovendien werd beschermd door God.

‘Neem niet de verantwoordelijkheid op u voor de bezittingen van anderen, of voor hun vee of kleding, en neem niet de toga van de kerk onder uw hoede, noch de miskelk, tenzij dit door noodzaak of grote vrees onvermijdelijk is.’

Er was ook een verbod om mannen een slaapplek te bieden als zij daarom verlegen zaten, al is het enigszins een raadsel hoe zij de dichtgemetselde cel zouden moeten binnendringen om de vrouwelijke anachoreet te onteren.

‘Laat geen man binnen uw muren slapen. Als uw huis door een dringende noodzaak toch wordt gebruikt, zorg er dan voor dat er dag en nacht een vrouw van onbesproken gedrag bij u is.’

De ingemetselde moest het aardse leven eigenlijk geheel afzweren, maar dat kon best lastig zijn als de dorpelingen haar sappige roddels kwamen vertellen.

‘Er wordt wel gezegd dat vrijwel elke anachoreet wordt bezocht door een oude vrouw die haar de oren van het hoofd praat, een klets­tante die haar zegt wat er buiten haar cel zoal gebeurt, een stuk ongedierte, dat alles wat ze ziet en hoort meteen moet doorvertellen,’ zo moppert Ancrene Wisse.

De Engelsman Aelred van Rievaulx had het over iets vergelijkbaars toen hij in de 12e eeuw een handboek schreef voor een anachoreet.

Hij zegt in het boek dat er ‘tegenwoordig nauwelijks nog een eenzame heremiet te vinden is’.

‘Bij haar raam zit een oude roddeltante die eerst de kleren en gewoonten van de priester, dan die van de monnik en tot slot die van de deken afkraakt.’

‘Af en toe wordt de kluizenaar belaagd door een klaterend gelach, en het gif, dat ze met grote vreugde drinkt, zal zich zo verspreiden in haar lichaam.’

In principe mocht de anachoreet met bezoekers alleen praten over religieuze kwesties, en in het uiterste geval met ze bidden of zingen.

Daar maakten veel kerkgangers gebruik van. De anachoreet was namelijk zo heilig dat haar gebed werd gezien als een soort sluiproute naar de hemel. 

Zoals Ancrene Wisse zegt: ‘Ze verheft de gemeente met haar gebeden.’

De meeste anachoreten stierven van ouderdom achter de muren.

Toen Agnes Durochier in 1482 op 98-jarige leeftijd overleed, had ze 80 jaar ingemetseld gezeten.

Al die tijd had ze alleen contact met de buitenwereld gehad via een klein kijkgat, waardoor ze de preek kon volgen en wat te eten kon krijgen. Net als veel andere anachoreten werd ze begraven in de cel waarin ze het grootste deel van haar leven had doorgebracht.

Reformatie maakt einde aan gebruik

Aan de inmetselingen kwam abrupt een einde tijdens de Reformatie in de 16e eeuw, toen de kloosters in protestantse landen werden ontbonden en hun bezittingen vervielen aan de kroon.

De anachoreten werden in meerdere gevallen letterlijk de deur uit gegooid. In het nonnenklooster in Polesworth in Engeland kwamen een groep nonnen, hun moeder-overste en een anachoreet (van over de honderd) op straat te staan.

De wanhopige nonnen vroegen om andere huisvesting en werden geholpen door een lid van een commissie van de protestantse kerk dat medelijden met hen kreeg, omdat ‘de meesten oud en zwak waren en geen vrienden hadden’.

Anderen werden minder goed behandeld. Een ambtenaar kreeg van het hof de opdracht om een dominicaanse non uit haar cel in Worchester te zetten. 

De man schreef aan Thomas Cromwell, de rechterhand van de koning, dat het hem de grootste moeite had gekost om haar weg te krijgen. ‘Maar ze is eruit.’

Bekijk ook ...