De haat tegenover de christenen bleef ook na de dood van Nero sluimeren, en werd steeds aangewakkerd. Onder Marcus Aurelius (161 tot 180 n.Chr.) stond het Romeinse Rijk onder politieke, militaire en economische druk. De noordelijke grens werd steeds aangevallen en hongersnood, ziekte en overstromingen teisterden zijn onderdanen.
Toen de stad Lugdunum (Lyon) in 177 werd getroffen door een pestepidemie, werden de christenen al snel als schuldigen aangewezen. Met volledige instemming van de keizer
werden ze door soldaten afgevoerd naar de grote arena van de stad en daar veroordeeld tot de wilde dieren – damnatio ad bestia. In de arena werden ze verscheurd en verslonden door leeuwen en tijgers in het voorprogramma van de echte voorstelling, de gladiatorengevechten. Toen de pestepidemie voorbij was, werden de christenen zelfs gepromoveerd tot hoofdact en een dag lang onder de ogen van een uitzinnige mensenmassa gefolterd.
Een voor een werden christelijke slaven, mannen, vrouwen, kinderen en ouderen, met de zweep geslagen en gemarteld, en bekenden ze alle beschuldigingen over incest, orgieën en kannibalisme. De menigte juichte.
Volgens kerkhistoricus Eusebius kreeg een priester roodgloeiende stalen platen tegen zijn lichaam gedrukt en werd een 90-jarige vrouw doodgeslagen. Anderen werden op een ijzeren stoel vastgebonden en boven een vuur langzaam geroosterd. De hele arena was vergeven van de stank van verbrand vlees.
Hongerige dieren werden losgelaten op een slavin aan een paal. Toen ze ondanks deze marteling niet stierf, werd ze in een net gewikkeld en voor een razende stier gegooid. Onder jubelkreten en applaus slingerde de stier haar de hele arena door, tot iemand met een dolk een eind aan haar lijdensweg maakte.
Wanhopig brachten christenen verslag uit aan hun geloofsgenoten in Azië: ‘Ze legden alle lijken bij elkaar, de misvormde hompen vlees, verscheurd door wilde dieren, alle verkoolde menselijke resten en afgehakte hoofden naast hun rompen. Dagenlang werden ze bewaakt door soldaten, en konden we ze niet begraven. Sommige bewakers ontvreemdden zelfs de tanden van de overledenen, schreeuwden en lachten naar hen en bespotten hen: “Waar is nu die god van ze? Wat hebben ze nu aan dat geloof dat ze meer waard is dan hun leven?”’
D e christenen werden tot in de uithoeken van het Romeinse Rijk vervolgd. In 202 verbood keizer Septimius Severus bekeringen en in belangrijke steden als Rome, Carthago en Corinthe werden christenen zonder mededogen gemarteld en geëxecuteerd.
Religieuze leiders werden verbannen, de gewone christenen moesten de Romeinse goden vereren. Mannen, vrouwen en kinderen werden samengedreven en moesten offers brengen. De Romeinen goten offerwijn over al het voedsel, zodat de christenen moesten kiezen: voedsel eten dat aan de Romeinse goden was gewijd, of honger lijden. Het bezit van degenen die zich verzetten, werd geconfisqueerd, ze werden gevangengezet en gemarteld.
De Heilge Schrift werd verbrand, kerken werden gesloopt en christelijke militairen en ambtenaren verloren hun baan. Van mensen die openlijk hun geloof predikten, werd de tong uitgerukt of ze werden levend verbrand.
‘We zijn bang dat ze langzaam heel ons rijk zullen besmetten met het gif van een kwade slang’, schreef keizer Diocletianus in 302.
De vervolgingen sterkten de volgelingen juist nog in hun geloof. ‘Oh, wat een eervol en gezegend lot om met Gods genade, gemarteld en in doodsangst te weten dat God de Heer is. En met verscheurd lichaam en gebroken geest Christus als Gods zoon te erkennen’, schreef een martelaar.
Vermaard was het verhaal over de bisschop van Smyrna die tot de brandstapel veroordeeld werd. Met opgeheven hoofd sprak hij tot de duizenden toeschouwers: ‘Jullie dreigen met vuur dat een uur brandt om mij sneller te laten sterven, maar jullie weten niets van het vuur op de Dag des Oordeels. Dat brandt eeuwig en is de straf voor alle ongelovigen.’ En toen werd hij door de vlammen verzwolgen.
Toen christenen een Romeinse gouverneur in Azië verzochten hen ter dood te brengen, werd het hem te veel. Hij doodde er een paar, en toen de rest ook dood wilde, schreeuwde hij: ‘Stelletje gekken! Als jullie dood willen, spring dan van een rots of hang jezelf op!’
Hun geloof in God was zo sterk dat zelfs een verbod op begrafenissen de christenen niet kon tegenhouden. In het vulkanische gesteente onder en rond Rome groeven ze een tunnelstelsel van in totaal 170 kilometer lang, dat hier en daar uit vier lagen bestond. In deze diepe, donkere catacomben begroeven de christenen hun martelaars in plaats van hen te verbranden – zoals de Romeinen deden – zodat ze konden herrijzen als het Koninkrijk Gods kwam.
Historia: Lees alles over de Aanval op Pearl harbor, Sherlock Holmes in levenden lijve en de perfecte ridderburcht.
Quiz en test: Wil je jezelf nog verder uitdagen? Hier vind je alle onze quizzen en tests.
Quiz en test: Hoeveel weet je over beschavingen van de oudheid? Test je kennis met drie snelle vragen.
Quiz en test: Test je kennis over eerdere presidenten - en daag een vriend uit.
Quiz en test: Ontdek met welke dictator je het meest gemeenschappelijk hebt.