Nero zou op zijn lier hebben gespeeld toen Rome in 64 n.Chr. af-brandde.

© Bridgeman

Maak kennis met keizer Nero: de duivelse kunstenaar

Nero was een van de machtigste mannen ter wereld, maar hield zich het liefst bezig met musiceren, toneelspelen en gedichten reciteren. De paranoïde keizer toonde geen genade aan degenen die hem van optreden wilden weerhouden.

27 april 2016 door Kasper Schlie

De bijna 8000 toeschouwers geloven hun ogen niet op deze zomerdag in het
jaar 59 n.Chr.

Een mollige jongeman met een warrige baard heeft zojuist het grootste podium van Rome betreden, het Theater van Pompeius.

Ondanks de plechtige sfeer draagt de man een loszittend gewaad en hoge laarzen, en alsof het de gewoonste zaak van de wereld is begint hij met een serieus gezicht een gedicht te reciteren.

Dan krijgt hij bijval vanaf de tribune: ‘O, Apollon!’ wordt er geroepen.

De man heeft de laatste strofen nog niet uitgesproken of er barst een luid gejuich los.

Het publiek is schijnbaar dol op deze merkwaardig uitziende dichter en wil dat de ‘goddelijke stem’ optreedt in de zangwedstrijd die op het programma staat.

De man aarzelt even, overweldigd door het eerbetoon dat hem te beurt valt – het is zijn debuut op de planken.

Dan doet hij een muntje in een aardewerken kruik ten teken dat hij meedoet.

Twee soldaten van de praetoriaanse garde dragen meteen de lier van de, excentrieke artiest het podium op, en met de waardigheid van een diva begint hij aan een lange eenmansshow.

Voor de aanwezigen is de wedstrijd allang een gelopen race.

De gezette, jonge debutant zal ongetwijfeld winnen.

En in feite was dat al bepaald voordat hij besloot om mee te doen.

De man op het toneel is namelijk niemand minder dan de almachtige keizer van het Romeinse Rijk – de 21-jarige Nero.

Urenlang staat de keizer onder de brandende zon te zingen, terwijl depraetoriaanse garde patrouilleert en de mensen die niet klappen of de euvele moed hebben om in slaap te vallen, oppakt of een flink pak ransel geeft.

De deuren zitten op slot, en wie eruit wil, moet doen of hij dood is, dan wordt hij afgevoerd.

Een zwangere vrouw verbijt de pijn en bevalt op de tribune.

Bij de ingang staan hooggeplaatste Romeinen te dringen om binnen te komen, bang als ze zijn dat ze later voor hun afwezigheid bij dit debuut zullen moeten boeten.

Hun angst is begrijpelijk, want zijn artistieke uitingen zijn een teer punt voor de keizer.

Meerdere mensen die het gewaagd hebben hem te adviseren zich niet met de volkse kunst van zang en dans in te laten, zijn ter dood gebracht.

En nu is Nero vastberaden om Rome zijn talent te laten bewonderen – goedschiks of kwaadschiks.

Nero trad vaak in het theater op. De Romeinen keken neer op acteurs.

© Bridgeman

Nero heeft niets met politiek

Nero werd in 37 geboren als zoon van de edele Agrippina, die hem met list en bedrog naar voren schoof als opvolger van keizer Claudius.

Die had al een zoon, Britannicus, maar na zijn huwelijk met Agrippina adopteerde hij de toen 12-jarige Nero, die hij om onduidelijke redenen tot erfgenaam benoemde.

Agrippina riep de beroemde filosoof Seneca terug van zijn ballingschap op Corsica, want hij moest Nero filosofie en politiek bijbrengen.

De getalenteerde jongen had echter andere ambities.

Al vroeg bleek dat de keizer niet warmliep voor machtspolitiek, maar dat kunst, muziek en sport hem dierbaar waren.

Nero volgde de paardenrennen op de voet en besprak de uitslagen met zijn vrienden. ’s Avonds was hij niet bezig zich in de politiek te bekwamen, maar liet hij zijn creativiteit de vrije loop door te tekenen, te zingen en lier te spelen.

Vermoedelijk had Seneca er iets van kunnen zeggen, maar omdat hij bang was om weer te worden verbannen, hield hij het gebrek aan belangstelling voor politiek en filosofie van zijn leerling onder de pet.

Volgens de historicus Suetonius was dat een noodlottig besluit, want in deze tijd werd de kiem voor toekomstige conflicten gelegd:

‘Hij was dol op tekenen, schilderen en beelden maken. Maar vooral wilde hij geliefd zijn. Iedereen die door het volk vereerd werd, zag hij als een rivaal.’

Britannicus uit de weg geruimd

Toen Claudius in 54 vergiftigd werd – waarschijnlijk door Agrippina – kwam de pas 16-jarige Nero op de troon.

Maar hij was zo onvolwassen dat zijn adviseurs Seneca en Burrus het land bestuurden.

Seneca schreef zelfs de toespraken en officiële brieven van de keizer.

Ondertussen hield Nero zich onledig met kunst en – tot verdriet van zijn moeder – nachtelijke uitspattingen.

Agrippina was zo teleurgesteld over het gebrek aan ambitie van haar zoon dat ze dreigde de biologische zoon van keizer Claudius, Britannicus, naar voren te schuiven.

Nero was woedend en stelde alles in het werk om zijn drie jaar jongere stiefbroer een lesje te leren.

Op een drinkgelag tijdens het feest saturnaliën daagde hij Britannicus plotseling uit om voor de gasten te zingen.

Tot ieders verrassing beklom de zoon van Claudius het podium en zong hij een prachtig lied over het verlies van de troon en zijn vader.

Alle aanwezigen waren verrukt – behalve Nero.

Britannicus zakte een paar maanden later tijdens een feest in elkaar. Op bevel van Nero was zijn wijn vergiftigd.

Heel Rome was nu gewaarschuwd, en terwijl Seneca de daad van Nero goed probeerde te praten, ging de jonge keizer gewoon door met zijn escapades.

’s Nachts kleedde hij zich als een slaaf of een gewone Romein en doolde hij dronken door de achterbuurten van de stad.

Hij stal uit winkeltjes en vergreep zich aan vrouwen en jongens.

Tijdens een verkrachting werd hij op heterdaad betrapt en kreeg hij een pak slaag van de man van het slachtoffer, de jonge senator Julius Montanus, die niet opmerkte wie hij in werkelijk-heid voor zich had.

Later, terwijl Nero zijn wonden likte in het paleis, werd Montanus gedwongen zelfmoord te plegen.

Voortaan nam Nero steevast lijfwachten mee op zijn kroegentochten.

Nero liet de biologische zoon van zijn stief-vader Claudius, Britannicus, vergiftigen toen diens moeder hem als keizer naar voren dreigde te schuiven.

© Bridgeman

Nero verkeert in slecht gezelschap

Tijdens zijn nachtelijke capriolen werd Nero opgehitst door zijn drinkmakkers Marcus Otho en Claudius Senecio.

Die daagden hem voortdurend uit om alle remmen los te gooien en zich niets van Seneca en Burrus aan te trekken:

‘Ben je bang voor ze? Weet je niet dat jij Caesar bent, en dat jij de macht over hen hebt en niet andersom?’

Dat liet Nero zich geen twee keer zeggen, en al snel gedroeg hij zich helemaal niet meer zoals het een keizer betaamt.

Zo liet hij een gewone burger, de luitspeler Terpnus, in het paleis wonen. Deze moest de keizer het Griekse instrument – dat verafschuwd werd door de bovenklasse – leren bespelen.

Ook probeerde Nero met hoogst ongebruikelijke methoden zijn zangstem te verbeteren: hij slikte laxeermiddel, liet zijn darmen spoelen, at bergen prei en versterkte zijn middenrif door lood op zijn buik te leggen.

Agrippina staat in de weg

Terwijl Nero zich bekwaamde in de muziek, wisten zijn adviseurs zich geen raad.

De keizer had een ondeugdelijke belastinghervorming gepresenteerd, waarna het voor iedereen glashelder was dat hij gespeend was van elk politiek talent.

Seneca en Burrus lieten de jonge vorst dan ook voor wat hij was en namen zelf de leiding van het rijk op zich.

Agrippina was de enige die Nero nog serieus nam.

Ze had haar levenswerk gemaakt van de carrière van haar zoon en had zelfs een huwelijk geregeld met de respectabele Octavia, maar Nero gunde haar geen blik waardig.

Volgens de historicus Tacitus wilde Agrippina haar zoon op het rechte pad proberen te
krijgen en hem zijn passies ontnemen.

Strijdwagens, dichtwedstrijden en blijspelen pasten niet bij een keizer.

Tot zijn 21e vermaakte de keizer zich met een reeks dames van lichte zeden, maar in 59 kwam er een vrouw van een heel ander allooi in Nero’s leven: de 29-jarige Poppaea Sabina.

Zij wist hem te bespelen en plaagde hem door hem pupillum – hulpeloos kind – te noemen.

Ze eiste dat hij zijn moeder uit de weg zou ruimen en dat hij zich zou laten scheiden van Octavia.

Net als zijn drinkmakkers maakte Poppaea Sabina gebruik van de zwakke plek van Nero: de keizer wist donders goed dat veel Romeinen vonden dat hij een marionet van Agrippina was.

Nero zag zijn moeder als manipulatief en machtsbelust en wilde van haar af.

Na een drinkgelag probeerde hij haar te verdrinken door haar luxeschip tot zinken te laten brengen.

Ze wist echter aan land te komen, waar ze gevonden en doodgestoken werd door de hand-
langers van Nero.

Kort voor ze stierf, wees Agrippina op haar schoot en zei: ‘Steek uw zwaard hier, waar het monster is gemaakt.’

Nero reageerde lauw op de dood van zijn moeder: ‘Pas vandaag heb ik de heerschappij over het rijk.’

Volgens Tacitus was Nero met de moord een nieuwe weg in geslagen: ‘Hierna zwolg hij in de ergste gruwelijkheden.

Tot dan toe had het respect voor zijn moeder hem nog geremd.’

Tacitus overdreef niet: nadat Nero zich ervan had vergewist dat het volk zich niet tegen hem zou keren vanwege de moord op zijn moeder, vierde hij zijn verworven vrijheid met een groots aangericht festijn met duizenden gasten, die dagenlang dronken en toneelstukken zagen.

Nero liet voor de gelegenheid ook een amfitheater bouwen dat gevuld kon worden met water en waar vissen, zeehonden en mogelijk ijsberen losgelaten werden.

Elders liet hij exotische dieren als nijlpaarden en rendieren rondlopen om het publiek te vermaken.

Nero liet ook geen kans voorbijgaan om de Romeinse edelen
te vernederen.

De elite moest dansen, toneelspelen en als gladiator met wilde dieren vechten.

Gewone burgers werden juist onder cadeaus bedolven, want de keizer was doodsbang voor een opstand en wilde het volk voor zich winnen.

Er werden balletjes met een nummer erop in het publiek gegooid in theaters, en de winnaars kregen alles wat hun hartje begeerde: tamme vogels, graan, slaven, goud, zilver, juwelen, schepen en landgoederen.

Ondertussen genoot Nero van het spektakel vanaf een balkon boven het toneel.

Tijdens een wedren kwam Nero ten val. Toch werd hij tot winnaar uitgeroepen.

© shutterstock & art archive/picture desk

Hooligans juichen Nero toe

Nero organiseerde niet alleen feesten, maar ook zijn eigen spelen: het jeugdfestijn Juvenalia, waar uitverkoren jonge mannen en vrouwen van alle rangen en standen wedijverden op het gebied van dichtkunst en zang.

De spelen vonden plaats rond een openluchtzwembad.

Opnieuw moesten de edelen, rijken en machtigen zij aan zij met de armen op het podium staan.

Nero verbood hun een masker te dragen, zodat iedereen zag wie ze waren.

Zo moest een chique dame van rond de 80, Aelia Catella, als pantomimespeelster optreden – een van de meest geminachte baantjes.

Nero trad ook zelf voor het eerst in het openbaar in Rome op, en hij nam zijn eigen publiek mee, de augustianen.

Die kregen goed betaald om te juichen en aansporingen als ‘O, Apollon!’ te roepen tijdens en na de optredens van Nero – een verwijzing naar de god van het licht en de muziek in de Griekse mythologie.

De aanwezigheid van de augustianen maakte echter weinig verschil: de keizer was al bij voorbaat tot winnaar van de dicht- en muziekwedstrijden uitgeroepen.

Maar hij kon ze altijd als hooligans afsturen op eventuele concurrenten.

Volgens Tacitus werden de extravagante spelen in 59 bezocht door een stel beschaamde senatoren en een ‘rouwende Burrus’.

Nero’s deelname aan de zangwedstrijd was al moeilijk te verkroppen voor Seneca en Burrus, maar toen hij ook aan de paardenrennen mee wilde doen, was de maat vol.

Na veel kritiek verplaatste de keizer de wedstrijd naar de Vaticaanse Heuvel, die buiten de stadsgrens lag.

De aanhangers van de keizer konden die plaats echter moeilijk bereiken, en Nero liet dan ook een brug over de Tiber bouwen – hij kon natuurlijk niet voor lege tribunes rijden.

Nero’s feesten stuiten op kritiek

Een jaar later organiseerde Nero een professioneler feest, de Neronia, die elke vijf jaar gehouden moesten worden.

Er waren onder meer wedstrijden op het gebied van poëzie, zang, retorica, gymnastiek en wedrennen.

Een van de beroemdste dichters van toen, Lucanus, won weinig verrassend de eerste prijs voor dichtkunst met het werk Laudes Neronis – een hulde aan Nero.

De prijs was een lauwerkrans van goud, die hij meteen overhandigde aan de keizer – Nero zat wat krap bij kas. Alle andere winnaars volgden zijn voorbeeld.

Adviseurs Seneca en Burrus lachten als een boer met kiespijn en prezen Nero om zijn zang en lierspel, maar in werkelijkheid vonden ze wat ze zagen een verschrikking.

‘Waarom moeten we naar dronken lui kijken die over het strand zwalken, en naar boten waarmee schandalige pleziertochtjes worden gemaakt?’ vroeg Seneca zich in een geschrift af.

Volgens de historicus Suetonius zat Nero achter de grote brand van Rome.

© Bridgeman

Feesten worden steeds uitbundiger

Nero kwam een paar jaar weg met zijn extravagantie, tot hij er in 62 alleen voor kwam te staan.

In dat jaar overleed zijn raadgever Burrus onverwachts, en Seneca was niet in staat om het staats-apparaat in zijn eentje aan te sturen.

Tacitus dacht dat Nero Burrus, de laatste conservatief in het paleis, zelf had vergiftigd.

In ieder geval was deenige die Nero nog een beetje in toom hield er nu niet meer, en de 24-jarige keizer liet notoire feestbeesten en herrieschoppers als Ofonius Tigellinus naar het paleis komen.

Volgens Tacitus was Tigellinus ‘van nederige komaf’ en had hij een ‘kwaadaardige jeugdigheid en twijfelachtige rijpheid’.

Hij werd dus al snel goede vrienden met Nero, en hij was ook nog eens een sportfanaat.

Niet veel later werd hij tot leider van de praetoriaanse garde benoemd, een machtige positie.

Tigellinus spoorde Nero aan om met zijn onbeperkte macht te doen waar hij zin in had, en dat beviel de keizer wel.

Hij liet meteen zijn ex-vrouw Octavia onthoofden en haar hoofd aan Poppaea Sabina tonen.

En majesteitsschennis werd voortaan bestraft met een gruwelijke dood.

Nero riep op tot geweld in het theater en gooide zelf volop met stenen en banken.

Vanaf 64 was er van enig fatsoen geen sprake meer.

De gardeleider organiseerde een groots banket waar hij de wildste fantasieën van Nero liet uitkomen.

Hij werd uitgenodigd op een luxe boot in een meer, dat gevuld was met exotische vissen uit verre landen.

De praam werd voortgetrokken door prostitués in roeibootjes, die versierd waren met goud en ivoor.

Nero zat met Tigellinus en andere vrienden op zachte kussens en genoot van een waar feestmaal.

Aan de oever had Tigellinus tijdelijke kroegen gebouwd, die vol zaten met schaars geklede
dames waar Nero regelmatig naartoe gevaren werd.

Later viel het gezelschap particuliere huizen binnen.

De rijke bewoners moesten een vermogen uitgeven aan eten, wijn en vermaak voor de ongenode gasten.

Het bizarre hoogtepunt van het festijn was een huwelijk tussen Nero en een man genaamd Pythagoras.

‘De keizer deed een sluier voor zijn gezicht, getuigen werden opgeroepen. De bruidsschat, de bruiloftsfakkels en het bruidsbed stonden klaar. Alles wat de nacht doorgaans verbergt, was nu op klaarlichte dag te zien,’ aldus Tacitus.

In een driftbui schopte Nero zijn zwangere vrouw Poppaea Sabina dood.

© Bridgeman

Rome staat in brand

Later die zomer, in juli, stond Rome in lichterlaaie.

Een kleine brand was uit de hand gelopen, en binnen negen dagen werd meer dan de helft van de stad in de as gelegd.

Op dit moment ontstond een van de hardnekkigste verhalen over Nero: hij zou lier gespeeld hebben en een gedicht over de verwoesting van Troje opgezegd hebben terwijl hij op de muren van de brandende stad danste.

Volgens andere bronnen spoedde Nero, die buiten de stad was, zich naar Rome om de hulpverlening te leiden.

Honderden daklozen mochten in de paleistuinen verblijven en hij verlaagde de graanprijzen.

Toch zat hij volgens velen achter de brand.

‘Nero wilde een nieuwe hoofdstad bouwen en die met zijn eigen naam tooien,’ schreef Suetonius.

Nero moest snel een zondebok aanwijzen.

Hij koos een nog vrij onbekende minderheid: de christenen.

Zij kregen volgens Tacitus zeer wrede straffen: ‘Gekleed in dierenvellen werden ze in stukken gescheurd door honden, gekruisigd of in brand gestoken, zodat ze ’s nachts als verlichting dienden.’

Geschiedkundigen weten niet of Nero Rome daadwerkelijk in brand heeft gestoken, maar het is een feit dat hij kort na de brand een groots paleis op de ruïnes liet bouwen.

‘Nu kan ik eindelijk als een mens wonen,’ sprak hij.

De christenen kregen de schuld van de brand van Rome in 64 en moesten zelf ook branden. 

© Bridgeman

Nero’s ondergang

Ongeveer gelijktijdig namen de driftbuien van de keizer toe in aantal en hevigheid.

Toen de zwangere Poppaea Sabina boos op hem was omdat hij laat was thuisgekomen, schopte hij haar keihard in haar buik.

Moeder en kind stierven aan de bloedingen.

Hierna was Nero diepbedroefd, want hij hield van Poppaea Sabina en wilde een erfgenaam hebben.

Hij had nu zijn naaste familie, zijn raadgevers en zijn vrouw vermoord.

De kunst en de feesten waren alles wat hij nog had – de liefde zou hij nooit meer vinden.

Nero zocht zijn troost in een levensecht mimespel.

In 67 castreerde hij een mannelijke ex-slaaf, Sporus, met wie hij daarna trouwde. Sporus leek sprekend op zijn overleden vrouw.

Hij moest zich kleden en gedragen als Poppaea Sabina, en de keizer kuste hem onophoudelijk.

In Griekenland baden de burgers zelfs tot de goden om een vruchtbaar huwelijk.

In het theater toonde Nero zijn waanzin aan het volk door een masker te dragen met de gelaatstrekken van Poppaea

Sabina en een moeder te spelen die een dood kind baarde.

‘Wat doet de keizer?’ luidde het begin van een Romeinse mop. ‘Hij is aan het bevallen,’ was het antwoord.

Een jaar later was het geduld van de Romeinse elite op.

Nero had misbruik gemaakt van de waardigheid die hij aan de keizerstitel ontleende, gerespecteerde burgers vermoord, de belastingen verhoogd en de staatskas geplunderd in zijn hang naar populariteit.

Legioenen in Spanje en Germanië kwamen in opstand, en Nero maakte plannen om zich als artiest in Alexandrië te vestigen.

Maar op een nacht in 68 werd Nero wakker en zag hij dat zijn bewakers weg waren. De coup was begonnen.

Met Sporus vluchtte hij naar een villa buiten Rome, waar hij uren moed verzamelde om zelfmoord te plegen.

Uiteindelijk sneed iemand zijn halsslagader door.

‘Welk een kunstenaar sterft er met mij,’ zei de pas 30-jarige keizer voordat hij zijn laatste adem uitblies.

Bekijk ook ...