De rivier de Tyne bracht goederen van en naar Newcastle, dat in de 17e eeuw op grote schaal steenkool verhandelde.

Heldhaftige Engelsman trotseert pestepidemie

De angst waart rond in Newcastle, waar in 1636 een pestepidemie uitbreekt. De helft van de inwoners bezwijkt aan de gevreesde ziekte, maar vóór ze sterven krijgen velen van hen bezoek van een moedig man, die stil zijn werk doet. De schrijver Ralph Tailor trekt onvermoeibaar door de stad van de pest, terwijl hij testamenten optekent van degenen die gaan sterven.

12 januari 2017 door Esben Mønster-Kjær
De dood kwam in mei 1636 naar Newcastle in Engeland. Het eerste slachtoffer van de pest staakte de ongelijke strijd op 6 mei, en anderen zaten onder de donkere builen – een teken dat ze besmet waren. 


Binnen een week vielen er 50 doden, en dat was nog maar het begin. De zomer zou de warmste sinds mensenheugenis zijn en in de hitte kon de ziekte zich heel goed verspreiden.

De plaatselijke theoloog en schrijver Robert Jenison schreef hoe een ‘vernietigende engel’ door de stad joeg. 


De 12.000 inwoners van Newcastle waren verlamd van angst om ook wakker te worden met builen – in het besef dat de halte daarna het kerkhof zou zijn.

Jenison schreef een heel boek over het ongeluk dat zijn geliefde Newcastle trof. Al zijn schrijftalenten kwamen tot hun recht terwijl hij verhaalde van de tragedies die zich in de onfortuinlijke handelsstad afspeelden.

‘De pest laaide op,’ schreef Jenison. ‘Hij raasde rond en verspreidde zich als een lopend vuur.’ Maar hij gooide ook zijn fantasie in de strijd, want hij had geen ervaring met de pest. Zoals zo veel welgestelden was hij het land ontvlucht om het einde van de epidemie af te wachten.

‘De gewoonte die zelfs artsen volgen in geval van pest, is vluchten of snel wegkomen van door ziekte getroffen plaatsen,’ zo veegde Jenison zijn straatje schoon. 


Ook de geestelijken hadden het recht hun gemeente de rug toe te keren en ‘zichzelf te behouden voor betere tijden’.

De armen kregen die kans niet. Ze moesten achter de stadsmuren blijven, zich in hun krappe huis verschansen en God smeken om genade. 


Eén man van aanzien hield ze gezelschap. Hij heette Ralph Tailor, en als schrijver zocht hij de stervenden op om hun testament en laatste wens op te tekenen voordat de dood de pestlijder opeiste.

Een jonge man wil hogerop

Ralph Tailor was elke dag aan het werk in Newcastle, maar de teksten gingen nooit over hem zelf. 


Alle kennis over zijn leven en zijn plichtsgetrouwe inzet in de zomer des doods is samengesteld uit documenten die in Engelse archieven verborgen lagen.

Volgens de kerkboeken werd hij in 1611 geboren in het bisdom Durham, dat 30 kilometer ten zuiden van Newcastle aan de kust ligt. 


Zijn vader Thomas stierf in 1627, en verder is de stamboom niet terug te volgen. Tijdens Ralphs leven woonden er verschillende Tailors in Durham en Newcastle, en ze hadden vergelijkbare beroepen als slager, verver of handschoenenmaker. 

Ze waren vermoedelijk familie van elkaar.

Begin 17e eeuw verdienden handelaars en ambachtslieden in het graafschap Durham een aardige boterham, mede dankzij de handel op zee. 


Vanwege het goederenverkeer leerden veel mensen lezen, zodat ze de brieven van contacten in verre steden als Londen konden begrijpen. Van 1560 tot 1620 steeg het aantal burgers met leesvaardigheden van 16 tot 50 procent.

Maar leren schrijven bleef wat achter; vooral juridische documenten werden overgelaten aan beroepsschrijvers. Voor de zoon van een ambachtsman, zoals Ralph Tailor, was dit een uitgelezen kans om hogerop te komen.

Hij verhuisde vermoedelijk in 1626 naar Newcastle, toen hij 15 jaar oud was en klaar voor de Latijnse school, waarna hij een leerplaats kon betrekken. 

Tien jaar later ontving hij zijn diploma in Newcastle, waarmee hij als zelfstandig schrijver aan de slag kon. 

Hij was bekwaam in het opstellen van overeenkomsten, vrachtbrieven en de testamenten die hij al spoedig bij de vleet zou schrijven. De pest deed enkele maanden later zijn intrede, en de jongeman ging een drukke tijd tegemoet.

Anderen krabbelden maar wat, maar Ralph Tailor maakte er iets moois van.

© Bridgeman

Burgers kennen het gevaar

In 1636 wisten alle Europeanen wat de builenpest was. 


Sinds de Zwarte Dood in de 14e eeuw een derde van de bevolking van het continent had weggevaagd, waren er steeds nieuwe epidemieën uitgebroken. 

Newcastle had er nog last van in 1604 en 1625 – het jaar voordat Ralph Tailor er arriveerde.

De burgers wisten dat er in 1636 een nieuwe uitbraak te verwachten viel. Al in het najaar waren kustbewoners besmet door de pest, die met schepen vanaf het vasteland meekwam; alleen de winterkou hield verspreiding tegen.

Maar met de komst van de lente laaide de pest weer op. En Newcastle kon niets doen om zich te beschermen, want de stad leefde van het verschepen van kolen over de rivier de Tyne naar de kust in ruil voor goederen.

Daardoor zag men de pest aankomen, maar niemand had zich kunnen indenken hoe erg de ziekte tekeer zou gaan na de uitbraak in mei. 


Het eerst stierven mensen in de wijk Sandgate buiten de stadsmuur, waar de keelmen woonden. 

Deze zeelieden bemanden de kolenpramen op de Tyne en konden de ziekte hebben meegebracht vanaf de kust, waar de Tyne in de Noordzee stroomde.

De bewoners van Sandgate waren arm en zaten dicht opeengepakt in schamele woningen. Daardoor was de pest onmogelijk te beteugelen, en steeds meer mensen raakten besmet naarmate het in de zomer warmer werd.

Hier begon Ralph Tailor zijn testamenten te schrijven, die nog steeds in de plaatselijke archieven liggen.

Binnenschipper wil kroost goed achterlaten

Op 31 mei 1636 verliet de jongste schrijver van de stad zijn huis in Allhallows, de wijk rond de Allerheiligenkerk in het oosten van Newcastle. 


Hier waren maar weinigen besmet. Maar toen hij door de stadspoort Sandgate naar de gelijknamige sloppenwijk liep, bevond hij zich in het epicentrum van de dodelijke ziekte.

De stank hing in de straten, want een van de twee grote vuilnisbelten van Newcastle lag net buiten de muur. Toch liep Ralph Tailor verder. 


Een klant verwachtte hem en hij kon zijn bezoek niet uitstellen – omdat de man ernstig ziek was, wilde hij zo snel mogelijk een juridisch waterdicht testament laten opstellen.

De stakker was ‘bezocht door de gesel van de pest’, zoals de schrijver na aankomst omstandig noteerde. 


Hij heette William Grame en werkte als schipper op een van de kolenpramen die Newcastle zijn rijkdom bezorgden.

Naast de stervende bestond het gezin uit zijn zoon, zijn dochter en zijn vrouw Margaret, die hoogzwanger was. 


Grame wilde ze graag in goeden doen achterlaten.

‘Als het God behaagt mijn vrouw in alle rust te laten bevallen, wens ik dat het kind een aandeel krijgt in mijn bezittingen,’ noteerde Ralph Tailor namens de schipper. Maar de zieke wist ook dat zijn gezin het risico liep om de zomer in Newcastle niet te overleven.

‘Als het God behaagt mijn vrouw en kinderen tot zich te roepen’, dan zou de erfenis gelijkelijk verdeeld moeten worden over Grames broer, oom en neef. 

Toen Tailor in het testament de namen opschreef van getuigen die de echtheid van het document konden bevestigen, dacht William ineens aan de vrouwelijke erfgenamen.

‘Voor Margarett Grame aan wal: een rok, een hoed en een bril,’ voegde William Grame eraan toe. En zijn zus moest een jurk en een andere rok krijgen. 


Niemand mocht tekort worden gedaan, dus Ralph Tailor schreef overal in het document zorgvuldig namen en voorwerpen bij. Van de hem bekende orde was weinig meer over.

Toen Ralph Tailor zijn laatste pennenstreek had gezet en het testament aan William Grame had voorgelezen, kon de schrijver op huis aan. De dood volgde in zijn kielzog, want in juni rukte de pest op naar de wijk Allhallows binnen de muren van Newcastle.

Gemeentemaatregelen baten niet

Allhallows, waar Tailor woonde, was een gemengde wijk. 


Ten noorden van de kerk lag de brede hoofdstraat Pilgrim Street, omringd door grote huizen, en daarachter lagen moestuinen en weidegronden. Het traject van de kerk naar de rivier was heel anders. 

De meeste straten waren nauw, en aan weerszijden ervan verrezen krakkemikkige gebouwen, waardoor er maar weinig zonlicht was. Hier kon de pest zo mogelijk nog beter om zich heen slaan dan in de zeemanskwartieren van Sandgate.

Gemeentelijke instanties kenden het gevaar en deden hun best om de besmetting te beperken. 


Ambtenaren hadden al een plan van aanpak, want in 1578 was er een koninklijk decreet voor de door de pest getroffen steden uitgevaardigd, en de bepalingen golden nog.

‘Zoekers’ werden aangewezen om gevallen van pest te melden, zodat ambtenaren de verspreiding in de gaten konden houden. 


Kerkhoven kregen meer doodgravers om lijken onder de zoden te stoppen voordat buren en hele gezinnen ziek werden van de pest en verrotting. 

Mogelijk werden de zwerfhonden afgemaakt, zoals het decreet voorschreef. En in de zwaarst getroffen gebieden stonden tonnen met brandende teer, zodat de geur de ongezonde walm kon verdrijven en mensen veilig konden ademen. 

In de 17e eeuw dacht men in Europa namelijk dat de pest zich via de lucht in plaats van ongedierte verspreidde.

De maatregelen werkten niet echt. Alleen de armere wijken Allhallows en Sandgate waren nog getroffen door de epidemie, maar de dodelijke ziekte greep om zich heen, en het dodental werd elke week in juni hoger. 

Er werd geadviseerd je testament te laten opmaken als je nog gezond was. De inwoners van Newcastle deden echter het tegenovergestelde en hoopten de dans te ontspringen.

Pas als ze onder de builen zaten, haalden ze de schrijver erbij, die dan snel de aardse goederen moest optekenen.

Toch hebben we geen idee wat Ralph Tailor deed toen hij bij de schipper William Grame was geweest.


Zijn handtekening staat niet op testamenten die in juni en juli 1636 opgetekend zijn en in de Engelse archieven belandden.

Het kan zijn dat hij druk door de straten rende en wel bezig was testamenten te schrijven, maar dat die verloren zijn gegaan.

De schrijver kan zelf ook in een vroeg stadium besmet zijn geraakt, want de pest heerste rond zijn huis gedurende de twee maanden dat zijn leven niet te volgen is.


In dat geval was hij een van de gelukkigen die het konden navertellen en weer aan het werk konden.

De naam Ralph Tailor duikt namelijk weer op in de archiefstukken van augustus, en daarna was hij de vlijtigste schrijver van heel Newcastle.

Quarantaine moet besmetting stoppen

Op 8 augustus kwam een bode Ralph Tailor halen voor een spoedklus. 


De schrijver greep zijn pen, inkt en papier en liet zich door de wijk Allhallows tronen naar Thomas Holmes, het nieuwste slachtoffer van de epidemie. 

Net als de binnenschipper William Grame werkte de zieke als keelman, en dagelijks vervoerde hij kolen over de rivier de Tyne. Nu lag hij hulpeloos op bed, en het zag er niet naar uit dat hij de pest zou overleven.

Toen Tailor arriveerde, kon hij niet bij zijn nieuwe klant komen. 


De instanties van Newcastle hadden eind juni de quarantaine ingevoerd, en zodra pestsymptomen zich in een huis openbaarden, werd het vanbuiten met stevige planken gebarricadeerd. 

De zieke en alle anderen in het huishouden moesten zes weken in afzondering leven, tot ze beter – of dood – waren.

De Europeanen kenden in de 17e eeuw het beste middel tegen epidemieën: ‘de onreinen van de reinen scheiden’, zoals de theoloog Robert Jenison veilig buiten Newcastle schreef. 


Die methode stond al in het koninklijke decreet uit 1578, maar toch had de burgemeester geaarzeld. 

Het was onchristelijk de doodzieken aan hun lot over te laten, en bovendien kostte het de stadskas veel geld om de vele mensen die in hun huis opgesloten zaten, te voeden.

De quarantaine kwam dan ook te laat om de pest buiten de stadsmuren te houden. 


Maar daardoor kon Tailor niet overleggen met Thomas Holmes, die niet lang meer had voor zijn ziel zijn door de pest geteisterde lichaam zou verlaten. 

Normaal zou de schrijver door een deur of raam hebben geroepen, maar dat had nu weinig zin, want het gezin Holmes zat op de begane grond en had de zieke naar de vliering verwezen om besmetting te voorkomen. Tailor moest iets anders bedenken.

Laatste wensen worden uitgeschreeuwd

Toen Ralph Tailor naar de gebouwen rond het huis van de pestlijder Thomas Holmes keek, kwam hij op een idee. 


Het huis stond vlak bij de stadsmuur, die Allhallows van de rivier scheidde, en de borstwering lag ongeveer op de hoogte van de vliering. Vanaf de straat zag de schrijver dat er een raam openstond. 

Hij kon de muur op klauteren en roepen naar Holmes, en hopelijk zou het antwoord van de verzwakte man luid genoeg zijn. Maar eerst moest Tailor een paar plichtsgetrouwe assistenten opduikelen.

Doordat Thomas Holmes opgesloten was, kon hij zijn handtekening niet onder het testament zetten. 


Om het document rechtsgeldig te laten zijn, moesten er getuigen aan te pas komen die meeluisterden tijdens het overleg en konden bevestigen dat de laatste wil van de ten dode opgeschreven man correct was genoteerd.

Als getuigen ronselde Ralph Tailor de bode die hem naar de plek had gebracht en Hugh Ridley, een neef van Thomas Holmes. 


Met deze mannen aan zijn zij stapte de schrijver naar de dichtstbijzijnde trap waarmee ze de muur op konden komen. 

Kort daarop stonden ze aan de borstwering bij het huis van Thomas Holmes, en toen ze begonnen te roepen, verscheen de zieke voor het raam. 

De schrijver krabbelde neer dat de klant ‘zeer ziek’ was. Holmes riep zijn testament naar de drie mannen vanuit zijn bed, want hij had de kracht niet om lang te staan.

Daarop volgde een luid gesprek dat uitmondde in 18 regels op Ralph Tailors voorbereide vel papier. 

Onder die omstandigheden zagen de letters er minder fraai uit dan anders. Boven aan de lijst van erfstukken stond Holmes’ aandeel in de kolenpraam waarop hij voer.

De eigendom zou overgaan op neef Hugh Ridley, die naast Ralph Tailor op de muur stond, ‘als hij het er levend van afbrengt’.

Iedereen wist hoe vluchtig het leven deze zomer was. De rest van de kostbaarheden liet Thomas Holmes na aan zijn vrouw, afgezien van wat kleine sommen gelds voor de twee getrouwde dochters van het stel en verre familie.


Tailor haalde de zieke man over om nog even voor het raam te gaan staan, waarna hij het testament voorlas om er goedkeuring voor te krijgen.

Later meldde de schrijver dat hij niet zeker wist in hoeverre de zieke ze alle vijf nog op een rijtje had.

Maar hij had zijn plicht gedaan, en de twee getuigen ondertekenden het testament. Ralph Tailor nam afscheid van Thomas Holmes, die hij nooit meer zou zien, en ging op huis aan. Later zou zijn plichtsgevoel hem nog eens terugbrengen naar het huis.

Het eerste slachtoffer van de pestepidemie in Newcastle werd op 6 mei 1636 geregistreerd. 5115 anderen trof hetzelfde lot toen er in de ongewoon warme zomer veel vlooien waren die de besmetting tussen mensen en ratten overbrachten. Hierbij
kwamen 515 pestdoden in de sloppenwijk Garthside, net buiten de stadsmuur. Daarmee kwam het dodental op 5631, tot de epidemie eindelijk wegebde door de herfstkou. Newcastle had in 1636 een bevolking van rond de 12.000.
© Shutterstock

Pest levert heel wat werk op

Na het bezoek aan Thomas Holmes kreeg Tailor het druk, blijkt uit de archieven. Terwijl de pest op zijn hoogtepunt was en in augustus alleen al zo’n 2000 inwoners stierven, spoedde hij zich steeds weer met zijn schrijfgerei naar hen die gingen sterven. 


De jonge schrijver wist 20 van de 59 testamenten op te stellen die in de zwarte zomer van 1636 werden opgetekend. 

In Allhallows, waar het totale dodental het meeste opliep, stond zijn kenmerkende handtekening op precies de helft van de documenten.

Tailors eerste testamenten waren uitvoerig, maar hij stapte algauw over op een kort en strak model. 


Bovenaan schreef hij de datum en noteerde hij dat het document was opgesteld naar aanleiding van de pest – een detail dat andere stadsschrijvers onvermeld lieten. 

Daarop volgden de instructies van de zieke voor het verdelen van zijn of haar kostbaarheden, en uiteindelijk gaf de pestlijder te kennen wat de nabestaanden met de erfenis moesten doen. Onderaan somde Ralph Tailor de getuigen op.

Uit de bewaard gebleven testamenten doemen mensen op die met één been in het graf hun zaakjes goed wilden regelen voor familie en vrienden. 


De kleermaker Thomas Clark bepaalde dat zijn huis in Allhallows verkocht moest worden. Met de opbrengst betaalde hij zijn schuldeisers af, en zijn enige dochter zou er ook wat aan overhouden.

In september schreef Ralph Tailor een testament voor een andere schuldenaar, die aan de overkant van de rivier de Tyne woonde. 

Thomas Swann was stervende, en zijn schuld dwong hem tot een vreselijke keuze tussen zijn vrouw en zijn enige nog levende zoon. Hij koos voor zijn zoon en moest zijn vrouw achterlaten ‘met veel zorgen en problemen’.

Swann wilde het huis verkopen om zijn schuld af te lossen, en van het overschot kon de jongen een vak leren. Hij moest ook wat geld opzijzetten om een bestaan op te kunnen bouwen als hij volwassen was.

Pas als de toekomst van de zoon veilig was gesteld, zou de weduwe wat van de erfenis krijgen.


Swann bepaalde echter dat alle meubelen en voorwerpen die zijn vrouw in het huishouden had ingebracht, van haar zouden blijven.

‘Ik zou haar niet graag achterlaten met een slechtere basis dan die waarmee ik haar ontmoette,’ citeerde Ralph Tailor de ten dode opgeschreven man.

Veel klanten van de schrijver wilden allerlei denkbare toekomstscenario’s vóór zijn.

De schoenmaker William Cooke was in quarantaine samen met zijn vrouw, die ook aan de pest leed, en bovendien zwanger was. Hij schreeuwde zijn testament door de deur naar Tailor en drie getuigen.

‘Als het kind dat mijn vrouw draagt, geboren wordt, geef ik het 20 pond.’


John Carr, die notaris was en daarmee een sport hoger op de ladder stond dan schrijvers, had nog grondiger nagedacht over zijn erfenis. Hij liet alles na aan zijn twee dochters.

Als de ene stierf, dan zou de ander alles krijgen, en als ze beiden stierven ging de hele erfenis naar zijn broer. Zou ook hij bezwijken, dan waren de drie zusters Carr de volgenden in de rij.

De notaris stierf in augustus, waardoor de gemeente een schrijver verloor om testamenten op te stellen voor de vele slachtoffers van de pest. Tailor kreeg het nog drukker en zette zijn eigen gezondheid op het spel, zoals zou blijken uit het volgende ziekenbezoek.

Schrijver schendt quarantaine

Ralph Tailors meeste klanten woonden net als hij in Allhallows, waar de epidemie het hardst toesloeg. 


Maar op 19 augustus begaf de schrijver zich naar de naburige wijk St Nicholas, waar een bekende van hem met de naam Robert Moore op sterven lag.

De schrijver arriveerde samen met de zoon van de patiënt en een goede vriend die ze onderweg waren tegengekomen.

Robert Moore bleek op een kamer op de eerste verdieping te liggen, dus het was niet mogelijk hem te spreken vanaf de straat. 

Zonder aarzelen ging Tailor er naar binnen. De ene getuige was dapper genoeg om hem te volgen toen de schrijver door het huis beende en de trap op ging.

Volgens de toenmalige artsen liep de schrijver een enorm risico. 


De ziekte hing in de lucht, dachten ze, en met elke ademteug drong de besmetting tot diep in de longen door. 

Langer dan een half uur in een door pest geteisterd huis verblijven werd gezien als je reinste zelfmoord, en iedereen wist dat bange mensen nog veel ontvankelijker waren voor besmetting.

Toch nam Tailor rustig plaats op een krukje en gebruikte een kist als onderlaag. Robert Moore herkende zijn stem toen de schrijver tegen hem sprak vanuit de kamer ernaast. Het testament werd opgetekend.

Tailor schreef 36 regels over de erfenis van de stervende timmerman. Hij las het aan Moore voor, de getuigen bevestigden de echtheid met een kruisje en de schrijver zette er zijn zwierige handtekening onder.

De burgemeester van Newcastle huurde mensen in die melding maakten van de pest, zodat de instanties de epidemie in de gaten konden houden.
© Bridgeman

Verwanten slepen elkaar voor de rechter

de timmerman allebei. Maar de epidemie woedde verder en elke week stierven honderden mensen terwijl augustus overging in september.


In dunbevolkte wijken stonden ook nog eens veel huizen leeg doordat de welvarende bewoners de stad tijdig waren ontvlucht, maar zo niet in het armere Allhallows.

Toen de herfst inviel constateerden de ambtenaren echter dat het dodental afnam. Dat was verwacht, want builenpest neemt altijd af als het kouder wordt. 


In oktober bezweken 327 mensen, terwijl dat er in augustus nog bijna 2000 waren, en op 5 november schreef Ralph Tailor zijn laatste testament dat verband hield met de pest.

Zijn werkzaamheden werden er echter niet minder op. De burgers namen hem nu in de arm om lijsten te maken van de inboedel die in andere handen moest overgaan nu de eigenaren aan de pest overleden waren.

Normaal waren de kostbaarheden van een dode binnen drie weken geïnventariseerd, maar tijdens de pest was dit niet te doen. 

Het tellen begon in het najaar, toen de door de pest getroffen huizen waren gereinigd. Bij koninklijk decreet moest men kleding en beddengoed verbranden, maar men huurde arme vrouwen in om ze te wassen.

De ramen werden wagenwijd opengezet zodat de lucht met besmetting en al weg kon. 


Twee vrouwen schrobden elke vierkante meter in het huis van William Grame, wiens testament Ralph Tailor in mei had opgetekend en waar hij nu de boedel opmaakte. 

Het schoonmakersloon moest van de erfenis worden afgetrokken, evenals de kosten van de begrafenis van de kolenschipper en drie kinderen. Zijn vrouw was intussen bevallen, maar had moeten toezien hoe de pest het kind kwam halen. 

Ze was de enige overlevende van het gezin en haar huis was leeg, want met de boedel had ze alle onkosten gedekt.

Terwijl alle bezittingen in Newcastle werden geteld, begonnen er rechtszaken.


De toekomst van veel mensen hing ervan af of ze mee mochten delen in de erfenis van familieleden, en de nabestaanden waren bereid bittere strijd te leveren.

Pesttestamenten zonder handtekening van de dode waren makkelijk aan te vechten, en Tailor moest tal van documenten bij de rechter verdedigen.

In een vreemde zaak waren er twee testamenten, die met drie dagen ertussen waren opgesteld.


Ralph Tailor had het eerste geschreven, waarin de meesterwever Cuthbert Woodman zijn huis en zijn vermogen aan zijn vrouw naliet, terwijl zijn broer Anthony 20 pond kreeg. Maar een tweede document gaf de broer het recht op de hele erfenis.

De vrouw van de wever zou een feeks zijn die iedereen bij haar stervende man had weggehouden en hem had gedwongen de erfenis op haar naam te zetten.

Daarom was het nieuwe testament stiekem opgetekend.

De rechter aarzelde geen moment.


De schrijver van het tweede document was onbekend, en getuigen waren er niet, terwijl Ralph Tailors document was ondertekend door zes mensen naast hemzelf. Cuthbert Woodmans vrouw won en de broer moest het doen met 20 pond.

Ralph Tailors laatste testament

De burgers van Newcastle zagen de zomer van 1637 met spanning tegemoet. Misschien zou de pest terugkeren en de Engelse handelsstad weer in het verderf storten.

Maar de epidemie was voorbij en de stad kreeg het nooit meer zo zwaar te verduren. Tailors leven kreeg een wending; in plaats van testamenten stelde hij voortaan contracten op, wat normaal de voornaamste taak van een schrijver was. 

Hij hield zich afzijdig van de burgeroorlog die van 1642 tot 1651 in Engeland woedde, maar deed gewoon zijn werk. 

Hij werd notaris, wat zijn documenten bij de rechtbank nog meer geloofwaardigheid verleende.

Ralph Tailor schreef zijn laatste testament in 1669 – zijn eigen. Hij was 58 jaar en had goed geboerd voor een telg uit een slagersfamilie. 


Kinderen had hij niet, en zijn bezit werd verdeeld over verre familieleden.

Bekijk ook ...