12 dagen lang zaaide een agressieve haai paniek onder badgasten in New Jersey.

© Shutterstock & AAP

‘Jaws’ was geïnspireerd op de werkelijkheid

In de zomer van 1916 komen de Amerikanen in groten getale naar de oostkust om verkoeling te zoeken tijdens een langdurige hittegolf. Maar het is al snel uit met de strandpret: een reeks haaienaanvallen zaait paniek in het land.

3 november 2017 door Jannik Petersen

In zijn badpak zwemt de 25-jarige Charles Vansant weg van het strand, terwijl hij een speelse hond roept die hem gevolgd is, de frisse Atlantische Oceaan in. 

Vanwege de hittegolf zijn dit weekend opnieuw drommen Amerikanen naar de witte stranden van New Jersey gekomen, waar ze genieten van de verkoelende bries en het verfrissende water na een week met 36 graden in de schaduw.

Vansant, een belegger bij een groot bedrijf in Philadelphia, zwemt ver van de kust weg. Hij kan nog staan en stopt af en toe om de hond aan te sporen hem te volgen. 

Maar plotseling maakt het dier rechtsomkeert en zwemt het als een bezetene terug naar het strand.

Vansant gaat staan in het anderhalve meter diepe water en probeert de hond weer naar zich toe te roepen. Op het strand ziet een aantal badgasten nu waarom het dier is omgekeerd: achter de belegger komt de schaduw van een grote vis snel dichterbij. 

Sommigen op het land beginnen met hun armen te zwaaien en roepen ‘pas op, pas op!’, maar Vansant hoort hen niet. 

Het geruis van de golven en het lawaai van de andere badgasten overstemmen hen. Ineens slaakt Vansant een schrille kreet en zwaait hij wild met zijn armen. Een haai heeft zich in hem vastgebeten.

Twee strandwachten springen in een bootje en roeien naar Vansant toe. Het zeewater rondom hem kleurt rood van het bloed. 

Vanaf het strand kijken zijn vader en jongere zus machteloos toe terwijl de roeiboot tergend traag door de branding glijdt. Ondertussen vecht Vansant voor zijn leven. 

Een van de strandwachten grijpt hem bij zijn oksels en probeert hem de boot in te trekken, maar de haai houdt hem stevig vast. 

De ander roeit terug naar de kust, en pas als de roofvis met zijn buik over de bodem schuurt, opent hij zijn bek en laat hij zijn slachtoffer eindelijk los.

Een zwaar verminkte Charles Vansant wordt op het strand van de badplaats Beach Haven getrokken. 

Tot hun schrik zien de toegestroomde mensen dat een van zijn dijen alleen nog uit bot bestaat – de haai heeft al het vlees weggevreten. 

De strandwachten doen hun best om het bloeden te stelpen door een touw om zijn dijbeen te binden, maar dat mag niet baten. Vansant bloedt dood voor de ogen van de onthutste badgasten.

Tot deze zaterdag 1 juli 1916 voelden de Amerikanen zich volkomen veilig in het water van de Atlantische Oceaan. 

Ze hebben natuurlijk wel van haaien gehoord, maar die komen alleen in de warme wateren aan de kust van Florida en Californië voor, en zelfs daar vallen ze zelden mensen aan. 

De komende 12 dagen zal dit beeld door een aantal voorvallen echter voorgoed veranderen. 

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen.

Badplaatsen bagatelliseren ongeluk

De honderden toeschouwers op het strand van Beach Haven zijn geschokt na de dood van Vansant. 

Plaatselijke zakenlieden met belangen in hotels, restaurants en bootverhuur maken zich zorgen over de impact van de haaienaanval, maar in een tijd dat radio en televisie de natie nog niet verenigen, verneemt het gros van de Amerikaanse bevolking niet wat er is gebeurd aan de Atlantische kust van New Jersey.

De meeste grote, landelijke kranten besteden nauwelijks aandacht aan het voorval. Zo wijdt de New York Times er slechts een kort berichtje aan op pagina 18. 

Onder de kop ‘Man dood na aanval van vis’ beschrijft de krant beknopt hoe een ‘C.E. Vansant gebeten werd terwijl hij bij Beach Haven zwom’.

Ondertussen doen de burgemeester en andere plaatselijke politici in de badplaatsen langs de kust van New Jersey hun uiterste best om de bevolking en de badgasten gerust te stellen. 

Ze citeren allerlei deskundigen die beweren dat het risico op een haaienaanval zo ver naar het noorden verwaarloosbaar is.

Om de toeristenstroom niet te laten opdrogen, laten de lokale politici echter voor de zekerheid alle grote stranden beveiligen met zware metalen netten die haaien en andere zeemonsters op veilige afstand moeten houden. 

Elders patrouilleren strandwachten in bootjes, zodat eventuele slachtoffers snel uit het water gehaald kunnen worden.

In 1975 verfilmde regisseur Steven Spielberg de bestseller Jaws. Het boek en de film zijn losjes gebaseerd op de gebeurtenissen uit 1916, toen een reusachtige witte haai een badplaats teisterde.

© Universal Pictures

Amerika in paniek

45 kilometer ten noorden van Beach Haven, bij Spring Lake, gaat Charles Bruder op 6 juli het water in. Hij trekt zich weinig aan van alle commotie die is ontstaan over de vermeende haaien-aanval op Charles Vansant.

‘Vansant kan onmogelijk gedood zijn door een haai. Haaien zijn groot en zien er vervaarlijk uit, maar ze doen geen vlieg kwaad,’ stelt Bruder zijn collega’s gerust. 

Hij heeft wel eens haaien gezien in Californië, en die verdwenen zodra Bruder het water in ging.

Bruder zwemt bijna 120 meter de zee in, en merkt niets van het gevaar dat onder het water loert.

Op het strand trekt Bruder met zijn fraaie zwemslagen veel bekijks. In zee zwemmen is dé modegril van die tijd, en Bruder lijkt het makkelijk af te gaan. 

Plotseling wordt het water hoog de lucht in gestuwd. Een vrouw roept: ‘Die man in die rode kano daar zit in de problemen!’ 

Maar wat ze ziet is geen rode kano: het is het bloed van Bruder, dat het water om hem heen rood kleurt.

Twee strandwachten klimmen in een boot en roeien zo hard ze kunnen om bij de onfortuinlijke zwemmer te komen. Als ze dichterbij komen, zien ze dat een grote haai het op hem gemunt heeft. 

‘De haai viel opnieuw aan toen we er bijna waren. Hij beet een groot gat in zijn buik,’ aldus een strandwacht.

Bruder gaat even kopje onder, maar duikt dan weer op. Een strandwacht weet hem beet te pakken en de boot in te sleuren, wat opvallend weinig moeite kost. 

Pas als Bruder in de boot ligt, beseft de man waarom het zo makkelijk ging: er is weinig meer van hem over. Zijn benen zijn vlak onder de knieën afgebeten en in zijn buik gaapt een gat.

‘Ik ben door een haai gebeten,’ weet Bruder uit te brengen. Hij zegt dat de vis groot en grijs was en een huid had als schuurpapier. 

‘Eerst dacht ik dat hij me zou laten gaan, maar toen kwam hij terug en beet mijn been af. Hij schudde me door elkaar, zoals een terriër met een rat doet,’ vertelt de zwemmer op weg naar de kust. 

‘Toen liet hij me weer even los, maar hij kwam terug en beet mijn andere been af. Hij heeft veel honger.’ Na deze woorden sluit Bruder zijn ogen. Even later sterft hij.

In allerijl wordt er getelegrafeerd naar badplaatsen langs de hele oostkust: de zwemmers moeten het water uit voor de haai weer toeslaat. 

Voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis worden alle stranden ontruimd. Een paar uur nadat Bruder op het strand van Spring Lake is overleden, is het uitgestorven aan de kust. Het land is in paniek.

Experts pleiten haai vrij

De volgende dag is de haaienaanval in Spring Lake voorpaginanieuws. Zelfs de New York Times, die een paar dagen eerder nog sceptisch was, pakt groots uit en kopt: ‘Haai bijt beide benen af van zwemmer in New Jersey.’

De ‘deskundigen’ zijn er echter nog steeds niet uit of een haai wel verantwoordelijk kan zijn voor de dood van de zwemmers. 

Hoewel er nog nauwelijks onderzoek is gedaan naar haaien, beweren veel wetenschappers stellig dat de beet van de roofvis niet sterk genoeg is om door een mensenbot te gaan. 

Volgens sommigen moet Bruder door een orka of een grote zwaardvis zijn aangevallen. Haaiennetten en strandwachten in bootjes vormen volgens de deskundigen afdoende bescherming, zolang de badgasten tenminste niet te ver de zee in zwemmen.

Ook het Amerikaanse ministerie van Visserij doet een poging het risico af te zwakken: 

‘Duizenden mensen zwemmen elk jaar in zee, en vóór 1916 heeft er geen enkele aanval plaatsgevonden. Wie met honden, katten of paarden in aanraking komt, loopt een veel groter risico om te worden aangevallen.’

Maar de vele toeristen aan de kust geloven niets van de geruststellende woorden van de deskundigen en eisen actie. 

De badplaatsen nemen nu extra maatregelen om hun zomergasten niet kwijt te raken: ze zetten motorboten met wachten in, die gewapend zijn met geweren, bijlen, harpoenen en pistolen. 

Om de haaien aan te trekken slepen de boten een lange lijn achter zich aan met een lamsbout eraan. 

Grote vishaken moeten de roofvissen lang genoeg vasthouden om ze dood te kunnen schieten. Op 8 juli worden alleen al in Spring Lake drie van dergelijke boten ingezet.

Al snel beginnen de haaienverhalen bij de kranten binnen te stromen. Bij Spring Lake voert een strandwacht een gevecht met een haai van 3,5 meter die om zijn roeiboot cirkelt. 

Pas als hij het beest herhaaldelijk met zijn roeiriem op de kop geslagen heeft, verdwijnt het. Bij Beach Haven slaan twee pleziervissers een grote zandbankhaai aan de haak, die ze met een revolver doodschieten.

In Bayonne, slechts vijf kilometer van New York, probeert een politieman een haai weg te jagen door zijn pistool op hem leeg te schieten. Pas na een vol-treffer in zijn kop gaat de vis ervandoor. 

Zin en onzin over haaien

  1. Haaien kunnen één druppel bloed van verre ruiken
    Juist: Haaien hebben een uiterst verfijnde reukzin, waarmee ze op honderden meters afstand bloed kunnen ruiken. Hierdoor kunnen ze prima jagen in het donker.

  2. Je kunt stenen slijpen en schuren met haaienvel
    Juist: Al sinds mensenheugenis wordt de huid van haaien gebruikt als schuurpapier. De bewoners van de eilandengroep de Comoren doen dat zelfs nog steeds.

  3. Alle haaien eten mensen
    Onjuist: Slechts een paar soorten eten wel eens mensen, en geen enkele soort zou de voorkeur geven aan mensenvlees. De meeste van de ruim 400 soorten hebben genoeg aan vis, walvissen, zeehonden en inktvissen en lusten ons niet.

President neemt maatregelen

De haaienhysterie wordt nog verder aangewakkerd als de kranten vissers en kapiteins citeren die enorme groepen haaien zeggen te hebben gezien. 

Het is niet ongebruikelijk dat kleinere haaiensoorten zich in scholen verzamelen, maar nu lijken ook grote haaien dat te doen, en ze komen dichter bij de kust van New Jersey dan ooit tevoren.

Vanwege de paniek voelt president Woodrow Wilson zich geroepen om in te grijpen. 1916 is een verkiezingsjaar, en als oud-gouverneur van New Jersey kan hij niet aan de zijlijn blijven staan als hij herkozen wil worden.

Wilson benoemt een ambtenaar die de strijd tegen de haaien moet gaan leiden door alle kustwachtvaartuigen aan de oostkust te mobiliseren. De bemanning krijgt de opdracht om zo veel mogelijk haaien te doden.

De Amerikanen gruwen bij het idee van bloeddorstige haaien, en tripjes naar de kust worden massaal afgezegd.

De badplaatsen doen hun best om de bezoekers ervan te overtuigen dat er op hun stranden niets aan de hand is: ‘Kom de haaien uitlachen – wij hebben netten van metaal uitgezet.’

Vijf dagen na de dood van Bruder beginnen de Amerikaanse stranden langzaam weer vol te stromen – de hitte heeft al meerdere levens gekost in de grote steden. 

Maar net als de sfeer er aan de kust weer een beetje inzit, gebeurt het ergst denkbare: opnieuw slaat er een haai toe, deze keer op een wel heel onverwachte plek. 

Zelfs landinwaarts vloeit bloed

De plaats Matawan ligt 25 kilometer van de kust en is slechts via een smalle kreek verbonden met Raritan Bay aan de Atlantische Oceaan. 

Het water is maar 10 à 12 meter breed en vijf meter diep. Als het getij de baai in stroomt, wordt het zoute water een aantal kilometer de kreek in gestuwd, maar het water is daar desondanks altijd even troebel. 

Dit vormt in 1916 echter geen belemmering voor mensen om er tijdens de hittegolf een verfrissende duik te nemen.

Kapitein Thomas Cottrell bevindt zich met zijn viskotter in de kreek als hij een grote haai ontwaart die op Matawan af zwemt. 

Bij de eerste brug over de kreek legt Cottrell aan en rent hij naar boven om de sheriff te bellen. Maar die antwoordt dat de kapitein wel een zonnesteek opgelopen zal hebben, en voegt er lachend aan toe dat de kans om bij Matawan een olifant tegen te komen groter is. 

Verbolgen vaart Cottrell door om onderweg zo veel mogelijk mensen te waarschuwen, maar dat valt nog niet mee.

Als een paar uur later de 11-jarige Lester Stillwell met zijn vriendjes in het water rondspettert, is hij dan ook niet op zijn hoede. 

‘Kijk, ik drijf!’ roept Lester, terwijl de andere kinderen zich afvragen wat die grote boomstam in het water doet. 

Plotseling verdwijnt het jongetje met een kreet onder water, en de anderen raken in paniek: ‘Lester is weg!’ 

Dan zien ze een rugvin door het water snijden, een monster dat Lester in zijn bek heeft en een hoop gespetter. De kinderen rennen in hun blootje de stad in. 

Ze roepen ‘haai, haai!’, maar niemand besteedt er aandacht aan. 

De hele staat is weliswaar in de ban van haaienaanvallen, maar het lijkt hoogst onwaarschijnlijk dat een haai een lange, troebele kreek op gezwommen zou zijn en Matawan bereikt heeft.  

Redder wordt slachtoffer

In zijn stomerij hoort Stanley Fisher de kinderen schreeuwen. Hij rent meteen samen met twee andere mannen naar het water. Ze weten dat Lester lijdt aan epilepsie en denken dat hij tijdens het zwemmen een aanval heeft gehad.

De drie duiken een paar keer in het drabbige water, maar zien geen spoor van Lester. Er vormt zich een menigte op de kant, en ook de ouders van Lester zijn toegesneld. 

Een van de mannen in het water voelt iets schuurpapierachtigs tegen zijn been en zwemt snel naar de oever, gevolgd door de anderen. Niemand zegt een woord, maar iedereen voelt aan dat er iets niet pluis is. 

Als Fisher de huilende ouders van Lester ziet, besluit hij echter nog een laatste duik te nemen. Bij het dok zit een diep gat in de bodem van de kreek, en dat lijkt de enig overgebleven plaats waar Lester nog kan liggen.

Fisher springt in het water en duikt het gat in. Met zijn handen tast hij de bodem af, tot hij plotseling op het levenloze bovenlichaam van Lester stuit – dat is het enige wat er van het jongetje over is. 

Fisher ontdoet het lichaam van vuil en takken en neemt het onder zijn arm mee naar het oppervlak. Net als hij het ondiepe stuk bereikt waar hij kan staan, slaat de haai toe. 

Hij bijt zich vast in het dijbeen van Fisher, die het lichaam van het jongetje los moet laten.

De haai heeft hem stevig vast, maar Fisher is een flinke kerel van bijna 100 kilo, en hij vecht als een leeuw om zich aan de vlijmscherpe tanden van het beest te ontworstelen. 

Twee keer wordt hij onder water getrokken, maar hij weet steeds weer boven te komen. Pas als iemand in een roeiboot de haai een mep geeft met zijn spaan, laat de vis Fisher los. 

De menigte gooit een touw naar de moedige duiker en trekt hem aan land. Het bloed spuit uit zijn gehavende lijf, en zijn dijbeenbot is geheel blootgelegd. Al het vlees is eromheen weggevreten.

‘Mijn god,’ kreunt Fisher terwijl hij op het gras ineenzijgt. De arts van het stadje probeert de bloedtoevoer naar het been af te sluiten met een touw, maar Fisher heeft al te veel bloed verloren.

Nadat Michael Schleisser de reuzenhaai gevangen had, probeerde hij er een slaatje uit te slaan. Hij liet hem opzetten, en het publiek moest betalen om de menseneter met eigen ogen te mogen zien. Maar het opzetten was een haastklus, en het dier ontbond al na een maand.

© Bronx Home News

Oorlog tegen de haaien

Even verderop horen een paar jongens iemand iets roepen over een haai, en ze haasten zich de oever op. 

De jongste van het stel, de 12-jarige Joe Dunn, kan de rest niet bijhouden en is als laatste bij de ladder waarmee de jongens uit het water klimmen. 

Als Joe de onderste sport beetpakt, slaakt hij een gil en wordt hij het water weer in getrokken. Zijn oudere broer Michael schiet meteen te hulp en grijpt Joe bij zijn arm. 

Er volgt een zwaar gevecht met de haai. Samen met de andere jongens en een toegesnelde volwassene weet Michael Joe los te krijgen, maar een van zijn voeten is door de haai aan stukken gereten. Joe ziet lijkbleek van de schok.

Deze aanval – de derde op één dag – is voor de inwoners van Matawan de druppel die de emmer doet overlopen. 

Woedend stormen ze op de kreek af, nu bewapend met jachtgeweren, netten, dynamiet en alles wat er verder voor het grijpen lag. Terwijl er rond het water explosies en schoten klinken, sterft Stanley Fisher in het ziekenhuis aan bloedverlies. 

De jonge Joe Dunn is de enige die de aanvallen van die dag overleeft, en hij raakt zelfs zijn voet niet kwijt. Als het nieuws zich door het land verspreidt, neemt de paniek weer toe.

Een killer gevangen

Twee dagen na de aanval bij Matawan gaat de leeuwentemmer Michael Schleisser met een vriend uit vissen in een bootje. 

Vlak bij de plek waar de kreek van Matawan in Raritan Bay uitmondt, voelen ze ineens een hevige ruk aan de boot. 

De motor slaat af en het vaartuig wordt snel achteruit getrokken. Schleisser ziet meteen wat er in het net zit, en hij roept: ‘Grote god, we hebben een haai gevangen.’

Het is een witte haai van 2,5 meter – bijna even lang als het motorbootje van Schleisser. De leeuwentemmer grijpt een gebroken roeispaan en begint de vis op zijn kop te timmeren. 

Uiteindelijk blijft de haai stil in het water liggen. Inmiddels zijn er andere vissers op het tumult afgekomen, en zij helpen de dode witte haai aan land te brengen.

In de haven wordt de haai aan een haak gehangen, en Schleisser snijdt de buik van het bakbeest open. Een berg verteerd mensenvlees en een aantal botresten vallen op de kade. 

Het enige wat nog herkenbaar is, is het scheenbeen van een jonge man. De menseneter van New Jersey is gevangen, denken de meesten. Volgens anderen is het niet waarschijnlijk dat één haai voor alle aanvallen verantwoordelijk is.

Van de honderden grote haaien die in de zomer van 1916 gevangen worden, is die uit Raritan Bay echter de enige die vlees en botten in zijn maag heeft die aantoonbaar van mensen afkomstig zijn. 

En nog vele jaren na de vangst van het monster vinden er in New Jersey geen haaienaanvallen meer plaats.

Lees ook

Michael Capuzzo: Close to Shore, Headline, 2001. Richard G. Fernicola, M.D.: Twelve Days of Terror, The Lyon's Press, 2001. Richard G. Fernicola, M.D.: In Search of the “Jersey Man-Eater”: An Exhaustive Investigation of the Infamous Shark Attacks that Plagued the New Jersey Shore during the Summer of 1916, George Marine Library, 1986.

Bekijk ook ...