De achtermuur werd na de dood van Michelangelo gecensureerd.

Michelangelo schilderde geslachtsdelen in Sixtijnse Kapel

Blote billen en borsten prijkten op de achtermuur van de Sixtijnse Kapel toen Michelangelo in 1541 klaar was met de beschildering. De kerk zat ermee in zijn maag en riep de hulp in van een broekenschilder.

16 mei 2018 door Therese Boisen Haas
Kreten van afgrijzen weerklinken door de Sixtijnse Kapel in Rome. Paus Paulus III en zijn gevolg van kardinalen en ambtenaren staren naar de achtermuur van het zijgebouw van de Sint-Pietersbasiliek, waar de grote Michelangelo Buonarroti in 1540 een enorm fresco aan het schilderen is.

Bij het altaar ziet het gezelschap het voorlopige resultaat: zo’n 400 mensenfiguren, de meesten poedelnaakt, zijn afgebeeld rond een baardloze, blonde atleet, die blijkbaar Christus voor moet stellen. De vrome geestelijken weten niet waar ze moeten kijken. 

Kunst toont grootsheid van de paus

De renaissancemeester Michelangelo heeft het plafond van de Sixtijnse Kapel, waar de kardinalen bijeenkomen om een nieuwe paus te kiezen, al voltooid.Tussen 1508 en 1512 beeldde hij op het vlak van 460 vierkante meter allerlei taferelen uit het scheppingsverhaal af. In 1536 mag hij ook de achtermuur beschilderen. 


Het onderwerp van het 12 bij 13 meter grote oppervlak is de dag des oordeels, waarop gelovigen naar de hemel gaan en zondaars naar de hel.

Als na een paar jaar zwoegen het einde van Michelango’s werk in zicht komt, komt de paus inspecteren met zijn gevolg. Volgens een bron van rond 1550 valt Paulus III spontaan op zijn knieën bij de aanblik: ‘Heer, verlos mij op de laatste dag van mijn zonden!’ bidt hij. Het lijden van de verloren zielen is zo levensecht afgebeeld dat de paus doodsangsten uitstaat.

Ceremoniemeester Biagio da Cesena is ook geschokt. Maar dat komt vooral door de grote hoeveelheid naakt op het fresco. 

Al die geslachtsdelen horen niet thuis in een kapel, maar in een badkamer, vinden hij en de anderen in het gezelschap. Paulus III daarentegen is tevreden met het kunstwerk en wil niet ingrijpen:

Michelangelo kan het schilderij in de kapel rustig afmaken. Maar het verhaal zal nog een staartje krijgen.   

Gewaagde scènes in Het laatste oordeel zijn door Daniele verwijderd.

© Bridgemann

De censuur slaat toe

De reformatie is begonnen en vanwege de overdaad van de katholieke kerk
keren steeds meer gelovigen het instituut de rug toe. In een poging om de leegloop een halt toe te roepen gooit de kerk het roer om. 


Ook de kunst wordt niet gespaard. Op 21 januari 1564 valt het doek voor Michelangelo’s Het laatste oordeel. De grootste onbetamelijkheden moeten worden overgeschilderd, het naakt moet toegedekt.

De oude meester weigert echter ook maar een penseelstreek aan te passen. Maar nauwelijks een maand na het verzoek van de kerk sterft hij. Daniele da Volterra, Michelangelo’s vriend en oud- leerling, krijgt de opdracht om de billen en geslachtsdelen toe te dekken.

Michelangelo had Daniele al meteen opgemerkt toen deze in 1535 in Rome aankwam. De meester nam hem onder zijn hoede, leerde hem de technieken en gaf hem opdrachten van de kerk.

Daniele heeft geen bezwaar tegen het aanpassen van het werk van zijn mentor. De 55-jarige schilder grijpt zijn penseel en stort zich vol vuur op Het laatste oordeel. Hij voorziet ongeveer 40 figuren van een lapje stof voor hun meest intieme delen. 


Daniele wordt al snel Il Braghettone – de broekenmaker – genoemd. Maar dan moet hij zijn werkzaamheden staken, want de paus sterft en in de Sixtijnse Kapel moeten de kardinalen zijn opvolger kiezen.

Omdat Daniele zelf in 1566 overlijdt, kan hij het werk niet afmaken. Het naakt dat nog over is, wordt door minder talentvolle kunstenaars weggewerkt. 

Ondeugend fresco

Pikante scènes in Het laatste oordeel zijn verwijderd. Maar nieuwsgierigen kunnen toch het oorspronkelijke werk zien.

In 1541 zette Michelangelo de laatste penseelstreek in de Sixtijnse Kapel. 23 jaar later ging zijn leerling Daniele aan de slag met het verwijderen van de onbetamelijke delen van het fresco van de meester. Gelukkig werkte er in de tussentijd een derde persoon in de kapel.

De kunstenaar Marcello Venusti maakte in 1549 een getrouwe kopie van Michelangelo’s meesterwerk. Vandaag de dag kunnen bezoekers van het Museo di Capodimonte in Napels Het laatste oordeel ongecensureerd bewonderen.

De kopie laat zien dat Daniele da Volterra twee figuren aanzienlijk veranderde. Michelangelo beeldde de heiligen Sint-Blasius en Sint-Catharina ogenschijnlijk in een spannend standje af. Daniele maakte de voorstelling onschuldiger. 

In Michelangelo’s versie werden de twee martelaren geschilderd alsof ze staand seks hadden (l). In de versie van Daniele da Volterra kijken Sint-Blasius en Sint-Catharina allebei op naar Christus (r).

© Corbis/Polfoto

De beroemde onderbroek

In 1990 krijgt de Sixtijnse Kapel een grote beurt. Het stof en vuil van eeuwen worden van de fresco’s gepoetst en de conservators besluiten om Het laatste oordeel in de originele staat van 1541 terug te brengen – bijna.

Terwijl andere toevoegingen worden verwijderd, mogen de schaamlapjes van Daniele blijven. Ze getuigen van de contrareformatie van de katholieke kerk, luidt het argument. Bovendien kunnen de veranderingen toch niet ongedaan gemaakt worden.

Kunstkenners dachten voorheen dat Daniele over Michelangelo’s werk heen schilderde. Maar nu blijkt dat de leerling al fresco werkte – op natte kalk. Voordat hij daarmee begon, verwijderde hij de aanstootgevende delen en begon hij opnieuw. Michelangelo’s oorspronkelijke werk is voor altijd verloren.

Het oorspronkelijke werk van Michelangelo is voor altijd verloren gegaan, maar hier kun je meer lezen over de pijnlijke laatste jaren van de kunstenaar, toen zelfs vergevorderde jicht hem niet van het beeldhouwen kon weerhouden.

Lees ook

Morten Steen Hansen: In Michelangelos Mirror – Perino del Vaga, Daniele Da Volterra, Pellegrino Tibaldi, Penn State University, 2013. Andrew Graham-Dixon: Michelangelo and the Sistine Chapel, Phoenix, 2009. 

Bekijk ook ...