De tempel van Lachish zat in de stadspoort en bevatte een toiletstoel.

© Israel Antiquities Authority, Getty Images

Koning bestreed afgoden met poep

De vondst van een zware toiletstoel uit 800 v.Chr. bevestigt het Bijbelse verhaal dat afgoden met uitwerpselen werden bestreden.

20 februari 2017 door Jannik Petersen

Volgens het Oude Testament liet een Israëlitische koning zijn soldaten hard optreden tegen afgoderij: 

‘Ze sloegen de aan Baäl gewijde steen aan stukken en haalden de tempel van Baäl omver. Sindsdien doet het tempelterrein dienst als mestvaalt,’ staat er in 2 Koningen 10.

Nu hebben Israëlische onderzoekers zo’n mestvaalt aangetroffen in de ruïnestad Lachish, 60 kilometer van Jeruzalem.  

De inwoners baden onder meer tot de god Baäl.

© Israel Antiquities Authority, Getty Images

Joden kregen één god

In de bronstijd aanbad de bevolking van Kanaän (het huidige Israël en de Palestijnse gebieden) een groot aantal goden en godinnen, maar na verloop van tijd werden de Israëlieten monotheïstisch met Jahweh als enige god.

In Lachish werden de oude goden niet zonder slag of stoot opgegeven, maar moest er een groot leger aan te pas komen.

In de tempel van de god Baäl werd een toiletstoel neergezet, die echter niet gebruikt werd: de ingang van de tempel van Baäl werd dichtgemetseld.

Toen een Assyrische koning Lachish in 701 v.Chr. veroverde, liet hij de tempel verwoesten.

Tijdlijn:

  • 1400-930 v.Chr.: De Israëlieten aanbidden vele goden, vooral Baäl.
  • 930-597 v.Chr.: Het monotheïsme komt op.
  • 539 v.Chr.: Na de slavernij in Babylon aanbidt Israël één god. 

Bekijk ook ...