Gladiator was volksheld bij de onderklasse

Een gladiator was een goed getrainde slaaf of krijgsgevangene die bloedige gevechten voerde in de arena. Als succesvolle gladiator was je een volksheld, vooral bij de Romeinse onderklasse.

24 augustus 2015

Een gladiator leefde niet lang

De meeste gladiatoren betraden twee of drie keer per jaar het strijdperk voor 10 tot 15 minuten per keer. Om de gevechten zo lang mogelijk te rekken moesten ze het opnemen tegen tegenstanders van gelijk postuur en met evenveel ervaring. Maar zelfs de beste gladiatoren was meestal geen lang leven beschoren. De meesten haalden de tien wedstrijden niet en werden niet ouder dan 30.

Als een gladiator wilde opgeven, stak hij een vinger in de lucht, waarop het gevecht stilgelegd werd. Dan mochten de toeschouwers bepalen of de verliezer gedood moest worden of vrijkwam.

Beroemde gladiatoren:

  • Flamma voerde maar liefst 34 gevechten. Tot zijn dood op zijn 30e weigerde hij vier keer om vrijgelaten te worden.

  • Spartacus ontketende in 71 v.Chr. een slavenopstand en voerde 70.000 slaven aan in de strijd tegen de Romeinse legioenen.

  • Carpophorus vocht vooral tegen wilde dieren. In één gevecht doodde hij eens een beer, een leeuw en een luipaard.


Gladiatoren trainden elke dag

Alle gladiatoren woonden op een school, waar ze trainden. Ze kregen de hele dag les van oude rotten in het vak, en ’s avonds werden ze in een kleine cel opgesloten. Ze aten vooral gerst en bonen, waar ze een buikje van kregen dat hen beschermde in het gevecht.

Visser
Visser De retiarius droeg alleen een dolk, een drietand en een net, en droeg dus niet de last van een harnas. Hij was zeer wendbaar en probeerde zijn tegenstander in het net te krijgen, waarna hij toestak. Foto: Osprey Publishing
Verrasser
Verrasser De thraex kon de tegenstander met zijn kromzwaard op plekken raken waar een recht zwaard niet bij kon. Verder had hij hoge beenplaten, een klein schild en een helm. Daarmee was hij een van de best beschermde gladiatoren. Foto: Osprey Publishing
Spietser
Spietser De hoplomachus had veel baat bij het grote bereik van zijn spies. Hij kon ermee steken en gooien, maar als hij tijdens het gevecht zijn spies verloor, moest hij met een dolkje verder vechten. Foto: Osprey Publishing

Bekijk ook ...