De Amerikanen hebben hun eigen variant op whisky: bourbon. © Polfoto/Corbis

Sterkedrank: De geschiedenis van gedistilleerd

Wanneer vonden de Russen de wodka uit en waar diende aquavit oorspronkelijk voor? Ontdek het hier.

Mensen drinken al 10.000 jaar wijn, maar pas in de middeleeuwen ontdekten wetenschappers dat de vluchtige alcohol sneller verdampt dan water als je een alcoholische vloeistof verhit.

Deze damp kun je opvangen en afkoelen zodat hij weer vloeibaar wordt, en zo krijg je een distillaat met een hoger alcoholpercentage.

De sterkedrank was geboren, en toen mensen gingen experimenteren met alcohol op basis van onder meer suikerriet, aardappelen, alsem of jeneverbessen, doken er overal ter wereld allerlei soorten gedistilleerd op.

Whisky: Schotten stookten illegale drank

Ontwikkeld: 15e eeuw
Gestookt van: Gerst en mout
Geliefd bij: Schotten en Ieren

De Schotten en de Ieren omarmden de kunst van het distilleren algauw en stookten honderden jaren thuis hun drank.

De gerst kwam van de velden, het water uit de rivieren en de turf uit de grond. Daarom zagen ze sterkedrank als geschenk van de natuur: levenswater of aqua vitae in het Latijn. In het Gaelisch is dat uisge beatha, en dat verbasterde tot whisky.

In 1690 werd de eerste legale distilleerderij opgericht in Schotland, waar Ferintosh gemaakt werd, de eerste whisky met een merknaam.

Wodka: Russen vielen als een blok voor sterkedrank

Ontwikkeld: Voor 1400
Gestookt met: Graan, aardappelen of druiven
Geliefd bij: Russen en Polen

Wodka werd al vóór 1400 gestookt van druivenmost. In het begin was het alcoholpercentage maar 14, maar na de uitvinding van de distillatie werd dat hoger.

Wodka was erg geliefd in Rusland en Polen, waar steden eind 16e eeuw soms wel 500 stokerijen konden hebben.

In tsaristisch Rusland kwam ooit 40 procent van de inkomsten van de staat uit accijns op wodka.

In de Tweede Wereldoorlog hadden Sovjetsoldaten recht op een deciliter wodka per dag.

© Voices from Russia

Aquavit: Gedistilleerd tegen de pest

Ontwikkeld: 15e eeuw
Gestookt met: Graan of aardappelen
Geliefd bij: Scandinaviërs en Noord-Duitsers

In de 15e eeuw leerden de Scandinaviërs distilleren. Hun aquavit wordt voor het eerst genoemd in een Zweedse tekst uit 1467, waarin aanbevolen wordt het door het kruit te mengen omdat dat dan beter zou branden.

Aquavit werd ook ingezet als medicijn tegen jicht en de pest.

Tequila: Spanjaarden brachten stokerij naar Mexico

Ontwikkeld: Ca. 1600
Gestookt van: De agaveplant
Geliefd bij: Spaanse conquistadores

Rond de Mexicaanse stad Tequila leerden de Spanjaarden van lokale indianen dat ze alcohol uit de agaveplant konden halen.

Met distilleerketels uit Europa verkregen ze hoge alcoholpercentages. Rond 1600 werd voor het eerst tequila gestookt in Mexico, en het drankje was snel een hit.

Tequila wordt gestookt van de stengel van de agave, ontdaan van bladeren. © Shutterstock

Cognac: Bedorven wijn werd chique drank

Ontwikkeld: Vroege 17e eeuw
Gestookt van: Wijn
Geliefd bij: Hollandse zeelieden

Hollandse zeelui waren er niet blij mee dat hun wijn bedierf tijdens lange reizen.

Ze gingen daarom Franse wijn distilleren zodat deze langer houdbaar bleef. De wijnboeren rond Cognac zagen meteen een gat in de markt en maakten de eerste dubbel gedistilleerde wijn: cognac.

Jenever: Jeneverbessen tegen jicht

Ontwikkeld: 17e eeuw
Gestookt van: Graan of aardappels met bessen
Geliefd bij: Nederlanders en Engelsen

De Nederlandse arts Franciscus de le Boë Sylvius zocht in de 17e eeuw naar een goedkoop medicijn tegen jicht en vond het in alcohol uit jeneverbessen. De drank werd jenever genoemd, naar genièvre, de Franse naam van de jeneverbes.

Het medicijn sloeg niet aan, maar het drankje wel, ook bij Engelse soldaten die in de Tachtigjarige Oorlog vochten.

Zij namen de jenever mee naar huis, waar de drank zich ontwikkelde tot gin. De kwaliteit liet vaak te wensen over, want de gin werd soms door slinkse handelaren aangelengd met terpentine.

Goedkope gin leidde tot veel problemen in de arme wijken van Londen. © Indymedia London

Rum: Bijproduct werd slavendrank

Ontwikkeld: 1650
Gestookt van: Suikerriet
Geliefd bij: Armen in de Cariben

Columbus nam het eerste suikerriet mee naar Amerika, en in Midden-Amerika en de Cariben werden suikerrietplantages gesticht. Als de suiker gewonnen was, bleef melasse over als bijproduct, en rond 1650 werd ontdekt dat je dat kon gebruiken om rum te maken.

Deze drank was in het begin erg sterk, en smaakte minder goed dan de Europese sterkedrank. De eerste rumproducenten hadden namelijk geen kaas gegeten van distillatie. Ze kregen ketels uit Europa en rommelden maar wat aan.

Rum had eigenlijk maar één voordeel: het was goedkoop en sloeg daarom vooral aan bij slaven en arme zeelieden.

Absint: Gif gaf psychosen en hallucinaties

Ontwikkeld: Eind 18e eeuw
Gestookt van: Anijs en alsem
Geliefd bij: Franse intellectuelen

In 1797 kocht Henri-Louis Pernod het recept van absint, en hij stookte van anijs en alsem een drankje met 68 procent alcohol.

Vanwege de alsem werd gedacht dat absintgebruik tot psychosen kon leiden. Het is een tijdje verboden geweest, maar wordt weer gemaakt.

Lees meer over historische feiten in het volgende nummer van HISTORIA.

© Henri Privat-Livemont

Bekijk ook ...