Bertha Benz moest haar mannetje staan om in 1888 over de Duitse landweggetjes te rijden. Ze waren niet geasfalteerd, en de automobiel van Benz had moeite met heuvels. 

© Topfoto/Polfoto, AKG/Scanpix & Daimler

Bertha Benz: ’s Werelds eerste langeafstandsautomobilist

De gemotoriseerde wagen-zonder-paard van Carl Benz stuitte op veel scepsis. Maar Carls vrouw Bertha zag in dat de uitvinding toekomst had, en op een ochtend ging ze achter het stuur zitten om dat te bewijzen.

9 oktober 2017 door Natasja Broström

De koeien renden in paniek alle kanten op, terwijl de boeren kreten slaakten en een kruisje sloegen. 

Want het moest de duivel zelf wel zijn die in 1888 in een bijzonder voertuig kwam aangereden over een stoffig landweggetje tussen Mannheim en Pforzheim in Duitsland. 

De wagen werd niet door paarden getrokken, maar draaide zijn drie wielen op eigen kracht rond. 

En als klap op de vuurpijl zat er een vrouw achter het stuur.

Het ging echter niet om de duivel, maar om de eigenwijze Bertha Benz, de vrouw van de Duitse ingenieur en uitvinder Carl Benz. 

Jarenlang had hij aan zijn ‘paardeloze voertuig’ gewerkt, en hij twijfelde er nog over of hij het in  productie zou nemen. Maar Bertha wist het zeker: dit was de toekomst.

In de vroege ochtend van 5 augustus 1888 was Bertha dan ook stiekem met haar zoons
Richard van 14 en Eugen van 15 de garage in geslopen, terwijl Carl nog lag te slapen. 

Ze wilde naar haar ouders in Pforzheim rijden, ongeveer 100 kilometer verderop. En dat was nogal een waagstuk, want de wagen van Carl Benz had nog nooit meer dan een paar kilometer afgelegd.

Om haar man niet ongerust te maken – al het geld van het gezin zat in de wagen – had Bertha een briefje achtergelaten op de keukentafel: ‘We gaan naar Pforzheim om de schoon-
familie te bezoeken.’ 

Omdat de reis een paar dagen zou duren, schreef ze ook waar Carl eten voor zichzelf kon vinden. 

Zonder geluid te maken duwden de samenzweerders het voertuig de garage uit, en nadat de jongens de motor met de zwengel hadden gestart, namen ze op de bank plaats, naast hun moeder. 

Bertha duwde de versnellingspook aan de linkerkant naar voren en zette het voertuig in beweging. Het eerste uitstapje per auto was begonnen.

Gasmotor is het begin

Bertha Benz besefte wat ze op het spel zette. Sinds haar verloving met Carl in 1870 had ze er alles voor over om de grote droom van haar man, een gemotoriseerd voertuig, mogelijk te maken en had ze al haar geld in het project gestoken.

Al toen Carl klein was, waren tandwielen en machines zijn lust en zijn leven. Zijn moeder, de weduwe Josephine Benz, zag eerder een ambtenaar in haar zoon, maar het begaafde ventje wilde bouwen en uitvinden. 

Al had het gezin het niet erg breed, Josephine Benz stak een zesde van haar bescheiden weduwepensioen in de opleiding van Carl. Eerst aan een technisch gymnasium in Karlsruhe, en later aan de polytechnische school.

In 1861 liet zijn docent Ferdinand Redtenbacher hem hier kennismaken met een van de grootste doorbraken van die tijd: de verbrandingsmotor. Carl was diep onder de indruk. 

Door lucht en benzinedamp te mengen en aan te steken ontstonden er kleine explosies, die de zuigers aandreven. 

De motoren werden bijvoorbeeld door schoen- en gereedschapsmakers gebruikt, maar het jonge technische genie zag er meer in.

Net als veel andere jongeren was Carl in de ban van de rage van die tijd: de zogeheten hoge bi, een voorloper van de fiets. De berijder dreef het voertuig aan met de twee pedalen aan het voorwiel, maar een heuvel vormde vaak een onoverkomelijk obstakel. 

Terwijl Carl stond te dagdromen bij een stationair draaiende verbrandingsmotor en opging in het ritmische gedreun, kreeg hij een ingeving: hij zou een voertuig bouwen met een verbrandingsmotor die niet alleen de naaimachine van een schoenmaker kon aandrijven, maar ook een wagen over de weg kon laten rijden.

Na zijn examen in 1864 en diverse baantjes bij onder meer de Maschinenbau-Gesellschaft Karlsruhe bleef dit idee Carl Benz door het hoofd spoken. 

Toen hij 25 was en voor een aannemer in Pforzheim werkte, ontmoette hij iemand die net zo enthousiast was als hijzelf: de 20-jarige Bertha Ringer. 

Er bestond een aantal prototypes van de Motorwagen. Het eerste, uit 1886, woog 265 kilo, haalde 16 km/h en de motor maakte 400 toeren per minuut. Klik voor meer informatie.

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen.

Tweetaktmotor is noodoplossing

Na hun bruiloft in 1872 nam Bertha Benz een lening met haar bruidsschat als onderpand, en stak ze het geld in het bedrijf Eisengießerei und mechanische Werkstätte van Carl. 

Hier wilde hij zijn eigen verbrandingsmotor bouwen. Omdat zijn landgenoot Nikolaus Otto het patent op een viertaktmotor had, moest hij het echter in eerste instantie doen met een tweetaktmotor.

Alle onderdelen moesten vanuit het niets ontworpen en gebouwd worden, wat duur en tijdrovend was. Intussen breidde het gezin Benz zich in rap tempo uit. 

De oudste zoon Eugen werd in 1873 geboren, en een jaar later volgde zijn broertje Richard. Zij kregen later nog drie zussen. 

Dankzij leningen en zakelijke partnerschappen slaagde Benz erin om het hoofd boven water te houden, maar de tweetaktmotor liet ondanks de inzet van Carl op zich wachten.

In december 1879 raakte het geld dan toch op, en het gezin Benz leek een karige kerst tegemoet te gaan. 

Maar uit de werkplaats klonk plotseling een hoopvol ‘tuf-tuf-tuf’: de eerste tweetaktmotor was eindelijk af. 

Dolgelukkig schreef Benz in zijn dagboek: ‘Hoe meer hij bromt, hoe meer al mijn zorgen als sneeuw voor de zon verdwijnen.’

Carl als gestoord weggezet

Maar de zorgen waren nog niet voorbij. De uitvinder kende zijn beperkingen en wist dat hij geen zakenman was. 

In 1881 ging hij dan ook een partnerschap aan met de fotograaf Emil Bühler en de zakenman Otto Schmuck. Beiden zagen wel brood in de tweetaktmotor, maar een motorvoertuig ging hun te ver.

Schmuck bleek echter een gat in zijn hand te hebben en haalde weinig orders binnen, en al snel moest Carl zijn hand weer ophouden bij de bank. 

Die wilde alleen een lening verstrekken als er een vennootschap opgericht zou worden, en zo kwam de nieuwe Gasmotoren-fabrik Mannheim tot stand.

Opnieuw stuitte Carl op verzet: het negenkoppige bestuur van het bedrijf was uitsluitend geïnteresseerd in zijn stationaire tweetaktmotor. 

Er ontstond een ruzie waarbij een bestuurslid de geestelijke gezondheid van Carl Benz in twijfel trok. Verbitterd stapte Benz in 1883 uit de vennootschap. 

Later schreef hij: ‘Toen het noodlot toesloeg, bleef er slechts één persoon aan mijn zijde. Dat was mijn vrouw. Onverschrokken en dapper bracht ze nieuwe hoop.’

Gelukkig kwamen er investeerders bij, en op 1 oktober dat jaar richtte Carl het bedrijf Benz & Cie. op met de zakenlieden Max Kaspar Rose en Friedrich Wilhelm Eßlinger. 

Het ging het bedrijf voor de wind, want Carls motortje liep goed. Maar zijn voertuig mocht hij nog steeds niet ontwikkelen. 

Benz & Cie. had al 20 werknemers die motoren maakten, en waarom zou je het bestaan van de firma op het spel zetten door zo iets waanzinnigs te bouwen, zo redeneerden zijn twee zakenpartners. 

Carl moest dan ook in zijn vrije tijd met zijn uitvinding aan de slag. 

De wereld verandert blijvend

Het patent van Nikolaus Otto op de viertaktmotor was bijna verlopen, en Carl besloot daarom dat de eerste automobiel ter wereld met viertaktmotor uitgerust zou worden. 

Ondanks alle weerstand besefte hij dat hij goud in handen had. 

Sinds de jaren 1830 maakten Europa en de VS een technische revolutie door, en op de Wereldtentoonstelling die elk jaar gehouden werd, vergaapten bezoekers zich aan vindingen die een paar jaar eerder nog onvoorstelbaar waren.

Stoomtreinen pendelden nu tussen Noord-Europa en Constantinopel, en Thomas Edison had ervoor gezorgd dat iedereen elektrisch licht had.

Met zijn gemotoriseerde voertuig wilde Benz zijn steentje bijdragen aan de technische vooruitgang, maar hij moest al snel toegeven dat een mobiele motor geen peulenschil was. 

Omdat de motor vanwege het verbrandingsproces de neiging had om in brand te vliegen, moest hij een waterkoelingssysteem uitdenken. 

En er kon geen sprake zijn van een ononderbroken aanvoer van vloeibare brandstof, dus Benz gebruikte een mengsel van lucht en benzinedamp om zijn voertuig aan te drijven. 

Ook bedacht hij een ontsteker: een elektrische vonk uit een ingebouwde accu. 

Het gezin Benz maakt in 1894 een uitstapje met Theodor von Liebieg, die in een Benz Victoria de eerste langeafstandsrit maakte: 939 kilometer.

© Corbis/Polfoto

Testrit eindigt tegen muur

Uiteindelijk resulteerde het jarenlange werk van Carl Benz in een prototype, en in 1885 draaide hij voor het eerst aan de grote zwengel. De automobiel pruttelde en proestte, en kwam op gang.

De eerste testrit vond plaats in de tuin van de werkplaats. De arbeiders stonden te juichen en Bertha rende al klappend met haar man mee, die trots als een pauw achter de stuurpook zat. 

Maar de vreugde was van korte duur: eerst hield de motor ermee op, en niet veel later klonk er een harde knal toen de ketting van een wiel brak.

Twee weken later deed Benz een nieuwe poging, en dit keer zat Bertha naast hem. De motor liep nog niet of het voertuig sloeg op hol en botste frontaal op een muurtje. 

Carl en Bertha kwamen met de schrik vrij. Ze hadden zojuist de eerste proefrit op de weg gemaakt – en de kortste. 

Bij latere tests ging het beter, maar Eugen, de zoon van het echtpaar, moest meerennen om benzine in de motor te gieten, want een benzinetank was nog niet gemonteerd.

Uiteindelijk wist Benz een proefrit van 800 meter te maken, en op 29 januari 1886 werd zijn jarenlange werk bekroond met een keizerlijk patent op een zelfrijdende viertaktmotor met elektrische ontsteking: de Motorwagen

De vuurproef

Hoewel de Motorwagen van Benz nu officieel erkend was, wist Carl nog niet zeker of hij hem in massaproductie zou nemen. Volgens de uitvinder waren er meer tests en aanpassingen nodig. 

Zijn vrouw Bertha was het daar niet mee eens, en op een vroege augustusochtend ‘leende’ ze de automobiel.

De rit naar Pforzheim bewees haar gelijk. De Motorwagen van Benz deed waar hij voor gemaakt was. 

Onderweg raakte de benzine op, en Bertha moest stoppen bij de apotheek van het stadje Wiesloch om ligroïne of wasbenzine te kopen, waarmee huisvrouwen vlekken verwijderden. 

Tijdens het oponthoud stroomden de nieuwsgierigen toe om de wonderlijke wagen te aanschouwen.

Andere problemen vroegen om een creatieve oplossing: toen de leiding van een ontsteker kortsluiting maakte, pakte Bertha een van haar kousenbanden om hem te isoleren, terwijl ze een haarspeld opofferde om een verstopte brandstofslang door te prikken.

Het was al avond toen de reizigers de lichten van Pforzheim ontwaarden. Zodra Bertha bij een postkantoor was, telegrafeerde ze naar haar man: ‘We zijn heelhuids en zonder ongelukken aangekomen. Ons doel is bereikt.’

Het ritje van Bertha was uitstekende pr voor de Motorwagen van Benz. De kritiek op het voertuig zonder paard verstomde, en korte tijd later ontving Benz een gouden medaille voor zijn baanbrekende motorvoertuig op een technische tentoonstelling in München. 

Tijdens deze show maakte Carl ritjes met belangstellenden, en een lokale krant schreef: ‘Zelden of nooit hebben verkeersdeelnemers in onze stad zoiets gezien.’ 

Volgens een andere krant werd de rit ‘gevolgd door een grote groep voetgangers die ademloos toe stonden te kijken’. Rond 1900 was Benz & Cie. een van de grootste autoproducenten ter wereld en verkocht het bedrijf ruim 1250 auto’s. 

Na de eeuwwisseling reden er meer dan 2000 Benz-auto’s rond in onder meer Engeland, Zuid-Afrika en Singapore. Drie jaar voor de dood van Carl Benz in 1929 fuseerde Benz & Cie. met de fabriek van Gottlieb Daimler. 

Samen maakten de autogiganten een van de bekendste en gerenommeerdste merken ter wereld: Mercedes-Benz.

Carl Benz had zijn droom verwezenlijkt dankzij een eigenwijze vrouw die op een ochtend een ritje maakte in de automobiel van haar man. 

Lees ook

Dennis Adler: Daimler & Benz: The Complete History, Collins, 2006. Erinn Banting: Inventing the Automobile, Crabtree Publishing Company, 2006. Brian Williams: Pioneers of Science – Karl Benz, Wayland, 1991. St. John C. Nixon: The Invention of the Automobile (The Lives of Benz and Daimler), Country Life LTD., 1936. Trevor Legate: Het ultieme verhaal van Mercedes-Benz, Parragon, 2006. Carl Benz: Carl Benz – Lebensfahrt eines deutschen Erfinders, Severus Verlag, 2012.

Bekijk ook ...