Toen Nero keizer werd, bleek dat hij het boosaardige karakter van zijn moeder had geërfd – en zij werd er zelf het slachtoffer van. 

© Bridgeman

Nero’s moeder was slechtste vrouw van Rome

Agrippina hoorde bij de elite van Rome, en ze ging over lijken. Zo vergiftigde ze twee echtgenoten, zette ze haar schoonzoon aan tot zelfmoord en liet ze iedereen die haar dwarsboomde executeren – tot haar eigen machtshonger haar de das omdeed.

20 september 2017 door Else Christensen

Agrippina liep rond met de as van haar geliefde. 

Ze was pas 24, maar had al heel wat meegemaakt, en deze dag in 39 n.Chr. stond in het teken van schaamte. Iedereen wist dat ze medeschuldig was aan het mislukte complot tegen keizer Caligula, haar eigen broer. 

De keizer had voor straf haar minnaar, Lepidus, laten doden, en Agrippina moest diens as door de straten van Rome dragen. Caligula had zijn eigen zus gespaard, maar hij kon haar nooit meer vertrouwen.

Er was een tijd dat Agrippina met volle teugen had genoten van de privileges die ze aan de macht van haar broer ontleende. 

Zo zat ze altijd op de eerste rij bij de vele festivals in de stad. Maar Caligula had zich ontpopt als een tiran, en Agrippina voelde zich steeds meer op een zijspoor gezet. 

Samen met Lepidus had ze dan ook een aanslag op de keizer beraamd om Lepidus op de troon te krijgen. Maar deze couppoging liep helemaal in de soep.

Toen Agrippina de as aan Caligula had overhandigd – als teken dat de keizer de absolute macht over hen beiden had, in het leven en in de dood – verbande Caligula haar naar Ponza, een eiland aan de Italiaanse westkust. 

Hier verbleef ze twee jaar, en toen ze terugkeerde naar Rome, had ze een duidelijk doel voor ogen. 

Ze wilde macht hebben – tegen elke prijs. Ze begon een bloedige strijd om invloed te verwerven, en bouwde hiermee een reputatie op als de kwaadaardigste vrouw van Rome.

De machtshonger van Agrippina was niet uit de lucht komen vallen: ze was een telg van de meest vooraanstaande familie van Rome. 

Haar overgrootvader was Augustus, de eerste keizer van het rijk. Haar vader, Germanicus, was een legerleider in het huidige Duitsland. 

Zijn hoofdkwartier lag in Ara Ubiorum, nu Keulen, waar Agrippina in 15 n.Chr. geboren werd. De soldaten droegen Germanicus, de moeder van Agrippina – Agrippina de Oudere – en hun zes kinderen op handen. 

Vooral de jongste zoon van het gezin, de latere keizer Caligula, was geliefd. Zijn moeder trok hem vaak een uniform aan en stuurde hem naar een legerkamp om de troepen te vermaken. 

Ze deden spelletjes met hem en gaven hem de bijnaam Caligula – kleine soldatenlaarsjes.

Volgens historici waren de eerste jaren van Agrippina relatief gelukkig, maar in 19 n.Chr. sloeg het noodlot toe. 

Germanicus stierf op 34-jarige leeftijd, en het gezin moest terugkeren naar Rome. 

Er gingen geruchten dat keizer Tiberius Germanicus had laten vergiftigen omdat hij hem als een bedreiging zag, en er ontstond een ware cultus rond de overleden generaal.

Na de dood van Tiberius in 37 was het voor de meesten dan ook evident dat Caligula, de enige levende zoon van Germanicus, keizer werd.

Maar al in 41 werd hij vermoord, en toen kon zijn zuster haar ambities verwezenljken. 

Agrippina’s vader Germanicus was een vooraanstaand generaal. Hij stierf toen zijn dochter vier jaar was. 

© AKG/Scanpix

Eerste echtgenoot vergiftigd

Als vrouw kon Agrippina geen officiële machtspositie bekleden, en ze moest dan ook een geschikte man zoeken. 

Ze was al getrouwd geweest, maar haar man, Gnaius Domitius Ahenobarbus (‘bronzen baard’), was in 40 aan een ziekte gestorven terwijl Agrippina op Ponza was. Hun zoon heette Nero.

Agrippina wilde niet de eerste de beste als nieuwe man en stiefvader van Nero. Ze flirtte volop met Galba, een rijke en invloedrijke aristocraat die veel later keizer werd, en ging daar zelfs mee door toen Galba met een andere vrouw trouwde. 

Haar moeite was echter vergeefs, en Agrippina richtte haar aandacht nu op de welvarende en vooraanstaande Sallustius Crispus Passienus, proconsul in de Romeinse provincie Asia, die in het huidige Turkije lag.

De twee traden in het huwelijk, maar Passienus overleed na een paar jaar. De precieze datum en de oorzaak van het sterfgeval zijn niet bekend, maar in de oudheid ging het gerucht dat Agrippina hem had vergiftigd. 

Niemand kon dat bewijzen, maar het was duidelijk dat de dood van Passienus Agrippina zeer goed uitkwam. 

Hij liet haar een aanzienlijke erfenis na, waarmee ze ‘cliënten’ kon werven – mensen die tegen betaling hun patroon of beschermheer helpen door diens politieke carrière met behulp van stemmen en propaganda te ondersteunen.

In het oude Rome was dit een algemeen gebruik. Belangrijker nog was het feit dat Agrippina weduwe werd op een moment dat de enige man die haar echt aan de top kon brengen, beschikbaar was als huwelijkspartner. 

Keizer Claudius, de machtigste man van Rome, was net weduwnaar geworden. 

Lees meer verhalen over de oudheid

Agrippina beschermt de keizer

Claudius was na de moord op Caligula in 41 uitgeroepen tot keizer – ondanks zijn weinig keizerlijke uitstraling. 

Hij was al zijn hele leven lang belachelijk gemaakt. Toen hij geboren werd, sprak zijn eigen moeder van een portentum hominis, een beginnetje van de natuur dat niet afgemaakt was. 

Wat Claudius precies mankeerde is niet bekend, maar we weten dat hij mank liep, dat zijn hoofd en een van zijn handen trilden en dat hij een spraakgebrek had. 

Volgens de Romeinse schrijver Seneca klonk hij bijna als een zeedier.

Vanwege zijn fysieke tekortkomingen staken velen de draak met Claudius, maar hij ontpopte zich als een goede keizer. 

Binnen korte tijd slaagde hij erin hervormingen door te voeren in het Romeinse rechtssysteem en verbeterde hij de leefomstandigheden van slaven en vrouwen. 

Maar hij was niet bij iedereen even geliefd. Zo kwam in 48 aan het licht dat zijn vrouw Messalina met haar minnaar een complot tegen hem had gesmeed. 

De keizer liet zijn vrouw om het leven brengen, en daarmee was de positie van keizerin vacant.

Agrippina begon de keizer meteen in te palmen. Afgaand op beschrijvingen en afbeeldingen was ze een mooie vrouw, maar niet beeldschoon. 

Haar gezicht was rond en een tikje scheef. Ze had een brede kin en een flinke neus. Een reliëf op een gebouw in de resten van de Griekse stad Aphrodisias in het huidige Turkije, waarop Agrippina samen met anderen is afgebeeld, laat zien dat ze lang en statig van postuur was. 

Daarnaast bezat ze iets dat voor Claudius veel aantrekkelijker was dan haar schoonheid: door haar afkomst had ze een bijna mythische status.

De praetoriaanse garde – de lijfwacht van de keizer – had de overleden vader van Agrippina, Germanicus, hoog in het vaandel staan, en dit elitekorps kon je maar beter te vriend houden. 

Het was verantwoordelijk geweest voor de benoeming van Caligula en Claudius tot keizer, én voor de moord op Caligula. 

Claudius was bang dat de garde het ook op hem gemunt had, en met Agrippina voelde hij zich veiliger.  

Schoonzoon aangezet tot zelfmoord

‘Zodra Agrippina het paleis betrok, had ze Claudius volledig in haar greep,’ aldus de geschiedschrijver Cassius Dio. Agrippina genoot volop van haar nieuwe positie. 

Ze liet zich graag zien in kleren met puur goud, en bemoeide zich met staatsaangelegenheden. Toen een groot project waarbij het Fucinusmeer met de rivier de Liris verbonden zou worden mislukte, betichtte Agrippina de verantwoordelijke ambtenaar van inhaligheid en verduistering. 

De ambtenaar moest het afleggen tegen ‘het dominante temperament en de overdreven ambitie van haar geslacht’, aldus de Romeinse senator en geschiedschrijver Tacitus.

Volgens Tacitus kostte het Agrippina weinig moeite Claudius om de vinger te winden: ‘Claudius werd tot de meest verschrikkelijke daden aangezet door Agrippina,’ schrijft hij. 

Hij vermeldt dat de keizer meerdere mannen en vrouwen liet executeren of verbannen. Zij waren het slachtoffer van de hebzucht, machtshonger of wat Tacitus beschrijft als ‘vrouwelijke jaloezie’ van Agrippina. 

Alleen als hij dronken was gaf de keizer toe dat ‘het zijn lot was om de kwaadaardigheid van zijn vrouw te dulden’. 

Bij de gifmengster Locusta probeerde Agrippina verschillende gifstoffen op slaven uit.

© Bridgeman

Voor Agrippina was het huwelijk met Claudius nog niet het eindstation. 

De keizer kwakkelde met zijn gezondheid, en om ook op de lange termijn haar machtspositie te kunnen behouden, was Agrippina van plan om Nero, haar zoon uit haar eerste huwelijk, naar voren te schuiven als opvolger van Claudius. 

Deze had echter een zoon, Britannicus, en iedereen verwachtte dat hij keizer zou worden na de dood van zijn vader.

De sluwe en meedogenloze Agrippina besloot dat Nero moest trouwen met Octavia, de dochter van Claudius. Zo kon Nero de twee families verenigen en stond hij sterker als troonopvolger.

Octavia was rond de 8 jaar oud, twee jaar jonger dan Nero. Vier jaar later zou ze volgens de Romeinse wet volwassen zijn en mogen trouwen. Octavia was echter al verloofd, en Claudius was dol op zijn aanstaande schoonzoon. 

Lucius Junius Silanus Torquatus, zoals de toekomstige man van Octavia heette, was nog maar 22 jaar, maar al benoemd tot praetor, de op een na hoogste ambtenaar in het Romeinse Rijk. 

Meestal moest je een jaar of 40 zijn om voor deze positie in aanmerking te komen.

Er viel dus weinig op Silanus aan te merken, maar Agrippina verzon een list. Ze verspreidde het gerucht dat Silanus een verhouding had met zijn zuster. 

Het kwam goed uit dat die al een reputatie had nogal procax te zijn – ongeremd en schaamteloos. 

Of deze beschuldiging gegrond was vermelden de bronnen niet, maar Silanus werd erdoor tot wanhoop gedreven. 

Het is niet bekend wat hij precies deed, maar als snel gingen er geruchten dat hij Claudius wilde doden, en dat had verstrekkende gevolgen. 

De praetor werd uit de senaat gezet en raakte zijn positie kwijt. Uit schaamte sloeg hij de hand aan zichzelf. Nu stond niets een huwelijk tussen Octavia en Nero meer in de weg. 

Lievelingseten wordt Claudius fataal

Agrippina was in haar nopjes met de zelfmoord van Silanus, en in 51, twee jaar na haar huwelijk met Claudius, hoefde ze zich niet meer in te houden.

Toen werd Nero 13, waarmee hij volgens de Romeinse traditie een man was. Tijdens de ceremonie ter gelegenheid hiervan trad hij in een witte toga de arena binnen – een symbool van mannelijkheid. 

De paarse strepen op de kleding van Britannicus gaven aan dat hij deze status nog niet bereikt had.

Het was een duidelijk signaal: Nero, die Claudius dankzij Agrippina al had geadopteerd, was volwassen en stond klaar om keizer te worden, terwijl de vier jaar jongere Britannicus nog een kind was. 

‘Ze zorgde er steeds voor dat Britannicus merkte dat hij niets waard was. Terwijl Nero van alle kanten hulp kreeg, gaf niemand iets om Britannicus. Integendeel: 

Agrippina liet iedereen ombrengen of verwijderen die aardig tegen hem was,’ schreef de historicus Cassius Dio. Hij voegde eraan toe dat de keizerin het gerucht verspreidde dat haar stiefzoon krankzinnig was.

Agrippina besefte echter maar al te goed dat haar geluk niet eeuwig zou duren. Als Claudius nog meemaakte dat zijn zoon Britannicus volwassen werd, zou deze een belangrijke rivaal voor Nero kunnen worden. 

Daarom besloot Agrippina ervoor te zorgen dat het zo ver niet zou komen.

Geschiedschrijver Tacitus meldt dat de keizerin de tijd nam om de beschikbare soorten vergif in kaart te brengen. 

Claudius zou geen makkelijk slachtoffer worden. Zoals het een keizer betaamde, nam hij regelmatig tegengif tegen bekende gifstoffen in. 

Bovendien was zijn lichaam wel wat gif gewend – in de vorm van alcohol – en er was dan ook een stevige dosis nodig om hem om zeep te helpen. 

Het gif mocht daarnaast niet zo snel werken dat Agrippina verdacht zou worden, maar ook niet zo traag dat Claudius door zou hebben wat er gebeurde. 

Voor advies zocht de keizerin Locusta op, een expert in geneeskundige kruiden en een gifmengster. 

Met experimenten op slaven vonden de twee de juiste mix, die bij een banket toegediend zou worden.

Als trouwe echtgenote schotelde Agrippina haar man zijn lievelingseten voor: paddenstoelen. Al na een paar happen kon hij niet meer praten en werd hij naar zijn bed gedragen. 

Dit was op zichzelf niet ongebruikelijk, want Claudius stond bekend als een dronkenlap, maar nu was er duidelijk meer aan de hand.

Volgens sommige bronnen stierf Claudius meteen, maar Tacitus schrijft dat hij eerst nog bij bewustzijn kwam. 

Hij liet een arts komen, maar die bleek in het complot te zitten. ‘Toen hij deed alsof hij de keizer hielp met overgeven, zou deze man een veer met een snelwerkend gif in de keel van de keizer hebben gestoken,’ aldus Tacitus.

Het nieuws over het overlijden van de keizer kwam pas de volgende dag naar buiten. Agrippina had ervoor gezorgd dat niets de machtsovername van Nero in de weg stond en dat niemand van de chaos van de eerste uren na de dood van Claudius gebruik kon maken om de macht te grijpen. 

Ze had het lijk in warme dekens laten wikkelen om het tijdstip van overlijden te maskeren, en ze liet goochelaars en grappenmakers aanrukken om de ‘zieke’ keizer te vermaken. Zo leek het net of Claudius nog leefde en er niets aan de hand was.

Toen Nero de volgende dag uit het paleis kwam, was alles in kannen en kruiken. De praetoriaanse garde onthaalde hem als de nieuwe keizer.  

Agrippina maakt zich onmisbaar

Nog steeds kon Agrippina niet achterover leunen. Er werd gefluisterd dat de nieuwe keizer veel te jong was om zo’n belangrijke positie te bekleden, en de rivalen stonden achter de schermen al te trappelen. 

Een van hen was Marcus Junius Silanus, gouverneur van Asia.

Marcus Silanus was 40, stamde af van keizer Augustus en had een smetteloos blazoen. Als er iemand in aanmerking kwam om keizer te worden in plaats van Nero, was hij het wel. Agrippina aarzelde niet. 

Met de hulp van twee vertrouwelingen van Silanus diende ze de gouverneur hetzelfde gif toe dat met Claudius had afgerekend. 

Om de macht van Nero nog verder te consolideren, liet ze Narcissus – een van de adviseurs van Claudius – gevangenzetten, die in zijn cel stierf. Het is niet bekend of hij werd vermoord of zelfmoord pleegde.

De acties van Agrippina joegen haar en Nero’s tegenstanders waarschijnlijk schrik aan, want het eerste regeringsjaar van de keizer verliep zonder incidenten. Ondertussen trok Agrippina steeds meer macht naar zich toe. 

Ze stuurde brieven naar vertegenwoordigers van het rijk in het buitenland en diplomaten van andere landen. 

Op die manier kon ze het buitenlands beleid van het rijk sturen en zich tegelijkertijd onmisbaar maken voor keizer Nero.

Nero deed er zelf ook alles aan om Agrippina bij het bestuur te betrekken. Zo hield hij belangrijke besprekingen op de Palatijn, dicht bij de woning van Agrippina, zodat ze erbij kon zijn. 

Toen conservatieven bezwaar maakten tegen de aanwezigheid van een vrouw bij de vergaderingen, liet Nero een geheime toegangsdeur naar de zaal maken. Zo kon Agrippina de ruimte ongemerkt betreden en de besprekingen van achter een gordijn volgen.

Alle Romeinen wisten dat Agrippina Nero volkomen in haar macht had. Zo gaf hij de praetoriaanse garde het wacht- woord Optima Mater – voortreffelijkste moeder – als eerbetoon aan haar, en liet hij zich met haar aan zijn zijde in een draagstoel vervoeren. 

Soms liep hij er zelfs nederig naast terwijl Agrippina alleen rondgedragen werd.

Daarnaast gaf Nero zijn moeder haar eigen, persoonlijke garde, die bestond uit Germaanse troepen, want vanwege Agrippina’s afkomst zouden zij haar zeker trouw blijven. 

Agrippina was ook de eerste vrouw in de geschiedenis van het Romeinse Rijk wier portret werd
afgebeeld op een in Rome geslagen munt. 

Op gouden en zilveren munten uit de eerste jaren van het bewind van Nero kijken Agrippina en de keizer elkaar aan alsof ze gelijkwaardig zijn. 

Om elke twijfel weg te nemen over de status van Agrippina kreeg ze twee lictoren, een soort persoonlijke bedienden. 

Met de zogeheten fasces, een bundel houten roeden en een traditioneel machtssymbool, liepen ze voor haar uit door de straten van de stad.  

Romeinse politici waren hun leven niet zeker. Zo werd Caesar in 44 v.Chr. in de senaat gedood.

© The art archive

Nero’s vrienden de klos

De goede verstandhouding tussen moeder en zoon duurde echter niet lang. 

Het begon Nero op de zenuwen te werken dat zijn moeder voortdurend uit was op meer macht en hem er telkens fijntjes aan herinnerde dat hij jong en onervaren was als keizer.

Al eind 54 – pas een paar maanden na de dood van Claudius – bleek uit een voorval dat de positie van Agrippina begon te wankelen. 

Het was crisis in het rijk: Armenië was al 100 jaar stevig in handen van Rome, maar de laatste tijd werd de Romeinse heerschappij bedreigd door het Parthische Rijk, een groot imperium dat zijn machtscentrum in het huidige Iran had.

Eind 54 nodigde Nero een Armeense afvaardiging in Rome uit om de crisis te bespreken. 

Tijdens de ontvangst kwam Agrippina alsof het de gewoonste zaak van de wereld was naar de keizerlijke tribune met de bedoeling om op gelijke voet met haar zoon mee te doen aan de onderhandelingen. 

Nero stond als aan de grond genageld. Pas toen een van zijn adviseurs hem discreet een duwtje gaf, herpakte hij zich en leidde hij zijn moeder weg.

‘Zo werd met deze ogenschijnlijke plichtpleging een schandaal voorkomen,’ aldus Tacitus.

Het was duidelijk dat Agrippina op het randje balanceerde van wat Nero en de Romeinse bevolking aanvaardbaar vonden.

‘De Romeinen, met hun voorliefde voor roddels, begonnen zich af te vragen of een keizer van 17 dit gevaar wel zou weten af te wenden, en of ze iemand konden vertrouwen die zich door een vrouw liet vertellen wat hij moest doen,’ merkt Tacitus op. Nero besefte dat Agrippina zijn gezag als keizer ondermijnde, en begon afstand te nemen van zijn moeder.

Agrippina was hier verbolgen over.

Tacitus schrijft dat ze vaak ‘somber en dreigend’ was, en toen Nero korte tijd later een minnares opdeed, kon een confrontatie met zijn machtsbeluste moeder niet meer uitblijven.

De verhouding met Acta, een bevrijde slavin, was een bedreiging voor het huwelijk met Octavia en het verbond dat Agrippina zo zorgvuldig had gesmeed. Agrippina liet er geen gras over groeien:

‘Ze bulderde met de boosheid van een vrouw dat ze nu een slavenmeisje als schoondochter had, en woorden van gelijke strekking,’ meldt Tacitus.

De woede-uitbarsting van Agrippina was vergeefs. Ze probeerde nog een wit voetje bij haar zoon te halen door haar vertrekken beschikbaar te stellen voor de nachtelijke activiteiten van

Nero en Acta, maar dat mocht ook niet baten. Uiteindelijk koelde ze haar woede op de vrienden van Nero, die ze in elkaar liet slaan of liet verdwijnen.  

Agrippina verleidt haar eigen zoon

Volgens Tacitus liep het zo uit de hand tussen moeder en zoon dat Agrippina ‘met geheven hand’ de overleden keizer Claudius aanriep en dreigde diens zoon Britannicus tot keizer te maken.

Dat laatste was echter al snel niet meer aan de orde: op 11 februari 55 stierf Britannicus plotseling. 

Net als zijn vader stortte hij in tijdens een feestmaal. Volgens Nero had Britannicus gewoon een van zijn vele epileptische aanvallen en zou het wel weer overgaan, maar niets was minder waar. 

Terwijl Nero, Agrippina en hun voorname gasten zich tegoed deden aan allerlei lekkernijen en wijn, overleed Britannicus. 

Hoewel het die nacht stormde en regende, liet Nero het lichaam van zijn rivaal onmiddellijk
cremeren. De keizer wilde de bewijzen vernietigen, zo werd er beweerd.

Nu Britannicus uitgeschakeld was, pakte Nero zijn moeder nog harder aan. Hij kocht de praetoriaanse garde, die tot dan toen altijd trouw aan Agrippina was geweest, om, zodat ze zijn zijde zou kiezen. 

Aan de Germaanse garde van Agrippina maakte de keizer een einde. Bovendien ging hij de vergaderingen waar Agrippina haar invloed op de elite van Rome had kunnen uitoefenen op een andere plek houden.

Wat er van 55 tot 59 tussen de twee voorviel, is niet bekend, want de bronnen uit deze jaren maken nauwelijks melding van Agrippina. Het staat echter vast dat Nero in 59 besloot om zijn moeder te vermoorden. 

Nero beschuldigde de christenen van de stadsbrand, maar zat er wellicht zelf achter.

© Bridgeman

De directe aanleiding was waarschijnlijk het feit dat de keizer opnieuw een verhouding had, deze keer met de vooraanstaande Poppaea Sabina, die bovendien eiste dat hij met haar zou trouwen.

Agrippina was bang dat dit de doodsteek voor haar zou betekenen en nam drastische maatregelen.

Volgens geruchten zocht ze Nero ’s middags op, toen hij dronken was, en probeerde ze hem te verleiden. Maar dat mocht niet baten: Agrippina had Nero op de troon gezet, maar nu stond ze hem alleen nog in de weg.

Nero koos zijn moordwapen zorgvuldig uit. Gif was uitgesloten, want er werd nog steeds geroddeld over de dood van Britannicus.

Als hij haar te lijf ging, zou hij meteen tegen de lamp lopen. Agrippina moest een ongeluk krijgen.

Tijdens een festival in maart 59 ging Nero met zijn moeder aan boord van een schip in de haven van Baiae, een vakantieoord voor de rijken. ‘Voor jou leef ik, via jou regeer ik,’ riep hij uit toen zijn moeder het schip betrad.

Het was een donkere, rustige nacht toen het schip vertrok.

Agrippina lag op een sofa op het dek toen er plotseling een afdakje op haar stortte. In de chaos die daarna ontstond viel ze in het water, maar ze bleek taaier dan Nero had gedacht: ze had haar schouder bezeerd, maar wist aan land te zwemmen en naar de prachtige villa te lopen die Nero haar ter beschikking had gesteld, waar ze zich in warme dekens hulde.

Toen Nero hoorde dat Agrippina het had overleefd, stuurde hij meteen een groep soldaten naar het huis. 

Ze trapten de deur in en overmanden haar. Een van de soldaten sloeg haar op het hoofd, waarna een ander zijn zwaard trok om haar te doden. Volgens de overlevering zou Agrippina vlak voor de doodsteek gezegd hebben: ‘Tref mijn schoot, die Nero gebaard heeft.’

De Romeinen waren opgelucht toen ze hoorden dat Agrippina dood was. Nero schonk veel van de onschuldige burgers die zijn moeder had laten opsluiten gratie, maar hij slaagde er niet in haar te vergeten.

De jonge keizer stond naar eigen zeggen doodsangsten uit doordat hij achtervolgd werd door de geest van Agrippina – zelfs na haar dood was ze nog de heks van Rome.

Lees ook

Anthony A. Barrett: Agrippina, Batsford, 1996 Josiah Osgood: Claudius Caesar – Image and Power in the Early Roman Empire, Cambridge, 2011 Barbara Levick: Claudius, Batsford, 2001 M. Moltesen, A.M. Nielsen (red.): Agrippina Minor – Life and Afterlife, Ny Carlsberg Bibliotek, 2007

Bekijk ook ...