Atatürk presenteerde zelf het nieuwe Latijnse alfabet, dat in plaats van het Arabische schrift kwam. 

© Shutterstock & World Heritage Encyclopedia

Fezverbod schudde Turkije op

Na de val van het Ottomaanse Rijk wil president Atatürk het land – en zijn inwoners – hervormen. De Turken mogen daarom geen fez meer dragen. Maar dat verbod schiet veel burgers in het verkeerde keelgat.

14 november 2017 door Emrah Sütcü

Duizenden enthousiaste Turken zijn bij elkaar gekomen op het centrale plein van de kuststad Inebolu aan de Zwarte Zee. 

Het is 27 augustus 1925, en alle ogen zijn gericht op het podium waar Mustafa Kemal Atatürk, grondlegger en president van het nieuwe Turkije, spreekt.

‘Dit hoofddeksel wordt ook wel een hoed genoemd,’ zegt de president, en hij toont een brede panamahoed aan de grote mensenmenigte.

‘Sommigen zullen beweren dat deze niet bij ons Turken past. Maar laat ik het meteen zeggen: zij zijn ongeïnformeerd en onwetend. Ik zou hun willen vragen: hoe kan de fez, die uit Griekenland komt, meer Turks zijn dan de hoed?’

De toeschouwers dragen Atatürk op handen. De 44-jarige volksheld had de Turken in de Eerste Wereldoorlog een glorieuze overwinning op de Britten bezorgd bij Gallipoli, en na de oorlog heeft hij op de ruïnes van het verslagen Ottomaanse Rijk de nieuwe republiek Turkije opgebouwd.

Zonder de bezielende leiding van Atatürk was het land in handen van de Britten, Fransen en Grieken gevallen, daar is iedereen het over eens. 

Dus als Atatürk van leer trekt tegen de fez, zal hij wel een punt hebben.  

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen.

Een nieuwe wet schreef voor dat de Turken hun fez moesten verruilen voor een hoed.

© AKG/Scanpix

Hoeden uit het buitenland gehaald

Het rode, cilindervormige hoofddeksel was vele eeuwen lang verplicht geweest voor de onderdanen van de Ottomaanse sultans, van Noord-Afrika tot de Balkan. 

En juist daarom staat het voor de vader der Turken, Atatürk, symbool voor al het slechte van het oude rijk: domheid, achterlijkheid en conservatisme.

De mannen van het nieuwe Turkije, waar Atatürk een vooruitstrevend land van wil maken, moeten dan ook een westerse hoed dragen: alle idealen van Turkije in één accessoire.

Drie maanden na de ‘hoedrede’ van Atatürk neemt het nieuwe parlement wet nummer 671 aan: voortaan is de ouderwetse fez verboden.

Daarvóór is Atatürk door het hele land gereisd om de Turkse bevolking warm te maken voor de westerse hoed. 

De kranten lichtten de mannen voor over het juiste gebruik van de hoed, bijvoorbeeld hoe je een ander begroet door je hoed een stukje op te tillen.

De voorlichtingscampagne is een groot succes geworden. Veel Turken willen niets liever dan gehoor geven aan de wil van de vader des vaderlands, en al voordat het fezverbod ingaat, zijn de hoeden in alle grote steden uitverkocht. 

De autoriteiten moeten snel duizenden hoeden uit onder meer Hongarije halen om aan de vraag te kunnen voldoen tot er een plaatselijke hoedenindustrie op poten is gezet. 

In sommige plaatsen worden de hoeden al in de haven door gretige handen weggegrist.

Arabisch schrift werd verboden

De vader der Turken voerde een lange reeks hervormingen door die het dagelijks leven van de bevolking grondig veranderden.

Het fezverbod was slechts een van de vele hervormingen van Atatürk, die in de jaren 1920 van Turkije een seculier, Europees land moesten maken. 

Hij begon met een nieuwe grondwet, die niet meer op de Koran gebaseerd was, zoals de oude.

De hervormingen hielden onder meer in dat godsdienst vrijwel onzichtbaar werd. De macht van de imams werd ingeperkt, en religieuze kledij als de boerka werd verboden. 

Bovendien werden Koranscholen vervangen door openbare scholen, die vooral de Turkse taal en geschiedenis onderwezen. Latijnse letters kwamen in de plaats van het Arabische schrift. 

De maatregelen waren succesvol, en binnen tien jaar was het percentage geletterden gestegen van 9 tot 33.

78 man terechtgesteld

Maar niet alle Turken omarmen de hoed. Velen vragen zich af of het Europese hoofddeksel wel toegestaan is volgens de wetten van de islam, en richten zich tot de religieuze autoriteiten voor een oordeel over het dragen ervan.

Ook in de praktijk blijkt een hoed een probleem voor gelovige moslims, want vanwege de brede rand kunnen ze niet met hun voorhoofd de grond raken tijdens de vijf dagelijkse gebeden. 

De oplossing komt in de vorm van een fatwa die de gelovigen toestemming geeft om blootshoofds te bidden. Maar voor de zekerheid dragen de meeste Turken een platte pet tijdens het gebed.

De fanatiekste moslims willen echter niets met de hoed te maken hebben. Vooral op het platteland roepen imams dat de fez het traditionele hoofddeksel van moslims is en dat een verbod op de fez een verbod op de islam inhoudt.

Op de dag dat wet 671 van kracht wordt, dragen veel Turken uit protest een fez. In de meeste gevallen wordt het hoofddeksel slechts geconfisqueerd, maar sommige ongehoorzamen worden gearresteerd en krijgen twee tot zes maanden cel, zoals de wet voorschrijft.

Op een aantal plaatsen verloopt de overgang naar de hoed zeer onrustig, en in de grote steden maken de rechters van Atatürk overuren. 

Zo worden de muren in Sivas, een conservatief bolwerk in Anatolië, volgeplakt met affiches die de atheïstische hoed afkraken. 

In reactie hierop pakken de autoriteiten alle religieuze leiders uit de stad op en krijgen de twee imams die de opstand geleid hebben de galg. 

Ongeveer 200 kilometer verderop, in Kayseri, loopt de leider van een religieuze sekte voorop in een grote demonstratie tegen de fez. 300 mannen worden gearresteerd, en de sekteleider en vier van zijn naaste aanhangers krijgen de doodstraf.

Een stukje verder naar het oosten – in de grote stad Erzurum – dreigen de ongeregeldheden uit de hand te lopen en zien de plaatselijke autoriteiten zich genoodzaakt om de noodtoestand uit te roepen, die een maand van kracht blijft. 13 mensen worden ter dood gebracht.

De protesten houden maanden aan, maar met ijzeren vuist weet Atatürk ze langzaam maar zeker de kop in te drukken. Als de rust is weergekeerd en de hoed gemeengoed is geworden, zijn 78 fezliefhebbers opgehangen.

Lees ook

Andrew Mango: Atatürk, John Murray, 2004. Feroz Ahmad: Turkey – The Quest for Identity, Oneworld Publications, 2003. Erik J. Zürcher: The Young Turk Legacy and Nation Building, I.B.Tauris & Co., 2012.

Bekijk ook ...