De stomme schreeuw en de smartelijke blik bleven 130 jaar lang onverklaard. 

© Atlantic Productions

Schreeuwende mummie was hoofdrolspeler van spectaculaire staatsgreep

Al jarenlang proberen onderzoekers het raadsel van de mummie met de verkrampte schreeuw, die tussen de farao’s werd gevonden, op te lossen. Nu tonen DNA-analyses aan dat het de hoofdrolspeler van een spectaculaire Egyptische staatsgreep was.

15 februari 2018 door Natasja Broström

Gaston Maspero, het hoofd van de Egyptische raad voor oudheden, volgt nauwlettend hoe de arbeiders moeizaam de ene na de andere kist het smoorhete lokaal binnendragen. De kisten bestaan uit simpele, ruwhouten planken, maar hun inhoud is van onschatbare waarde. 

Vijf jaar eerder, in 1881, heeft de Franse egyptoloog in de regio Deir-el-Bahri op de westoever van de Nijl 40 mummies gevonden, onder wie Ramses II, Seti I en Toetmosis III. 

Uit vrees voor grafrovers heeft Maspero de mummies naar het archeologisch instituut in Caïro laten brengen. En op deze hete dag in juni 1886 is de egyptoloog klaar om zijn vondsten nader te bestuderen.

Maspero leidt de namen van de doden af uit de 3000 jaar oude hiërogliefen op de sarcofagen. Eén ervan heeft echter geen versiersels of inscripties. 

Maspero verbaast zich over het contrast: de kist van kostbaar cederhout is gevonden in een koningsgraf, maar het ontbreken van de naam duidt erop dat de dode een misdadiger was. Zonder naam zal hij het dodenrijk niet bereiken – een vreselijke straf voor Egyptenaren in die tijd. 

Maspero en zijn assistenten, de arts Fouquet en de scheikundige Mathey, openen de kist. Als ze de windsels om het gezicht weghalen, schrikken ze.

‘Iedereen die hem zag, was er zeker van dat hij was vergiftigd. De verkrampte buik, de wanhopige manier waarop hij zijn hoofd naar achteren wierp en de uitdrukking van ondraaglijke pijn op zijn gezicht lieten nauwelijks ruimte voor een andere verklaring,’ schreef Gaston Maspero later in zijn boek Les Momies Royales de Deir-el-Bahari.

Fouquet steunt de vergiftigingstheorie op grond van de ‘laatste stuiptrekkingen van gruwelijke pijn, die duizenden jaren later nog zichtbaar zijn’, maar Mathey is ervan overtuigd dat ‘de arme man met opzet is verstikt, waarschijnlijk door hem levend te begraven’.

De drie experts doen meer vreemde ontdekkingen: de dode heeft zijn organen nog, wat niet in overeenstemming is met de balsemingsmethoden uit die tijd, hij is gewikkeld in geitenhuid, wat als onrein werd gezien voor rituelen in het oude Egypte, en zijn handen waren vastgebonden.

De man moest haast wel een misdadiger zijn geweest. Maar de onderzoekers komen er niet achter wie de man was en noemen hem Unknown Man E, volgens het alfabetische registratiesysteem dat ze hanteren.

Sinds Gaston Maspero de mummie 134 jaar geleden vond, zijn er diverse pogingen gedaan om het raadsel van ‘de schreeuwende mummie’ op te lossen. Dankzij scans en DNA-analyses lijkt het antwoord nu eindelijk nabij. 

‘Doodskreet’ ontstaat vanzelf. De mummies van de Siciliaanse kapucijnen geven eenzelfde soort ‘schreeuw’ als Man E. 

© Bridgeman Images

Dode krijgt slordige begrafenis

Ondanks meerdere onderzoeken kort na de vondst bleef Unknown Man E een mysterie. Wel deden er verschillende theorieën de ronde. Sommige experts dachten dat het om een belangrijke persoon ging die in het buitenland stierf, waar weinig kennis was over de Egyptische balsemingsmethoden.

Volgens anderen was de dode geen Egyptenaar, maar een Hittiet. In de 14e eeuw v.Chr. reisde een Hittitische prins naar Egypte om met de weduwe van de ‘ketterse’ farao Achnaton te trouwen. 

Maar aan de grens van Egypte stierf hij door ziekte of werd hij vermoord. Als buitenlander werd de prins in een onreine dierenhuid gewikkeld, menen de aanhangers van deze theorie.

De zaak was al bijna opgegeven toen in 2004 de egyptoloog Bob Brier eindelijk toestemming kreeg om de vreemde mummie te onderzoeken. Bijna 100 jaar had niemand Unknown Man E gezien. 

Een aantal bevindingen van Maspero kon Bob Brier al snel bevestigen: de dode was gewikkeld in geitenhuid en er zat geen litteken op zijn buik die de plek aangaf waar de ingewanden verwijderd waren. CT-scans gaven hetzelfde beeld: de organen en de hersenen waren niet verwijderd zoals bij een balseming gebruikelijk was. 

De preparateurs hadden conserverende hars via de mond in het lichaam gegoten in plaats van een buis in de neusgaten aan te brengen om de hars in de lege schedel te gieten. Er was zuinig omgegaan met natron en het lichaam was niet ingedroogd volgens de heersende balsemingsvoorschriften.

Bovendien was Unknown Man E begraven in een sarcofaag die niet voor hem was bestemd. Aan de zijkanten en de uiteinden was hout weggehakt om ruimte te maken voor het lichaam. 

De man was echter niet vergiftigd of levend begraven, want de onderzoekers vonden geen sporen van vergif of tekenen van een langzame verstikkingsdood.

Alles bij elkaar concludeerde Brier dat de preparateurs uit de oudheid het lichaam hadden proberen te conserveren, zij het op een slordige manier. Was dit bewust gedaan? De verwarring van de experts werd er niet minder op.

Prins wordt voor eeuwig vervloekt

Om dichter bij een oplossing voor het raadsel te komen, gaf de Egyptische raad voor oudheden in 2011 toestemming aan een internationaal onderzoeksteam om DNA-monsters te nemen.

Met oudere dateringsmethoden was al vastgesteld dat de man 18 tot 20 jaar was en dat hij in de 12e eeuw v.Chr. leefde – toen Ramses III op de troon zat in Egypte. Nu konden forensisch artsen het DNA-monster vergelijken met DNA dat al eerder was afgenomen bij de mummie van Ramses III.

‘Onze genetische analyses bevestigen eens te meer dat de twee nauw verwant waren. Ze delen het Y-chromosoom en meer dan 50 procent van hun genetisch materiaal, wat gebruikelijk is bij een vader-zoonrelatie,’ aldus de artsen.

Als Unknown Man E een zoon van Ramses was, verklaart dit waarom hij bij de andere prinsen is gevonden. Bob Brier vond bovendien kenmerken bij Unknown Man E die het vermoeden van zijn koninklijke afkomst bevestigen: met henna geverfde teennagels – een traditie onder vorsten – en een kapsel dat vaak door prinsen werd gedragen.

Maar waarom werd hij zo slordig begraven, in een onreine geitenhuid en een sarcofaag zonder naam, waardoor hij het hiernamaals niet kon bereiken?

De verklaring zou zijn te vinden in de zogeheten juridische papyri van Turijn. Hierin valt te lezen over een rechtszaak, een koningsmoord en een grootscheepse paleiscoup, die volkomen in het honderd liep. Een van de samenzweerders was Ramses’ zoon Pentawere, die zijn vader van de troon wilde stoten.

Blauw bloed blijkt uit nagels

Experts vermoeden dat Unknown Man E een prins was. De uitkomst van het onderzoek van de mummie wijst sterk in die richting.

  1. Henna op de teennagels
    In het oude Egypte werden de nagels, handen en voeten van koninklijke doden beschilderd met henna. Archeoloog Bob Brier, die Unknown Man E in 2004 en 2006 onderzocht, ontdekte henna op de teennagels van de mummie.

  2. Koninklijke oorgaten
    De dode heeft gaatjes in zijn oren, en de experts denken dat Unknown Man E dure oorringen van goud droeg. In de 20e Dynastie (circa 12e eeuw v.Chr.), waarin de man leefde, waren oorringen erg in trek bij de elite. Unknown Man E werd begraven als een misdadiger, en de oorringen zijn waarschijnlijk bij het balsemen verwijderd.

  3. Kapsel van een prins
    De mummie Unknown Man E droeg zijn haar in vlechten aan de zijkant van zijn hoofd. Van reliëfs uit die tijd weten we dat die haarstijl voorbehouden was aan prinsen.

  4. Kostbare kist
    Unknown Man E lag in een sarcofaag zonder naam of versiersels. Maar de sarcofaag was gemaakt van cederhout, en dat werd alleen gebruikt voor zeer rijken en leden van het koningshuis.

Coup moet oude tiran omverwerpen

In 1155 v.Chr. stond het eens zo sterke Egyptische Rijk op instorten. Decennia had Ramses III het land bijeengehouden en de grenzen van het rijk bewaakt, maar de ooit zo bevlogen heerser was nu een oude, zelfingenomen tiran. 

En terwijl Ramses tegenover buitenlandse delegaties pronkte met zijn zilveren schalen en gouden bekers, heerste er hongersnood in het land en kregen de arbeiders op de bouwplaatsen van de farao geen salaris en geen eten.

‘We lijden honger (...) we hebben geen kleren en geen olie, vis of groenten,’ luidt de klacht van de arbeiders in een officieel schrijven aan hun farao.

Toen Ramses III in 1155 v.Chr. met zijn familie naar Thebe ging om te vieren dat hij 20 jaar aan de macht was, naderde de onvrede het kookpunt. Anders dan zijn voorgangers had Ramses III geen hoofdvrouw. Twee vrouwen, Tiye en Isis, wedijverden om zijn gunst. 

Isis was populairder, en Tiye besefte dat Isis’ zoon Amenherkhepshef veel meer kans op de troon maakte dan haar eigen Pentawere. Daarom besloot Tiye zelf het heft in handen te nemen: een opstand tegen de impopulaire des-poot zou de weg naar het koningschap vrijmaken voor haar zoon.

Maar een aanslag op de farao was als een aanslag op de goden. Daarom sloot Tiye een verbond met magiërs, die een vloek uitspraken over de lijfwacht van Ramses III om, volgens de juridische papyri, ‘hun ledematen te verlammen’. 

De toverkunst hief ook de goddelijke bescherming over de farao op. Verder kreeg Tiye steun van enkele generaals, die volgens de geschriften klaarstonden om ‘mannen te verzamelen, de wapens te grijpen en op te staan tegen hun heer’.

Op een lenteavond in 1155 v.Chr. sloegen de samenzweerders toe. Wat er precies gebeurde, onthullen de papyri niet. Maar de aanslag is klaarblijkelijk geslaagd, want een paar dagen later kwam er volgens de geschriften een ‘officieel bericht dat de havik naar de hemel gevlogen is’. Ramses was dood.

De staatsgreep mislukte echter totaal. De bevolking durfde niet in opstand te komen om de vertegenwoordiger van de goden op aarde omver te werpen. 

Prins Pentawere en 30 anderen werden veroordeeld wegens ‘weerzinwekkende daden tegen hun land’ en ‘aanzet tot opstand tegen hun heer’. De straffen waren zwaar. Alle betrokkenen werden gedood of moesten zelfmoord plegen.

Als eerste in bijna 100 jaar mocht Bob Brier Unknown Man E onderzoeken.

© Pat Remler/ww.archeology.org

Vader en zoon vinden de dood

De oude juridische geschriften zeggen niet hoe Ramses III aan zijn einde is gekomen en hoe het de machtsbeluste Pentawere na de coup verging. Om een antwoord te vinden op de vraag hoe Ramses stierf, hebben Gaston Maspero en anderen na hem de farao proberen ‘uit te pakken’. 

Maar dat lukte niet – de windsels om het lijk waren zo dik en stijf dat de kwetsbare mummie onherstelbaar beschadigd zou kunnen raken. Bob Brier wist echter met behulp van CT-scans onder de doeken te kijken.

Er waren wel eerder CT-scans van de farao gemaakt, maar deze keer richtten de onderzoekers zich op het gebied rond de hals en nek, dat nog niet eerder was bestudeerd. Voor het eerst in 3000 jaar werden de nekwervels onder de stof zichtbaar. En daaruit bleek dat de keel van farao Ramses was doorgesneden.

Vlak onder het strottenhoofd ontdekten de forensisch artsen een zeven centimeter lange wond. Ze zijn er zeker van dat de verwonding is toegebracht met een scherp mes en leidde tot een snelle dood. Op de wond is een amulet gelegd met het Oog van Horus, als een soort magische pleister.

De ontdekking nam het laatste restje twijfel over de dood van Ramses weg. Wat nog overbleef, was de vraag of de rebelse zoon Pentawere zelfmoord had gepleegd of werd geëxecuteerd.

Als Unknown Man E inderdaad de jonge prins was, hebben de forensisch artsen een mogelijke doodsoorzaak gevonden: de huidplooien en rimpels rond de hals van de dode waren sterk samengedrukt en zijn borstkas was uitgezet. Dat kan tijdens het balsemen zijn gebeurd, maar het valt niet uit te sluiten dat Unknown Man E werd gewurgd.

‘De schreeuwende mummie’ was dus een jongeman van rond de 18 jaar, die zichzelf verhing of werd gewurgd. De ogenschijnlijk slordige balseming kan zijn gebeurd op verzoek van de nieuwe farao, die wilde voorkomen dat de judas het hiernamaals bereikte.

De onderzoekers weten nog altijd niet 100 procent zeker dat Unknown Man E prins Pentawere is. ‘Maar hij is in elk geval een goede kandidaat,’ stellen de forensisch artsen vast in hun officiële onderzoeksrapport uit 2012.

Lees ook

 Pascal Vernus: Affairs and Scandals in Ancient Egypt, Cornell University Press, 2003. Susan Redford: The Harem Conspiracy – The Murder of Ramesses III, Northern Illinois University Press, 2008. Naguib Kanawati: Conspiracies in the Egyptian Palace – Unis to Pepy, Routledge, 2002.

Bekijk ook ...