Hernán Cortés begon in februari 1519 aan een grootscheeps offensief tegen het Aztekenrijk. In augustus 1521 veroverde hij de hoofdstad Tenochtitlan en nam hij de keizer van de Azteken gevangen.

Nieuwe vondst: archeologen doen gruwelijke ontdekking in Mexico

Mexicaanse archeologen hebben de beenderen van 500 Spaanse kolonisten opgegraven die in 1520 door de Azteken gevangengenomen werden. De Spanjaarden blijken te zijn gemarteld, onthoofd en opgegeten.

3 november 2015 door Emrah Sütcü

Doden werden tentoongesteld

In een paar waterputten in een ruïnestad ten oosten van Mexico-Stad hebben archeologen de beenderen van enkele honderden Spaanse kolonisten gevonden die in de 16e eeuw door de Azteken gevangengenomen zijn.
De Spanjaarden blijken een wrede dood te zijn gestorven: de meeste werden gemarteld, en van sommige is het hart uitgerukt als menselijk offer.

Andere conquistadores werden onthoofd, in stukken gesneden en opgegeten. Daarna werden hun schedels tentoongesteld als waarschuwing voor hun collega's.

Kolonisten liepen in een hinderlaag

De botten stammen uit 1520, toen de Spanjaarden bezig waren de Azteekse hoofdstad, Tenochtitlan (nu Mexico-Stad), te veroveren. Met 500 conquistadores was Hernán Cortés op weg naar Tenochtitlan toen hij zich van de groep losmaakte en vooruit reed.
Niet veel later liep de rest van de kolonisten – een gemengd gezelschap van mannen, vrouwen en kinderen – in een hinderlaag. Ze werden omsingeld en gevangengenomen door de indianen.

Spanjaarden werden aan de goden geofferd

De aanval is beschreven in Spaanse bronnen uit de 16e eeuw, maar over het lot van de gevangenen was niets bekend – tot archeologen onlangs in de ruïnestad Zultepec-Tecoaque een aantal waterputten opgroeven waarin de Azteken de beenderen van hun gevangenen dumpten.
Volgens het Mexicaanse instituut voor antropologie en geschiedenis, dat de opgraving leidt, blijkt uit onderzoek aan de beenderen dat de Spanjaarden bij verschillende ceremoniën geofferd zijn. Die duurden ongeveer zes maanden en moesten de hulp van de goden inroepen tegen de Spaanse veroveraars.

Indianen wilden geen varkens eten

De beenderen vertonen snijsporen die erop wijzen dat de gevangen in stukken gesneden zijn en het vlees met messen van de botten is geschraapt. De Spaanse paarden kregen dezelfde behandeling, maar opvallend genoeg hebben de Azteken de Europese varkens die de Spanjaarden bij zich hadden niet in mootjes gehakt.

Volgens deskundigen verwonderden de indianen zich wellicht over deze merkwaardige, nieuwe dieren. Ze werden in ieder geval slechts gedood en in een put gegooid, terwijl mensen en paarden onthoofd en in stukken gesneden werden.

Cortés nam wraak

Toen Cortés erachter kwam dat zijn soldaten ontvoerd en vermoord waren, bestormde hij de Aztekenstad om wraak te nemen voor een van de pijnlijkste Spaanse nederlagen in de Nieuwe Wereld. Tijdens deze aanval vonden de Spanjaarden een aantal houten statieven waarop de hoofden van de kolonisten en hun paarden uitgestald waren.

In paniek hadden de Azteken de botten, zadels en juwelen van hun Spaanse slachtoffers in waterputten gegooid om ze te verbergen voor de woedende Spanjaarden.

'Toen de indianen hoorden dat Cortés onderweg was, probeerden ze alle sporen van de offers uit te wissen. Als ze dat niet hadden gedaan, hadden we deze botten nooit gevonden,' zegt de Mexicaanse archeoloog Enrique Martinez tegen Associated Press.

Bekijk ook ...