De Romeinen vonden dat de voorhuid erbij hoorde.

Geschiedenis van de plastische chirurgie: Romeinen gingen naar de penisdokter

Plastische chirurgie ontstond als een middel om verloren ledematen te reconstrueren. Toen ontdekten artsen dat er handel zat in het vergroten van borsten, het rechtzetten van neuzen en het straktrekken van de gezichtshuid. En al in het Romeinse Rijk gingen joden bijvoorbeeld naar de penisdokter voor een nieuwe voorhuid.

2 maart 2016 door Esben Mønster-Kjær

Ingedroogde mummies konden hun neus snel verliezen als deze niet werd versterkt.

© Akg/Scanpix

Oude Egypte: Neus van farao werd volgestopt met graan

In 1213 v.Chr. werd er gezichtschirurgie uitgevoerd op Ramses II, zodat de farao in het hiernamaals als koning zou worden herkend.

Het opvallendste kenmerk van de farao was zijn grote neus, maar die zou bij de mummificatie kunnen verdwijnen.

De behandeling kon een lichaam zodanig uitdrogen dat het gezicht onherkenbaar werd.

Daarom brachten chirurgen een botje en wat graankorrels in de neus van de dode koning aan. Zo zou de forse neus ook na de dood bewaard blijven.

De Egyptenaren hadden ook de kennis om cosmetische operaties uit te voeren op levende patiënten.

Uit een papyrusrol die de egyptoloog Edwin Smith in 1862 kocht, blijkt dat ze veel wisten van de anatomie en lichaamsfuncties.

Toch gebruikten de Egyptenaren hun kennis waarschijnlijk niet om het uiterlijk van mensen te veranderen. Dat strookte niet met hun geloof.

Romeinse Rijk: In bad kun je niets verbergen

De Romeinen verheerlijkten het lichaam en hadden een afkeer van afwijkingen – vooral aan de geslachtsdelen.

In de publieke badhuizen was alles open en bloot te zien, en daarom zochten pechvogels hun heil in chirurgie.

De Romeinse schrijver Aulus Cornelius Celsus beschreef een aantal ingrepen in zijn werk De Medicina uit het begin van onze jaartelling.

Een ervan was het herstellen van de voorhuid bij mannen die waren besneden.

De operatie werd veel uitgevoerd bij joden die wilden opgaan in de Romeinse samenleving.

In De Medicina wordt ook een borstverkleining bij een bijzonder zwaarlijvige man besproken.

Voorhuid werd met kleine sneetjes hersteld

© UCLA School of Medicine

1. De penishuid wordt losgesneden van de wortel.

2. De huid wordt naar voren getrokken tot over de eikel.

3. De zak krijgt een sneetje en gaat over de wortel heen.

4. Na genezing worden penis en zak gescheiden.

Oude India: Voorhoofd wordt neus

De Indiër Sushruta, die in de 6e eeuw v.Chr. leefde, was de eerste specialist
in neusreconstructies ofwel rinoplastiek.

Daar was veel vraag naar, want als een vrouw in India werd betrapt op overspel, werd haar neus afgesneden.

Sushruta besefte dat de bloedtoevoer naar het weefsel tijdens de operatie niet afgesneden mocht worden.

Hij sneed daarom een huidflap uit de kin of het voorhoofd, legde die over de getroffen plek en liet hem vastgroeien.

Twee houten buisjes fungeerden tijdens het genezingsproces als de neusgaten.

Middeleeuwen: Mismaaktheid was Gods straf

In de middeleeuwen werden de chirurgische mijlpalen uit de oudheid bewust vergeten.

Volgens de christelijke kerk waren misvormingen en ontbrekende ledematen een uitdrukking van Gods wil.

Het paste de mens niet om het scheppingswerk te veranderen. Operaties waren dan ook heidense rituelen.

Het medische werk De Medicina van de Romein Celsus werd weggestopt in de pauselijke bibliotheek in Rome en kwam pas in de 15e eeuw weer tevoorschijn.

Andere teksten verdwenen voorgoed, bijvoorbeeld manuscripten van de Grieks-Romeinse filosoof, arts en chirurg Claudius Galenus.

Renaissance: Voorhoofd wordt neus

Een flap huid uit het voorhoofd vormt een nieuwe neus.

© Akg/Scanpix

De Italiaanse methode: Neus wordt gevormd uit huid van de arm.

Aan het eind van de 15e eeuw kwam de geslachtsziekte syfilis naar Europa.

De ziekte leidde niet alleen tot fysiek, maar ook tot psychisch leed, want een van de symptomen is een ingezakte neus. Ook gingen neuzen makkelijk verloren in oorlogen of duels.

Hulp was echter onderweg, want in de vroege renaissance in Italië werden de strenge dogma’s van weleer losgelaten. Europa hunkerde naar kennis.

De ideeën van Claudius Galenus keerden terug via Arabische vertalingen, en het lexicon van Celsus werd herdrukt.

Op de universiteit van Bologna legde de arts Gasparo Tagliacozzi zich toe op de reconstructie van neuzen.

Hij haalde kleine stukjes kraakbeen uit de rug of hals van syfilispatiënten en gebruikte die als neusbotjes.

Daarna bedekte hij ze naar Indiaas voorbeeld met flapjes huid. In plaats van gezichtshuid koos hij echter voor weefsel uit de arm – de zogeheten Italiaanse methode.

Door zijn pionierswerk geldt Gasparo Tagliacozzi nu als de grondlegger van de moderne plastische chirurgie.

In zijn eigen tijd oogstte hij minder lof – er waren artsen die de Italiaanse methode goddeloze tovenarij noemden.

Ook vlogen zijn kunstmatige neuzen er nogal eens af als de eigenaar te hard nieste.

19e eeuw: Plastische chirurgie krijgt zijn naam

Karl Ferdinand von Gräfe van de universiteit van Berlijn bedacht in 1818 de term ‘plastische chirurgie’.

Dat had niets met plastic te maken, want Gräfes nieuwe woord kwam van het Griekse plastikos – vormen.

De 19e eeuw kende een aantal medische doorbraken met belang voor de plastische chirurgie.

Ether en lachgas maakten verdoving mogelijk, en door de ontdekking van bacteriën gingen artsen voortaan hun instrumenten steriliseren.

De cosmetische chirurgie trok in die tijd echter meer kwakzalvers dan getalenteerde artsen aan.

Eerste Wereldoorlog: Artsen reconstrueren verminkte gezichten

Vóór de oorlog werd plastische chirurgie als een inferieure discipline gezien.

Dat veranderde toen soldaten na de Eerste Wereldoorlog met kapotgeschoten gezichten terugkeerden van het front.

Alleen de beste chirurgen konden de gezichten van de veteranen weer toonbaar maken.

Een van hen was Harold Gillies uit Nieuw-Zeeland. Hij werkte in het Sidcup in Londen – het eerste ziekenhuis alleen voor plastische chirurgie.

Het had 1000 bedden, inclusief de ‘vleugel der gruwelen’, waar de ergste gevallen lagen. Hier hingen geen spiegels.

Gedurende de oorlog werd Gillies een ware tovenaar aan de operatietafel. Hij ontwikkelde de buislap, een lap gezonde huid die opgerold tussen buik en onderarm werd bevestigd en opgekweekt.

Door te oefenen op vilthoeden leerde hij bijna onzichtbare steken maken. Gillies en zijn collega’s maakten van plastische chirurgie een gewaardeerd vakgebied.

Tweede Wereldoorlog: Verbrande piloten vormden club van proefkonijnen

Deze Britse soldaat liep zijn letsel op bij de Slag aan de Somme in 1916. De chirurg Harold Gillies wist de mond te reconstrueren.

© Getty/All Over

Kameraadschap en bier hielden het zelfmoordcijfer onder controle.

© Imperial War Museum

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, richtte Groot-Brittannië vier afdelingen in voor verminkte soldaten – één voor elke plastisch chirurg.

Archibald McIndoe was het hoofd van het Queen Victoria Hospital in East Grinstead ten zuiden van Londen. De meeste patiënten hier waren piloten met brandwonden aan gezicht en handen.

In 1941 vormden 39 van zijn patiënten de Guinea Pig Club – de proefkonijnenclub. Onder het genot van een biertje spraken de leden van de club elkaar moed in terwijl McIndoe probeerde hun gezichten op te lappen.

De naam verwijst naar de nieuwe methoden die hij met regelmaat op hen testte.

Aan het eind van de oorlog had de club 649 leden uit bijna alle geallieerde landen.

In hun drinklied beschreef het genootschap van gehandicapten zichzelf als ‘McIndoes leger van proefkonijnen met glazen ogen, kunsttanden en pruiken’.

McIndoe perfectioneerde een aantal technieken die zijn neef Harold Gillies in de Eerste Wereldoorlog had uitgevonden.

Hij probeerde zijn patiënten ook mentaal te steunen en zelfmoord te voorkomen – wat op de afdelingen voor plastische chirurgie veelvuldig voorkwam.

Heel East Grinstead werd hierbij ingeschakeld, waardoor de plaats bekend kwam te staan als ‘de stad die niet staart’.

Na de oorlog: Vrouwen moesten eeuwig jong blijven

Vrouwen wilden eruit zien zoals in de reclame.

© Bridgeman

In de 19e eeuw vond men dat schoonheid vanbinnen zat, maar na de eeuwwisseling veranderde de tijdgeest in de VS.

Nu draaide het om het uiterlijk, en in 1921 werd Miss America verkozen bij de allereerste missverkiezing ter wereld.

Chirurgen met ervaring uit de Eerste Wereldoorlog hadden toen juist de American Association of Plastic Surgeons opgericht.

Zij beloofden de verloren jeugd terug te toveren of miskleunen van de natuur te corrigeren.

Met de branchevereniging wilden ze de rotte appels eruit halen en de consument ervan overtuigen dat cosmetische chirurgie veilig was.

Na 1945, toen Amerika economisch weer in de lift zat, kregen de plastisch chirurgen definitief voet aan de grond.

Ze gingen bovendien reclame maken om vrouwen over te halen hun geld te besteden aan nieuwe neuzen, facelifts, liposucties en grotere borsten.

Advertenties in vrouwenbladen kopten: ‘Lelijk zijn hoeft niet meer’ en ‘Een nieuwe neus in 40 minuten’.

De cosmetische operaties breidden zich van advertenties uit naar krantenartikelen, en plastische chirurgie werd hip.

Vrouwen hoefden zich niet neer te leggen bij ‘kipfiletjes’ en ‘zwembandjes’.

Schoonheid stond gelijk aan jeugd, en een journaliste schreef dan ook
vol enthousiastme: ‘In deze geweldige, moderne wereld is er voor een vrouw geen excuus meer om oud te worden – tenzij ze ziek is.’

De plastische chirurgie was nu zelfs in staat de tijd stil te zetten.

Grotere borsten

Eind 19e eeuw bedachten artsen dat het mogelijk moest zijn om borsten groter te maken. Ze experimenteerden met paraffine, vetweefsel, ivoor en knikkers.

Vanaf 1945 gingen Japanse prostituees hun borsten vergroten met siliconen om Amerikaanse soldaten te verleiden.

Ze spoten het materiaal rechtstreeks in de borst, maar hierdoor ontstonden vaak infecties, met amputatie als gevolg.

Toch gebruikten plastisch chirurgen in de VS deze methode ook, totdat in 1962 het eerste implantaat met siliconengel werd aangebracht.

De borstvergroting is de meest gewilde cosmetische ingreep, en het onderzoek naar nieuwe vulstoffen duurt voort.

Nieuwe neus

In 1901 vroeg een Poolse dame een Berlijnse arts haar wangen en mondhoeken op te trekken.

Hij verwijderde een strook huid rond haar oren, trok de gezichtshuid naar achteren en naaide de boel aan elkaar. Dit wordt nu nog steeds gedaan.

Rond 1950 werd een ander middel ontdekt tegen gezichtsveroudering: Botox. De stof verlamt de spieren en gaat zo tijdelijk rimpels tegen.

Toekomst: De scalpel heeft zijn tijd gehad

100 jaar lang waren nauwkeurig snijden en netjes naaien de voornaamste kwaliteiten van de plastisch chirurg.

Maar nu worden steeds meer behandelingen uitgevoerd met laser. En in de toekomst zullen stamcellen nieuwe mogelijkheden openen voor het
modelleren van ons lichaam.

De plastisch chirurg heeft voorlopig zijn handen vol.

Bekijk ook ...