Het gezicht van Mohammed wordt niet afgebeeld in de islamitische kunst.

6 redenen dat de islam verdeeld is in soenna en sjia

De islam had nog geen vaste voet aan de grond gekregen in de 7e eeuw in het Midden-Oosten of de godsdienst viel al uiteen in soenna en sjia.

22 december 2017 door Emrah Sütcü

De twee richtingen zijn het eens over veel fundamenten, zoals Allah, de profeet Mohammed en het heilige boek, de Koran, maar op andere gebieden staan ze lijnrecht tegenover elkaar. 

De afgelopen 1400 jaar zijn er bloedige oorlogen uitgevochten tussen soennieten en sjiieten, en vandaag de dag loopt er een scheidslijn door het Midden-Oosten. Aan de wortel van het conflict staat een opvolgingsstrijd. 

1. De profeet had geen erfgenaam

Toen Mohammed, de grondlegger van de islam, in 632 overleed, liet hij de moslims in verwarring achter. Hij had namelijk geen kalief aangewezen die hen op geestelijk en politiek vlak kon aanvoeren. 

Volgens de meesten was Mohammeds vriend Aboe Bakr de aangewezen opvolger, maar een minderheid wilde de bloedlijn volgen en wees Ali aan, een neef en schoonzoon van de profeet. 

2. Ali vermoord

De soennieten, die Aboe Bakr aanwezen als leider, wonnen aanvankelijk de machtsstrijd. Aboe Bakr werd kalief, en na zijn dood werd hij opgevolgd door Omar. 

Maar toen Omars opvolger Oethman in 656 vermoord werd door politieke rivalen, was Mohammeds neef Ali de enige die aanspraak kon maken op het kalifaat. Het was echter onrustig in het rijk en veel kopstukken twijfelden aan zijn geschiktheid. Al snel brak er een burgeroorlog uit. Ali boekte successen op het slagveld, maar toen hij in 661 in gebed verzonken was, werd hij gedood door een soennitische huurmoordenaar. 

3. Bloedbad versterkte identiteit

In oktober 680 trok Hoessein, zoon van Ali en kleinzoon van Mohammed, door de woestijn met zijn familie. De soennieten zaten weer op de troon, maar als kleinzoon van de profeet maakte Hoessein er aanspraak op. 

Daarom werden Hoessein en zijn familie omsingeld door soennieten en allemaal gedood. Dit bloedbad is belangrijk voor de sjiitische identiteit en wordt nog jaarlijks herdacht.

Hoessein en 72 van zijn verwanten werden onthoofd.

© Image select

4. Woorden of daden?

Vanaf 700 begonnen soennieten en sjiieten theologisch uit elkaar te drijven. Ze waren het over veel eens, maar de kwestie van het belang van imams zaaide verdeeldheid. 

Sjiieten hechtten veel waarde aan de uitspraken van imams, terwijl soennieten de leefwijze en daden van Mohammed boven alles stelden. 

5. Iran werd sjiitisch

Eind 15e eeuw was het één grote chaos in het Midden-Oosten. Oude rijken waren uiteengevallen, en in 1501 sprong een sjiitische dynastie in het machtsvacuüm en werd de 14-jarige Ismail als heerser geïnstalleerd. 

Deze vrome vorst verhief de sjia tot staatsgodsdienst in zijn rijk rond het huidige Iran. Hij breidde het grondgebied fors uit, waarmee de sjia een offensievere stroming werd dan voorheen. 

Lees nog veel meer over godsdienstgeschiedenis in ons tijdschrift.

Neem een abonnement

6. Revolutie maakte soennieten bang

In 1979 moest de Iraanse sjah Mohammad Reza Pahlavi, een bondgenoot van het Westen, zijn land ontvluchten toen de religieuze leider Khomeini de macht greep en een streng sjiitisch regime vestigde, dat alle politieke tegenstand met harde hand onderdrukte.

In de Arabische wereld werden deze ontwikkelingen met argusogen gevolgd, en uit vrees dat de Iraakse sjiieten in opstand zouden komen in navolging van hun Iraanse geloofsgenoten, viel Irak Iran binnen met steun van veel soennitische staten. 

In de achtjarige oorlog vielen 500.000 doden, maar de soennieten bereikten hun doel: de sjiitische revolutie sloeg niet over naar andere landen.

80 tot 90 procent van de moslims is vandaag de dag soenniet. Sjiieten vormen 10 tot 20 procent.

Lees ook

 Lesley Hazleton: De tweespalt na de profeet, Bulaaq, 2010 

 Karen Armstrong: Islam – Geschiedenis van een wereldgodsdienst, De Bezige Bij, 2009

Bekijk ook ...