Toch wilde Jezus Rome niet direct bekritiseren en niets duidt erop dat hij in zijn preken aanzette tot opstand. Historici menen dat zelfs als Jezus politieke en sociale veranderingen aanmoedigde, hij verwachtte dat deze van God zouden komen en niet van de mensen. Jezus was ook welwillend tegenover het Romeinse gezag en benadrukte dat men elkaar moest liefhebben, ook zijn vijand. Jezus at met tollenaars en gehate vertegenwoordigers van Rome en hielp een Romeinse militair als diens dienaar ziek was (Matteüs 8:5-10).
Politieke ambities wees Jezus van de hand: ‘… de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.’ Mochten de Joden gehoopt hebben op – en de Romeinen gevreesd hebben voor – een Messias met een vlammend zwaard in de hand, dan maakte Jezus die verwachtingen niet waar.
Historici denken dat Jezus zichzelf als rechtzinnige Jood beschouwde. Hij leefde de tien geboden na, die God volgens het Joodse geloof de mensen had gegeven, en hield zich aan de
geboden zoals zich wassen voor het paasfeest en offeren. Bijbelverhalen over Joden die Jezus veroordeelden omdat hij de voorschriften niet naleefde, zijn niet waarheidsgetrouw, stelt onder anderen godsdiensthistoricus E.P. Sanders.
In die verhalen komen vooraanstaande Joden voor, met name schriftgeleerden, die Jezus bekritiseerden omdat hij zich niet aan de geboden van de Schrift hield. De farizeeërs bijvoorbeeld, Joden die volgens de evangelisten schijnheilig waren, willen Jezus vermoorden omdat hij een man met een lamme hand geneest op sabbat, een Joodse rustdag. De historici stellen dat de voorschriften de Joden verbieden te werken op sabbat; de genezing, die intrad doordat Jezus de man vroeg zijn hand uit te strekken, kan moeilijk als werken worden beschouwd.
E.P. Sanders denkt dat de evangelisten de verhalen hebben verdraaid. Waarschijnlijk heeft Jezus levendige discussies gevoerd met andere Joden, maar meningsverschillen bleven beperkt tot dat wat de meeste rechtzinnige Joden konden accepteren. Volgens godsdienstonderzoeker Catherine D. Murphy waren de farizeeërs veel verdraagzamer dan de schrijvers van de evangeliën ons willen laten geloven; de ‘schriftgeleerden’ waren dorpsschrijvers, theologen en gerechtssecretarissen, die als groep nauwelijks macht of invloed hadden.
Het waren volgens E.P. Sanders pogingen om de Joden te bestempelen als vijanden van Jezus, die hem wilden verhinderen het ware geloof te verbreiden. Toen de evangeliën werden geschreven waren de Joden immers de felste concurrenten van de christenen.
In het jaar dat Jezus rondtrok en preekte, groeide zijn aanhang gestaag. Onder de talrijke predikers die Gods redding en verlossing uit de slavernij beloofden, werd Jezus al snel als buitengewoon charismatisch gezien. Zijn boodschap over Gods grenzeloze liefde en vergeving sprak bijna iedereen aan en door zijn welbespraaktheid luisterden velen liever naar zijn meeslepende verhalen over Gods rijk dan naar de abstracte schriftuitleg door de traditionele geleerden. Het woord van Jezus gaf al die mensen die droomden van een redder die hen kon bevrijden van de Romeinse onderdrukking hoop, en duizenden kwamen bijeen als hij zijn begeesterde preken hield.
Hoewel vele andere leerlingen van Johannes de Doper ook gingen preken, deden ze dat met veel minder overtuigingskracht dan Jezus.
Toen Jezus voor het paasfeest naar Jeruzalem kwam, nam de spanning toe. Veel pelgrims hadden over hem gehoord en de Romeinen werden nerveuzer. Volgens de evangeliën hadden de Romeinen ook alle reden om bang te zijn, want Jezus werd binnengehaald door een mensenmassa. ‘Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen (…) riepen luidkeels: “Hosanna voor de Zoon van David!”’, zo schrijft de evangelist Matteüs.
De historici weten niet of Jezus naar Jeruzalem ging omdat hij het paasfeest wilde vieren, of omdat hij verwachtte dat Gods rijk zou komen tijdens dat symbolische feest. Ze denken het laatste, getuige het evangelie. De grote volksmenigte in combinatie met de naam David heeft de Romeinen in elk geval verontrust.
Het werd Jezus duidelijk dat de Romeinen zijn geloofsbeweging niet meer konden tolereren en hij zette zich met zijn leerlingen aan een laatste gezamenlijke maaltijd. Hierna ging hij met de trouwste volgelingen naar de Olijfberg, een vredige plek om innerlijke rust te vinden en zich te verzoenen met zijn lot. Terwijl Jezus vertwijfeld rondliep, gebeurde wat hij had voorzien: ongure types omsingelden hem.
Volgens het evangelie van Matteüs voerde een ‘… grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd’ Jezus weg. Een van Jezus’ leerlingen, Judas Iskariot, had gezegd wie ze gevangen moesten nemen. Historici denken dat dit waar kan zijn, omdat de evangelisten niet gauw zo’n pijnlijk verhaal zouden verzinnen over een verrader uit eigen kring.
Judas’ motieven zijn moeilijk te peilen. Misschien was Judas teleurgesteld omdat Jezus de Romeinen niet directer bestreed en wilde hij een confrontatie uitlokken. Maar Judas kan ook zijn leermeester uit hebzucht hebben aangegeven, hij kreeg er immers 30 zilverlingen voor.
De Romeinse prefect Pontius Pilatus liet zich volgens het evangelie overreden door de Joodse leiders om Jezus te veroordelen. De Bijbel zegt dat ze Jezus aanklaagden vanwege godslastering, uit woede omdat hij hun huichelarij had doorzien. De volksmassa, gewone Joden, steunde zijn leiders en wilde ongeacht de pogingen van Pilatus Jezus niet vrijlaten. Gefrustreerd waste Pilatus zijn handen als teken dat hij afstand nam van het vonnis van Jezus.
Dit verhaal strookt niet met de kennis van historici over de machtsverhoudingen in het door Rome bezette Palestina. De Romeinen hadden een goede verstandhouding met de Joodse elite, maar zij hadden zélf de macht. Het Joodse aandeel in de dood van Jezus is dus maar beperkt en bewijst vooral dat de Joodse aristocratie zich probeerde aan te passen aan de werkelijkheid in Palestina rond 30 n.Chr. Een Joodse opstand zou iedereen treffen en om de toorn van de Romeinen niet op te wekken, ging de Joodse elite akkoord met Jezus’ arrestatie.
Dit wordt in het evangelie van Johannes door een Joodse hogepriester bevestigd. Kort voor Jezus naar Jeruzalem kwam, heeft hij met Joodse leiders gesproken over het gevaar dat Jezus
zoveel aanhangers had: ‘Jullie begrijpen het niet! Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat één man sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.’ Toen kozen de
leiders de kant van de Romeinen om de vrede en hun positie niet op het spel te zetten vanwege een prediker. Dat de Joden Jezus gevangen namen, is dus vermoedelijk waar.
Het beeld van Pontius Pilatus als goeiige, onzekere ambtenaar komt ook niet overeen met andere bronnen. Pilatus was een nietsontziende prefect die mensen zonder proces liet veroordelen. Na de dood van Jezus liet hij een groep pelgrims in Palestina vermoorden, wat hem zijn baan kostte. Dat de evangeliën Pilatus en de rol van de Romeinen zo mild neerzetten, komt volgens historici doordat de christenen in de 1e eeuw na Christus een goede relatie met de Romeinen nodig hadden; de Joden speelden geen rol van betekenis meer.
‘Hij was Christus, en toen Pilatus (…) hem tot de kruisdood veroordeeld had, werd hij niet in de steek gelaten door degenen die van hem hielden’, schrijft Josephus over Jezus’ kruisiging. De details zijn niet bekend, maar volgens de standaardprocedure werden de handen en voeten van de veroordeelde aan het kruis genageld, zodat de schouders vrij hangen. Dit geeft zo’n druk op de ribben en het middenrif dat het slachtoffer uiteindelijk stikt. Een vernederende vorm van sterven, bedoeld voor slaven, opstandelingen en dieven. Historici denken dat Jezus werd veroordeeld op grond van het wetsartikel over beschadiging van het aanzien van Rome, een politiek vonnis dus, als de stadhouder de moeite had genomen te verwijzen naar de wet.
De doodsstrijd kon dagen duren, maar Jezus kwam er genadig van af. Hij stierf na een paar uur, terwijl hij volgens de evangeliën riep: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U me verlaten?’ Sommigen menen dat dit een latere toevoeging is. Anderen zien het als een bewijs dat Jezus niet verwachtte de kruisdood te sterven.
Of zijn lot nu was voorbeschikt, of dat Jezus zich toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bevond, de kruisiging heeft de loop van geschiedenis veranderd. Het Romeinse Rijk maakte de mens Jezus kapot, maar de weg was wel vrijgemaakt voor een onvermoed krachtige religieuze beweging.
Historia: Lees alles over de Aanval op Pearl harbor, Sherlock Holmes in levenden lijve en de perfecte ridderburcht.
Quiz en test: Wil je jezelf nog verder uitdagen? Hier vind je alle onze quizzen en tests.
Quiz en test: Hoeveel weet je over beschavingen van de oudheid? Test je kennis met drie snelle vragen.
Quiz en test: Test je kennis over eerdere presidenten - en daag een vriend uit.
Quiz en test: Ontdek met welke dictator je het meest gemeenschappelijk hebt.