Ook wie niet ziek was volgde de mode, zodat syfilislijders niet opvielen op feesten en partijen.

© Bridgeman Images & Shutterstock

Syfilis was een rage – en een onzichtbare killer

Eind 15e eeuw pronkten Europese edelen met hun syfiliszweren – tot ze de ernst van de ziekte inzagen. Toen begonnen ze haaruitval, uitslag en builen te maskeren met een pruik, valse schoonheidsvlekjes en dikke lagen make-up.

25 oktober 2017 door Sisse K. Ibsen

Rond kerst 1496 werd de Italiaanse priester Tommaso di Silvestro ziek. Zijn knieën deden pijn, en in het nieuwe jaar ook zijn schouders. 

In mei schreef hij in zijn dagboek dat de klachten verdwenen waren, maar een jaar later kwamen ze in volle hevigheid terug. 

De geestelijke kreeg ook pijn in zijn penis, ‘zodanig dat ik geen rust kan vinden’. Zijn achterhoofd zat onder de zweren, en zijn mondhoeken waren zo pijnlijk dat hij nauwelijks kon eten.

Di Silvestro had geen idee wat hem mankeerde. Maar hij was bepaald niet de enige die te maken kreeg met deze nieuwe, mysterieuze ziekte, die niet alleen pijn in de ledematen veroorzaakte, maar ook roodbruine blaasjes op het hele lichaam en het gezicht. 

De aandoening, die later als syfilis bekend kwam te staan, verspreidde zich in Europa, en het was al snel duidelijk dat hij via seksueel contact overgedragen werd.

Niet iedereen had het even zwaar te pakken als Di Silvestro. 

Bij velen bleven de symptomen beperkt tot een paar pijnloze zweertjes op de geslachtsdelen en in het gezicht, die een tijdlang zelfs een statussymbool waren en aangaven dat de drager veel seksuele ervaring had. 

Een zweertje op het voorhoofd, ‘Venus’ kroon’, werd met trots gedragen.

Aan deze mode kwam in één klap een eind toen de mensen de ernst van de ziekte inzagen. En al snel werden de verschijnselen verborgen in plaats van benadrukt.

De gekste vindingen om te verhullen dat je syfilis had werden in heel Europa razend populair.  

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen.

De geslachtsziekte speelde verstoppertje met zijn slachtoffers, waardoor die dachten dat ze waren genezen. Maar dan keerde de soa terug met ernstige symptomen, waarvoor soms een huidtransplantatie noodzakelijk was.

Flinke bobbel in de broek

Zo’n 100 jaar voordat syfilis toesloeg, had een nieuw modeverschijnsel de kop opgestoken onder rijke mannen van de renaissance: de braguette of schaamkap. 

Terwijl de benen in een strakke broek gehuld waren, zat het geslachtsdeel in een fraai gedecoreerde stoffen buidel die op de broek gebonden werd. 

Syfilis maakte de braguette nog geliefder – en groter, want de patiënten verbonden hun penis en verborgen het verband in de buidel. Ook gezonde mannen gingen steeds grotere braguettes dragen.

De Engelse koning Hendrik VIII leed waarschijnlijk aan syfilis, want uit beschrijvingen over het hofleven in zijn tijd blijkt dat hij zweren op zijn lid had. Dat werd dan ook ingezwachteld en in een enorme schaamkap gedaan.

De ziekte openbaarde zich ook op minder makkelijk te verbergen plekken. Zo kon de neus misvormd raken doordat de bacteriën het vlees van het gezicht wegvraten en de neusrug inzakte. 

Een zogeheten zadelneus was een duidelijk kenmerk van syfilis en werd dan ook een symbool van verdorvenheid, al waren velen ermee geboren omdat hun moeder met de ziekte besmet was.

De beste geneesheren probeerden de patiënten van de schaamte te verlossen door hun neus te opereren, bijvoorbeeld door een stukje voorhoofdshuid los te snijden en over de neusrug te leggen, al had dit een groot litteken op het voorhoofd tot gevolg. In de 16e eeuw deed de Italiaanse arts Gaspare Tagliacozzi experimenten met transplantatie van huid van de bovenarm. 

Hij naaide de huid op de neus terwijl hij nog aan de arm vastzat om de bloedtoevoer niet af te snijden. Na zo’n operatie moest de patiënt wekenlang met zijn arm omhoog in een statief lopen, terwijl de huid aan de neus vastgroeide.  

Seks geeft rijkdom en aanzien

Syfilis trof vooral degenen die het meest seksueel actief waren: prostituees, soldaten – en de bovenklasse.

Veel edelen aan de Europese hoven gebruikten seks om er beter van te worden. Zo kon een slippertje adellijke titels, goederen of goed betaalde baantjes opleveren. 

Maar ook geslachtsziekten als syfilis waren het gevolg van deze verhoudingen, en die waren niet alleen schadelijk voor de drager zelf, maar werden ook van moeder op kind doorgegeven. Kinderen die met syfilis waren geboren, waren onvruchtbaar en konden zich dus niet voortplanten. 

Volgens historici van nu was syfilis een van de oorzaken dat de Franse en Engelse vorstenhuizen in de 16e en 17e eeuw bijna uitgestorven zijn. Zieke koninginnen baarden onvruchtbare kinderen.

Om de ziekte te beteugelen sloten de bordelen en badhuizen hun deuren. Eerder waren deze badhuizen vrijplaatsen voor allerlei sociale activiteiten voor beide geslachten, maar nu werden ze net als de bordelen als zondige oorden bestempeld.

Parijs bestreed de aandoening door patiënten de stad uit te zetten. 

Rond 1580 was syfilis uitgegroeid tot de ergste epidemie in Europa sinds de Zwarte Dood, maar anders dan pestlijders konden syfilispatiënten tientallen jaren met hun ziekte leven. Totdat de derde fase intrad en de organen van het lichaam langzaam werden afgebroken.

De zieken moesten dan ook leren leven met de onaangename, pijnlijke en zeer zichtbare symptomen. 

Des konings pink steekt uit

In 1655 begon de Franse vorst Lodewijk XIV zijn haar te verliezen – ook een van de vele gevolgen van syfilis. 

In een tijd waarin lang haar bij mannen als een kenmerk van vruchtbaarheid gold, was een kale kop een regelrechte ramp voor de jonge koning. 

Lodewijk was toen nog maar 17, maar zat sinds zijn vierde op de troon en leefde al lang een volwassenbleven, met syfilis als gevolg.

De koning ging dan ook een pruik dragen. En die moest natuurlijk zo groot en indrukwekkend mogelijk zijn. Al snel had de vorst die later bekend zou worden als de Zonnekoning meer dan 40 pruikenmakers in dienst.

Ondertussen verspreidde zijn haar-dracht zich net zo snel als de ziekte die hij ermee wilde verhullen. Ook gezonde mensen gaven kapitalen uit aan kunstmatige, gepoederde haarlokken.

De pruiken werden gemaakt van het haar van arme mensen of dat van geiten en paarden. Als ze gingen stinken, werd dat met parfum gemaskeerd.

Deze kapsels leidden tot praktische problemen. Zo droegen vrouwen vaak zo’n hoge pruik dat hij tegen de kroonluchters met brandende kaarsen aan kwam. Daarnaast trokken pruiken muizen aan doordat er vet op werd gesmeerd en ze met meel werden bestrooid.

De syfilis van de Zonnekoning zou ook tot een ander modeverschijnsel geleid hebben: deftige mensen gingen thee drinken met opgestoken pink. De ziekte veroorzaakt stijve gewrichten, en de vingers zijn het eerst aan de beurt. En als Lodewijk zijn thee dronk met de pink in de lucht, dan moest de hele hofhouding zijn voorbeeld volgen.

Hendrik VIII van Engeland bracht de braguette in zwang, vooral bij edelen met zweren op hun geslachtsdeel.

© Bridgeman Images

Poeder zat vol lood en arsenicum

Syfilis was geniepig. Soms leek de ziekte geheel verdwenen, om daarna weer de kop op te steken – tien keer zo erg. In de tweede fase ontstaan er wratachtige bultjes op de huid, wat ertoe leidde dat valse schoonheidsvlekjes modieus werden. Die werden van muizenvel of stof gemaakt en met vet op de huid geplakt zodat ze de zweertjes bedekten.

Ook poeder werd hip. Zelfs Lodewijk XIV, die vond dat er wel genoeg poeder in zijn pruik zat en het niet in zijn gezicht wilde hebben, staakte zijn verzet tegen het eind van zijn regeringstijd.

Met een dikke laag poeder kreeg je niet alleen een begerenswaardig bleke huid, maar kon je ook de roodbruine blaasjes die syfilis veroorzaakte wegwerken.

Maar het ‘masker van de jeugd’, zoals de Engelse koningin Elizabeth I het poeder noemde, was niet ongevaarlijk. Het zat namelijk vol lood, en soms bevatte het zelfs arsenicum.

Het mengsel kon zo bijtend zijn dat er kloofjes in de huid ontstonden, waardoor de zware metalen en het gif het lichaam konden binnendringen, dat al verzwakt was door de jarenlange syfilisbesmetting. 

Luchtjes uit de baarmoeder

De artsen van de renaissance konden niets uitrichten tegen syfilis, mede omdat ze vaak dachten dat een ziekte die niet door de grote klassieke arts Galenus beschreven was, niet bestond. 

Maar in de tijd van Galenus (130-200 n.Chr.) was er van syfilis nog geen sprake.

Het grootste probleem was natuurlijk dat niemand precies wist hoe je met syfilis besmet raakte – alleen dat het iets met seks te maken had. 

Aan theorieën was echter geen gebrek. Zo werd de besmetting van Hendrik VIII aan een kus van kardinaal Wolsey toegeschreven – een goede vriend van de koning, die later in ongenade viel. 

Anderen, zoals de Italiaanse edelman en kardinaal Cesare Borgia, geloofden dat Hendrik besmet was door ‘schadelijke lucht’ uit een baarmoeder. 

De koning moest die hebben ingeademd toen hij naast een vrouw sliep, wat niet zelden voorkwam.

Wetenschapper en historicus Joseph Grünpeck was zelf met syfilis besmet en deed er zijn beklag over: 

‘Een ziekte die zo vreselijk is, zo pijnlijk en zo gruwelijk, dat niets ergers of verschrikkelijkers de aarde ooit getroffen heeft.’

Grünpeck verbleef aan het hof van de Habsburgse keizer en was tijdens een wild feest besmet geraakt.

Geestelijken waren er als de kippen bij om te waarschuwen tegen ontrouw, buitenechtelijke seks en prostitutie. Zo schreef de Geneefse kerkhervormer Johannes Calvijn in 1521: ‘God heeft deze ziekte in het leven geroepen om dit soort uitspattingen te bestrijden.’

Vanwege de veroordeling door de kerk waren syfilislijders er nog meer op gebrand om de symptomen te verbergen en gingen artsen uit alle macht op zoek naar een geneeswijze.    

Medicijn was dodelijk

Het eerste geneesmiddel dat aansloeg was een extract van de West-Indische guajakboom dat de patiënt deed zweten. 

Het middel werd ingenomen en op de huid gesmeerd. In de 16e eeuw werd de Duitse adellijke familie Fugger, die een monopolie op de import van de boom had, steenrijk.

Bij een andere behandeling klom de zieke in een leeg wijnvat, dat verwarmd werd met gloeiend hete stenen op de bodem. Deze zweetkuur moest drie dagen lang minstens twee keer per dag herhaald worden – maar het liefst een week lang.

De patiënt moest tijdens de behandeling vasten en daarna een dieet volgen dat door de Engelse arts William Clowes was opgesteld. Volgens hem hadden syfilislijders baat bij lam, kalf, haas, kip en fazant en moesten ze varkensvlees, gezouten vlees, vis, kaas, vers fruit en zoete wijn juist vermijden.

Later kwam kwik in de plaats van guajak als populair middel tegen syfilis. 

Het zware metaal werd verdampt in de warme wijnvaten, als zalf op de huid gesmeerd en in pilvorm ingenomen met honing en zoethout. 

In Zweden werd het zelfs gesnoven. Kwik hielp niet tegen de ziekte, maar had wel allerlei ernstige gevolgen, zoals een bloedende mond, uitvallende tanden, krankzinnigheid en in het ergste geval de dood.

Pas ver in de 20e eeuw vonden de artsen een middel tegen syfilis in de vorm van het wondermiddel penicilline. 

Op dat moment had de ziekte Europa 450 jaar lang geteisterd – met bizarre modeverschijnselen tot gevolg.

Lees ook

Kevin Brown: The Pox – The Life and Near Death of a Very Social Disease, Sutton, 2006 Deborah N. Losse: Syphilis – Medicine, Metaphor, and Religious Conflict in Early Modern France, Ohio State University, 2015

Bekijk ook ...